Een kijkje achter de schermen!

Eén van de leukste taken die je een historicus kan geven is het ontcijferen van oude brieven: dichter dan dat kom je haast niet tot het verleden. Bij dit project worden onze paleografische vaardigheden aardig op de proef gesteld. Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765), de echtgenote van Johan Willem Friso, correspondeerde vaak in het Duits met haar familie. Duits werd in deze tijd echter opgeschreven in een zogeheten ‘Kurrentschrift’, een bijzonder gecompliceerd (zeg maar gerust onleesbaar) schrift. Voor dit project verzamelen we veelal metadata (afzender, ontvanger, locatie, datum, taal) van deze brieven, en zo waren wij afgelopen week uren aan het puzzelen op welke locaties Karl von Hessen-Kassel (Maria Louise’s vader) zich nou precies bevond tijdens het schrijven van de brieven aan zijn dochter. Na eeuwig staren naar de letters, Google afspeuren voor eventuele plaatsnamen en geografische kaartjes van Hessen onder de loep leggen voor mogelijke hints, waren we het spoor bijster. Het konden allerlei plaatsen zijn, voor alles viel wel wat te zeggen, maar tegelijkertijd waren we door geen van de plaatsen écht overtuigd. Zou Karl wel in Brandenburg zitten als hij de rest van zijn brieven allemaal in of rondom Hessen heeft geschreven? Is die locatie een klooster? Maar wat had Karl daar te zoeken? Hij was immers niet katholiek. Maar welke locatie is het dan wel? Waarom was Karl in Venetië in 1713 en een paar weken later weer in een onbenullig dorpje ergens in de buurt van Marburg? Is dit nou een R of een A? Of misschien een H? En zo ging het maar door!

Na flink wat speurwerk en met hulp van de rest van de groep hadden we nog steeds niet alle locaties kunnen achterhalen, dus zetten we de hanenpoten van Karl op Twitter, wellicht dat iemand het daar wel zou kunnen ontcijferen. En wat bleek? Er waren super veel mensen die mee wilden denken en met allerlei suggesties kwamen. Naast een heleboel grappige suggesties (zou het niet kunnen dat Karl von Hessen-Kassel zijn zomer in 1708 spendeerde in Julianadorp bij Den Helder?), werden er ook een heleboel serieuze mogelijkheden opgeworpen. Dankzij de hulp van de #twitterstorians is het gelukt om veel plaatsnamen te achterhalen! Het is niet gelukt om álles te achterhalen helaas. Heb jij zin om nog een poging te wagen? Hieronder hebben we nog een aantal plaatsnamen om uit te zoeken. Laat het ons via Twitter weten als je de oplossing hebt gevonden via @stadholderswife. 

Een sarcastische condoleancebrief voor Anna van Hannover

Allegorie op de dood prins Willem IV, 1751, Jan Caspar Philips, naar Hieronymus van der Mij, 1751 – 1752, Rijksmuseum, RP-P-1908-3667, http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.387480

Op 9 december 1751 stuurde een anonieme afzender Anna van Hannover een brief met, wat lijkt op, een cynische condoleanceboodschap. De brief, gericht aan Anna, was geschreven ter gelegenheid van het overlijden van haar echtgenoot Willem IV van Oranje op 22 oktober 1751. De brief was volgens de anonieme afzender bedoeld voor wat hij of zij gekscherend “uwe koninklijke familie van pligtsversuym” noemde. In de brief gebruikte de anonieme zender een hartstochtelijk sarcasme om zijn of haar verdriet om het overlijden van de Koninklijke Majesteit kenbaar te maken aan Anna van Hannover. “Ik smolt in traanen voor zijn gesigt, ik soude mijn lievde voor s’Lands welstant, en voor de vorst met mijn doodt bevestigen, en dus mijne onvoorsigtigheden uytwisschen, die ik wijt een drift voor s’Lands welstand, wijt een drift voor s’Prinsens glori.” Ook schreef deze anonieme afzender dat het een ‘allernoodste misdaadt” was van God, en dat God  met dit “onherroepelijke vonnis” “Deze landen in een poel van de allernaarste rampzaligheyt ter nederstorten.”

Transcriptie
“Koninklijke Prinses,

Dogter des Hare edelmoedige weduwe van den allerbraafsten Prins. Bedroevde moeder van telgen, zoo doorlugtig als den aardbodem draagt. Naaderende, vreese ik uwe K.M. (Koninklijke Majesteit) te mishaagen te rug blijvende, beschuldigt mij mijne lievde tot den vorst tot uwe K.M. uwe hoogvorstelijke spruijten en uwe koninklijke familie van pligtsversuym gun deze letteren, wijl het mij niet mag gebeuren een weynig geduldt, het behaagde uwe K.M. zulks eertijds te vergunnen.

K.P. (Koninklijke Prinses) gun mij dat ik mijn boezem overlaaden met droefheyt voor u eenigermate ontlast kust ik met sugten en traanen den vorst in ’t leeven herroepen, ik soude mij verstouten voor ze te verschijnen, ik smolt in traanen voor zijn gesigt, ik soude mijn lievde voor s’Lands welstant, en voor de vorst met mijn dood bevestigen, en dus mijne onvoorsigtigheden uitwisschen, die ik wijt een drift voor s’Lands welstand, wijt een drift voor s’Prinsen glorie begaan heb.

Zaal met praalbed van prins Willem IV, Simon Fokker, Rijksmuseum RP-P-OB-50.792 via http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.111130

Was heden een Elisa oft een Peterus te vinden die door een wonderwerk den Prins kosten opwekken, ik roude niet alleen bedroevde weduwen maar ook mannen wier harten Cynau onbeweeglijk sijn, opspeuren, ik soude hen ’s Vorsten heerlijke hoedanigheden ’s Vorsten lievde voor deze Republiek zoo levenig afmaaken, ik soude hen to schreynen dwingen, en hun dus aanvoeren, ik soude zoo een Elisa oft Peterus zijne knieën omhelze, schreyende en snikkende, niet loslaaten voordat ik mijnen wensch bekoomen hadt.

Maar neer de goddelijke regtvaardigheyt lang getergt door ondankbaarheyt die allersnoodste misdaadt, en die Cynau in alle nederlanderen harten heuren Petel gevestigt heeft, heeft ons den Prins ontrukt dat vonnis is niet alleen onherroepelijk, maar zoo die misdaadt, dus voorgoet en aangroeyt sal godt deze landen in een Poel van de allernaarste rampzaligheyt ter nederstorten. Agh dat de almagtige de barmhartige godt van hemel en aarde uwe K.M.  en uwe hoogvorstelijke spruiten tot een man, een vaader, een eeuwige hoeder en Leydsman verstrekke hij redde hij zegene dit landt, onder uwe gelukkige regeringe en neeme de spaade sijn eeuwige heerlijkheyt om met uwe gemaal syne onvolprijsbare goedtheyt, heerlijkheyt en Majesteyt eeuwiglijk te prijzen en loven.”

> Tessa Stalenburg, 28 augustus 2020.

Smokkelbriefjes

Een minuscuul briefje van Constantijn Huygens aan Amalia van Solms van 11 juli 1635, afkomstig uit de Huygens-brievendatabase, speelt de hoofdrol in een online video van het Letterlocking project dat zich bezighoudt met de reconstructie van het vouwen en verzegelen van vroegmoderne brieven.

Jana Dambrogio, Nadine Akkerman, and the Unlocking History Research Group. “Tiny Spy Letter: Constantijn Huygens to Amalia von Solms, Neer (1635),” Letterlocking Instructional Videos. Unlocking History number 0023/Letterlocking Unique Video number: 0023. Duration: 4:43.Video URL: https://www.youtube.com/watch?v=PePWd-h679c. Date accessed: August 27, 2020.

Het leger van stadhouder Frederik Hendrik was ieder jaar van april tot en met oktober op veldtocht. Constantijn, in zijn functie van secretaris van de stadhouder, reisde mee en hield Amalia dagelijks op de hoogte van de militaire vorderingen en ook van de gezondheid van haar echtgenoot. Soms was het nodig een briefje zo klein te maken dat het door de vijandelijke linies naar Den Haag kon worden gesmokkeld. Het briefje in de video, waarvan het origineel wordt bewaard bij Koninklijke Verzamelingen, is een van de kleinste bewaarde briefjes ter wereld.

Constantijn Huygens aan Amalia van Solms, 11 juli 1635, Koninklijke Verzamelingen, Archief Amalia van Solms, A14a-XIII-18c-1

Over de noodzaak van het verzenden van de kleine briefjes schrijft Constantijn in zijn Mémoires pour mes enfants, pp. 131-132 ed. Th. Jorissen (Den Haag, 1873):

Une autre peine que j’avois à cette correspondence réglée dont j’entretenois Madame la Princesse, ce fut la difficulté que souvent je rencontrois aux adresses de mes lettres, quand les dangers des passages se mettoyent entre la Hollande et nous: pour à quoy remédier, force que me fut d’inventer tous les jours nouveaux expédiens, et entre autres m’exercer la veue sure une sorte de petite escriture, qui en fort peu d’espaces contenoit quantité d’histoire, et bien souvent pliée n’excédoit pasa le bout d’une plume, ou le grosseur d’un poix, pour ainsi estre cachée en quelqu’endroit [sic], par des femmes ou petits garçons, qu’il y falloit disposer.

Constantijn vervolgt zijn relaas met de mededeling dat Amalia de gekunstelde kleine briefjes als uitsloverij opvatte en hem had verzocht daar onmiddellijk mee op te houden en haar normale brieven te schrijven. Dat vatte hij op als stank voor dank, het was immers geen ijdelheid maar noodzakelijkheid: Amalia had er op gestaan dat Constantijn haar zoveel mogelijk over alles op de hoogte zou houden, ook als verzending lastig was. Daarom had hij zijn best gedaan ze zo klein mogelijk te schrijven en ze zo op te vouwen dat ze niet groter waren dan een erwt. De datums en de plaatsen van verzending op de briefjes tonen aan dat ze verstuurd zijn op momenten dat het leger in lastige omstandigheden verkeerde, zo liet hij zijn zoons weten. Toen Constantijn zijn Mémoires schreef, was zijn hele correspondentie met Amalia via een van haar hofdames weer in zijn bezit gekomen, zodat zijn kinderen die met eigen ogen konden zien. Wrang detail: via een 19e-eeuwse veiling zijn alle brieven van Constantijn Huygens aan Amalia van Solms weer naar haar eigen archief teruggekeerd. 

En nu zijn deze kleine smokkelbriefjes dus ook in gedigitaliseerde vorm raadpleegbaar. In totaal zijn er 27 bewaard en onlangs zijn er in het Landeshauptarchiv Dessau ook nog twee opgedoken naast 48 ‘normale’ brieven van Huygens aan Amalia. 

Ineke Huysman, 27 augustus 2020.

Werken op het Koninklijk Huis Archief!

Afgelopen maandag liep ik voor het eerst richting het Koninklijk Huis Archief, pal naast Paleis Noordeinde in Den Haag. Ik werd bij het hek begroet door de marechaussee en mocht doorlopen naar het archief. Daar ging ik als onderdeel van mijn stage aan de slag met het helpen digitaliseren van de briefwisselingen van de stadhoudersvrouwen, en wat vond ik het leuk om even van dit moment gebruik te mogen maken! Niet alleen was het snikheet op mijn studentenkamer en bood het archief een aangename verkoeling, maar daarnaast vond ik het natuurlijk hartstikke spannend om op zo’n mooie plek te mogen werken. Eenmaal binnen stond ik versteld van alle pracht en praal: chique rode vloerbekleding, prachtig glas in lood en overal waar je kon kijken indrukwekkende schilderijen van voormalige vorsten. 

Ik kan met zekerheid zeggen dat werken op het Koninklijk Huis Archief mijn verwachtingen over een archief en werkplaats van een historicus op alle gebieden overtrof. Mijn werkplek bleek een prachtig oud gebouw vol met mooie schilderijen en andere chique decoraties, omringd een heerlijk rustige omgeving uitkijkend op de paleistuin, het mooiste plafond waar ik ooit onder heb mogen werken, en niet te vergeten natuurlijk: kilometers aan historisch bronnenmateriaal. De brieven zitten allemaal in gecategoriseerde mappen, verdeeld over archiefdozen. De brieven zijn stuk voor stuk prachtig: van het ingewikkelde handschrift tot de chique zegel op de envelop. Daarnaast is de inhoud van de brieven ook erg boeiend: briefwisselingen tussen roddelende familieleden, brieven van en naar boeren over landdisputen en allerlei aktes en politieke verslagen, het zat er allemaal tussen! Dat maakt het werk heel uitdagend maar ook spannend: je leest eigenlijk mee met iemands vertrouwelijke uitspattingen. Heerlijk voor iemand die zo nieuwsgierig is als ik!

Post uit Sint-Petersburg

In 1754 ontving Anna van Hannover deze bijzondere brief uit Sint-Petersburg. De brief is afkomstig van Tsarina Elisabeth en bevat een blijde gebeurtenis. Elisabeth schrijft aan Anna dat hun nicht, Catharina, grootvorstin van alle Russen, rond de voormiddag is bevallen van een zoontje, Paulus. Paulus zou in 1796 Tsaar van Rusland worden als Paul I. Zijn moeder zou ook een stempel op de geschiedenis achterlaten als Tsarina van Rusland, zij stond later bekend als Catharina de Grote. De brief is volledig geschreven in het Russisch, de bijgeleverde Duitse vertaling maakt het gelukkig een stuk makkelijker om de inhoud te ontraadselen.

Maria Louise van Hessen-Kassel en Johan Willem Friso

In de aanloop naar het huwelijk tussen Johan Willem Friso van Nassau-Dietz en Maria Louise van Hessen-Kassel vond er al veel briefcontact plaats tussen de aanstaanden. In deze brieven is goed terug te zien dat de vonk tussen de twee al was overgeslagen. In deze brief van 25 januari 1709, schrijft Johan Willem Friso dat hij hoopt de perfecte liefde en passie te geven aan de persoon met wie hij de rest van zijn leven zal delen. Op 26 april 1709 is het moment daar en kan hij deze wens in vervulling laten gaan.

Anna van Hannover: ‘Votre bon père, George R.’

In het archief van Anna van Hannover (1709-1751) in de Koninklijke Verzamelingen liggen zeven brieven van haar vader, George II van Groot-Brittannië (1683-1760). Deze brieven geven een bijzondere inkijk in de relatie tussen vader en dochter. 

De relatie tussen Anna en haar vader verliep van begin af aan stroef. “‘She was glad of opportunities to point out his [George II] faults and wherever these were small enough to admit it, she would magnify them and deepen the colours without caution’, zo schreef hoveling John Hervey (1696-1743) in zijn memoires over de koning. En deze gevoelens leken wederzijds: “I know I did not love my children when they were young”, zo schreef de koning aan een van zijn vertrouwelingen, “I hated to have them running into my room”. 

Hoewel deze gevoelens onderling bleven zouden beiden later toch op elkaar zijn aangewezen. Juist toen Anna’s echtgenoot, prins Willem IV (1711-1751), in oktober 1751 overleed en de prinses formeel werd benoemd tot eminent hoofd van de Republiek. 

Enkele dagen na het overlijden van de prins uitte George zijn medeleven aan zijn dochter in twee brieven die hij haar kort na elkaar schreef. “Twijfel niet aan het grote deel dat ik heb in uw leed (…) Houd altijd van mij, mijn lieve Anna, en wees altijd overtuigd dat u in mij een vader zal vinden die u innig koestert”. Hij schroomde echter niet hier toch ook een politieke noot aan toe te voegen: “U kunt verzekerd zijn”, zo schreef hij, “dat, omdat ik uw belangen zie als de mijne, ik altijd klaar sta om die te steunen”. 

-Simone Nieuwenbroek