Annin & Pepin

Anna van Hannover werd geboren als dochter van Georg August van Hannover (1683-1760), hertog van Brunswijk-Lüneburg en vanaf 1727 als George II koning van Groot-Brittannië en Ierland, en Carolina, markgravin van Brandenburg-Anspach (1683-1737). Toen haar vader de Britse troon besteeg in 1727, mocht Anna de titel van Princess Royal voerenDe onderhandelingen over haar huwelijk waren toen al enige jaren aan de gang. 

Portret Anna van Hannover, Johann Valentin Tischbein, 1753, Rijksmuseum: SK-A-406 via: https://bit.ly/36dOYAK

Anne was al ruim de twintig gepasseerd, en met vier jongere zussen had haar huwelijk prioriteit. Als oudste kind moest ze de eerste zijn die trouwde en ook nog eens met een betere partner dan haar jongere zussen. De vereniging van Engeland en Hannover in 1714 had echter een dynastiek probleem veroorzaakt: de kleine Duitse prinselijke families die de echtgenoot voor de dochter van een keurvorst zouden kunnen leveren, waren te onbeduidend voor de Princess Royal van Engeland. Er waren maar weinig andere opties. Hoewel de toekomstige Franse koning Lodewijk XV (1710-1774)  in eerste instantie nog werd overwogen als huwelijkskandidaat, viel deze al snel af, evenals de koningshuizen van Spanje en Italië. Dit was voornamelijk uit angst dat hun religieuze verschillen problemen zouden kunnen veroorzaken. (1)  

Pas in 1732 werd er serieus over Willem IV van Oranje-Nassau als huwelijkskandidaat voor Anna gedacht. Dit was omdat de erfeniskwestie van de in 1702 overleden koning-stadhouder Willem III inmiddels was afgerond en de Friese stadhouders nu ook officieel de prinselijke Oranje-titel mochten voeren. Daarmee werd het verschil in stand tussen Anna en Willem aanzienlijk verminderd. (2) 

Huwelijk van Willem IV met prinses Anna, J. Rigaud naar ontw. William Kent. Rijksmuseum, Amsterdam.

Al twee keer eerder in de zeventiende eeuw waren Engelse prinsessen in het Huis van Oranje getrouwd en een Nederlandse alliantie leek nu de enige mogelijkheid voor Anna, maar toch waren er voor haar ook nadelen. Willems titel kon niet langer in verband worden gebracht met zijn macht. (2) In 1702, toen koning-stadhouder Willem III overleed, verbraken de meeste Nederlandse provincies hun banden met de familie door geen opvolger als stadhouder aan te wijzen: het ‘Tweede Stadhouderloze Tijdperk’.  Daarnaast was het uiterlijk van de jonge prins aangetast. Door een val uit zijn jeugd had Willem een vergroeide rug, maar Anna was overtuigd dat ze met hem wilde trouwen, ‘zelfs als hij een baviaan was’. (3) Haar voornaamste reden hiervoor was dat ze niet alleen wilde eindigen aan het hof van haar vader en broer, met wie ze het beide niet goed kon opschieten. De Nederlandse prins was nagenoeg de enige overgebleven kandidaat als protestantse huwelijkspartner, aangezien de lagere Duitse adel geen geschikte optie was voor een huwelijk met een Engelse prinses. In 1733 werd het huwelijk na jarenlange onderhandelingen uiteindelijk door beide partijen goedgekeurd. Na dit heugelijke nieuws schreef Willem zijn toekomstige bruid een liefdevolle brief: 

Het huwelijk stond gepland voor het najaar van 1733, maar bij aankomst in Engeland werd Willem IV, die altijd al een zwakke gezondheid had gehad, ziek, waardoor de ceremonie moest worden uitgesteld. In maart 1734 was hij voldoende hersteld om de bruiloft te laten plaatsvinden. Toen het stel na hun huwelijk en huwelijksreis in de Republiek aankwam, wachtte hen geen warm onthaal. De regenten waren niet enthousiast over zijn huwelijk met een Engelse prinses, omdat Engeland de grootste handelsconcurrent was. Bovendien zou deze verbintenis het prestige van het stadhouderschap vergroten en het Nederlandse volk mogelijk opwarmen voor een eventuele terugkeer van de stadhouder. 

Gerard van Swieten zoals afgebeeld op het Kaiserbild in het Naturhistorisches Museum te Wenen, bron: wikipedia.org

Uit het huwelijk kwamen vijf kinderen, van wie er drie kort na de geboorte stierven. In 1743 kwam in Leeuwarden Carolina Wilhelmina ter wereld en zij werd in 1747 gevolgd door een zoon, de latere stadhouder Willem V. In maart 1745 schrijft Willem in een brief aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel over zijn zorgen over de zwangere Anna die veel bloedverlies heeft. Omdat men vreesde voor een miskraam, werd Gerard van Swieten, de latere lijfarts van Maria Theresia van Oostenrijk, geconsulteerd. 

Pagina uit brief van Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-010 via: https://bit.ly/3mgsDIb
Detail van een brief van Willem IV aan zijn echtgenote Anna van Hannover, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A30-430a via: https://bit.ly/3mesKE2

Hoewel het in eerste instantie geen verbinding was die uit liefde was ontstaan, pakte het huwelijk goed uit. Er bloeide genegenheid tussen de twee, die elkaar in hun brieven liefkozend Anin en Pepin noemden. Willems vroege dood in 1751 was dan ook moeilijk voor Anna. Naar het schijnt bleef ze zelfs na de begrafenis nog een paar nachten slapen op de treden van het podium waar haar echtgenoot lag opgebaard.  (4) In de onderstaande brief condoleert haar vader koning George II haar met het verlies van haar echtgenoot. 

Portret Koning George II van Groot-Brittannië, Thomas Hudson, circa 1744, National Portrait Gallery, via: Wikipedia.org 
Brief van koning George II van Groot-Brittannië aan zijn dochter Anna van Hannover, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A30-430c via: https://bit.ly/3m85EPs

Transcriptie brief Willem IV aan Anna van Hannover: https://bit.ly/33oGAMG
Madame, 

La liberté que je prends d’assurer Votre Altesse Roiale de mes respects par ses lignes sans lui en avoir préalablement fait demender la permission, me fera peut-être passer pour trop téméraire dans son esprit, mais j’ai plutôt voulu encourir ce blâme, que de pêcher du coté l’empressement. D’ailleurs, Madame, je l’avoue ce ne serait pas sans me faire une extrême violence que je garderois le silence, que ce même empressement que les sentiments dont mon cœur est rempli et pénétré pour Votre Alt. Roiale fassent mon apologie, et serve d’excuse à mon trop de hardiesse. 
Leurs Majestez m’ont fait la grâce de me nommer pour avoir le bonheur de devenir votre époux, puis je me flatter, Madame, que ce choix ne vous déplaît pas entièrement, et que V.A.R. voudra bien augmenter ma joie par son aveu. Je sçai bien que je suis infiniment au-dessous du bonheur qui m’attend, mais rien ne me sera difficile et je ne négligerai rien pour le mériter, c’est à me rendre digne de vous que j’emploierai tout ma vie et tout mes efforts. C’est à la possession de votre cœur, Madame, que j’aspire, c’est là que je fixe tout mon bonheur, je m’estimerai le plus heureux des mortels quand je l’aurai obtenu. Les mommens me paraîtront des siècles jusqu’à ce que j’aie le bonheur de vous le demander à vos pieds et de vous y témoigner par mes assiduité combien je vous aime. Ce mot m’est échappé, pardonné-le Madame. Pardonné aussi la longueur de ma lettre, le bonheur que j’ai de vous écrire, et la douce satisfaction que j’exressens et telle que ce n’est qu’avec peine que je finis, en assurant V.A.R. que je serai jusqu’au dernier soupir de ma vie avec tout l’attachement le zèle et le respect possible,

de Votre Altesse Roiale,
le très humble et très obéissant serviteur 
G.C.H.F. Prince D’Orange
À La Haie, ce 26 mai 1733

Transcriptie derde bladzijde brief Willem IV aan Maria Louise van Hessen-Kassel: https://bit.ly/3mgsDIb
[…] Heureusement la Mehlbaum est arrivé de Cassel dimanche & elle et moi avons persuadé la Princesse de voir et de parler à une sagefemme, qui n’assure pas que la fausse couche se fera, mais ne peut pas dire aussi qu’elle n’aura point lieu. Ce qu’il y a de singulier, c’est que la perte de sang diminué un peu hier & aujourd’ui a été assez forte les deux jours précédents, et quelle ne sent cependant aucune douleur. Le fameux Van Swieten, qui es le second Boerhaeven, ne sçavoit vendredi qu’en augurer. Nous attendrons le neuvième jour pour consulter ultérieurement, et j’espère en Dieu que quoiqu’il arrive la santé de la Princesse n’en sera pas exposée ni altérée. […]

Transcriptie George II aan Anna van Hannover:
Kensington 17/28 oct. 1751

Vous ne doutés pas, ma chère fille, de la part très sincère que je prends à votre juste affliction. Mais quelque grande qu’elle soit, j’espère que la situation de votre famille, le bien public, et votre intérêt propre vous feront faire des efforts pour la surmonter, et pour conserver votre santé qui m’intéresse très particulièrement. Le l. d’Holdernesse, qui vous rendra cette lettre, vous donnera toutes les assurances de ma tendresse, et des efforts que je ferai pour vous soutenir. Aimés-moy toujours, ma chère Anne, et soyez persuadée que vous trouverez toujours en moy un père qui vous chérit tendrement,

George R.

Bronvermelding:
(1): Veronica Baker-Smith, in red. Clarissa Campbell Orr: Queenship in Britain: Royal Patronage, Court Culture and Dynastic Politics (Bath 2002), 193-206, aldaar 193. 
(2) Frans Willem Lantink, Anna van Hannover, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. 30 januari 2014, via: https://bit.ly/3lbBjhJ
(3): John van der Kiste, George II and Queen Caroline (Gloucestershire 1997)
(4): Trudie Rosa Carvalho, De Trouwjapon van prinses Anna van Hannover, 30 maart 2018, via: https://bit.ly/39iRfwn

Brieven aan grootmama

Maria Louise schreef vaak met haar familieleden die door heel Europa woonden. Ze schreef echter ook veel met haar (klein)kinderen in Den Haag. Zo hebben we al eens eerder geschreven over de brieven die Willem IV als kind aan zijn moeder schreef, maar ook haar kleinkinderen zijn terug te vinden in de correspondenties. Hieronder is de eerste brief die haar kleinzoon, de toekomstige stadhouder Willem V, op bijna vijfjarige leeftijd eigenhandig aan zijn oma Maria Louise van Hessen-Kassel schreef: 

Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/35ILqWG

Transcriptie: 
Grot mama, ick daenkie vor dat ghi min ennen brief heft gescreven hept. 
Prins van Orange
Willem [C.D’Orange]

Portret van de jonge Willem V, omstreeks 1750, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org

Willem V werd in Den Haag geboren als zoon van Anna van Hannover en erfstadhouder Willem IV. In 1751, toen Willem V pas drie jaar oud was, overleed zijn vader Willem IV. Hij werd hierna opgevoed door zijn moeder Anna, maar ook zij zou komen te overlijden in 1759. Zijn oma, de ruim 70-jarige Maria Louise van Hessen-Kassel, nam het regentschap, ondanks haar zwakke gezondheid, over van haar schoondochter Anna van Hannover. Dit was al in 1755 bepaald. Marie Louise en de Engelse koning George II zouden als toeziende voogden optreden totdat Willem V in 1766 de achttienjarige leeftijd zou bereiken. Praktisch gezien zou de voogdij in handen liggen van de hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel (1718-1788), die al gedurende de jaren dat Anna gouvernante was de militaire ambten die verbonden waren aan het erfstadhouderschap had waargenomen. Door middel van een regelmatige briefwisseling bleven Maria Louise en de hertog in contact. (1)

Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org

Vanaf 1762 begon Willem zijn grootmoeder regelmatig te schrijven. In totaal zijn er 90 brieven uit de correspondentie met haar kleinzoon bewaard gebleven. Het ging hierbij het vaak om formele brieven, waarin hij hoopte dat het goed ging met zijn oma en hij haar bijvoorbeeld een gelukkig nieuwjaar of een fijne verjaardag wenste, zoals hieronder:

Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kJB9xW

Transcriptie: 
Ma tres chère Grand-mère,
j’espère que vous vous portiés bien toujours, & je vous félicite sur votre jour de naisance. 
Ma tres chère Grandmère,
votre tres cher petit-fils
& votre très humble & obéissant serviteur

À La Haje, ce 18 février
Prince d’Orange

Portret van Maria Louise, prinses van Oranje-Nassau, Jacob Houbraken, naar Hendrik Pothoven, naar Bernardus Accama (I), 1751,Rijksmuseum via: https://bit.ly/35INFJA

In latere jaren bleef deze toon min of meer gelijk, al werden de brieven wel iets gedetailleerder. Zo vroeg Willem zijn grootmoeder wanneer ze richting Den Haag zou komen, informeerde hij haar over zijn eigen reizen en familienieuws en hij vroeg vaak naar haar gezondheid. In de correspondentie lezen we ook de antwoorden van Maria Louise. Op haar beurt hield Maria Louise zich op afstand bezig met de opvoeding van haar kleinkinderen en vertelde ze Willem over haar gezondheid. De briefwisseling met haar kleinkinderen, maar ook met andere familieleden en haar medewerkers, was er in de loop der jaren niet makkelijker op geworden voor Maria Louise. In de onderstaande brief verontschuldigt zij zich tegenover haar kleinzoon, omdat ze hem niet eerder kon schreven vanwege ziekte. Ze is alleen in staat om de brief te ondertekenen, maar ze belooft de volgende keer weer zelf te schrijven.

Brief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan haar kleinzoon Willem V, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kM8Rmf

Transcriptie:
Monsieur mon très cher fils,
Je m’étois flatteé que je serois aujourd’hui en état de m’aquiter de mon plus doux devoir en répondant a Votre Altesse par une lettre de ma main. Mais ma foiblesse me refusant encore ce plaisir, il m’est impossible de différer plus longtems mes rémercimens les plus sincère pour la part que mon très cher fils prend à mon indisposition; ce qui m’est non seulement une grande consolation, mais aussi un vrai cordial. J’espère de pouvoir bientôt écrire moi-même et de témoigner alors la tendresse et l’attachement avec lesquels je suis. 

Signée de la main de S.A. 
Monsieur mon tres cheri Fils, 
de Votre Altesse
votre très dévouée et très tèndre
grand-mère

Haar zwakke gezondheid eiste veel van haar, maar desondanks bleef ze in de laatste jaren van haar leven veel corresponderen met haar kleinkinderen en met de hertog van Brunswijk. Op de zaterdag voor Pasen in 1765 had ze die morgen nog eigenhandig de brieven getekend die moesten worden verzonden, maar vlak hierna werd ze erg benauwd en kreeg ze te maken met koortsaanvallen. De koorts hield twee etmalen aan en uiteindelijk overleed ze die dinsdag, op 9 april 1765 op 77-jarige leeftijd in Leeuwarden.

(1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 33.

Een wereldwijde correspondentie

Zoals we al eerder schreven in de blogpost over Maria Louise van Hessen-Kassels broer Wilhelm VIII, correspondeerde zij gedurende haar tijd in Leeuwarden veel met haar Duitse familie. Oorspronkelijk kwam zij uit Hessen, waar haar familie regeerde over het landgraafschap Hessen-Kassel. Zo schreef ze veel met haar broers en zussen in Kassel, maar door de vele adellijke huwelijken had ze door heel Duitsland (en zelfs in Zweden en Denemarken) familie wonen. 

Wij waren benieuwd hoe het totale plaatje van Maria Louises correspondentie eruitzag. Met wie correspondeerde ze nog meer, behalve met haar familie? Waarom en waarover schreven ze zoal? Die vragen kunnen we pas echt beantwoorden wanneer de digitalisering van haar correspondentie afgerond zal zijn, pas dan kan onderzoek worden gedaan op briefniveau. Wel kunnen we al een uitspraak doen over de categorieën van correspondenten en de plaatsen waarvandaan zij hun brieven schreven. Daarom hebben we het correspondentienetwerk van Marie-Louise in kaart gebracht met behulp van Nodegoat. (1)

Portret van Maria Louise van Hessen-Kassel, door Johann Philip Behr, circa 1756, Rijksmuseum Amsterdam 

Maria Louises correspondentienetwerk was enorm groot! Haar volledige briefwisseling is eerder geïnventariseerd door medewerkers van Koninklijke Verzamelingen in Den Haag en Tresoar in Leeuwarden. (2) In totaal onderhield zij zo’n 300 correspondenties met onder meer haar familie in Duitsland, belangrijke politieke figuren in Leeuwarden, Den Haag en Amsterdam en vaak ook met predikanten. Maria Louise had van haar moeder geleerd zo godvruchtig mogelijk te leven. Haar geloof was haar houvast en daarom schreef ze veel met predikanten over het geloof. Daarnaast waren er ook ‘reguliere’ burgers die haar schreven met specifieke verzoeken, bijvoorbeeld voor aanbevelingen van hun zoon of dochter voor een functie.

Conceptbrief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan Charles Emilius Henri de Cheusses, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag) A28-190, via: https://bit.ly/3eQs7Oa

Vogels uit Suriname
Toch reikte Marie-Louises correspondentie verder dan alleen de Nederlandse Republiek of Europa. Ze stuurde ook brieven naar Java en ze voerde een briefwisseling met de toenmalige gouverneur-generaal van Suriname, Charles Emilius Henri de Cheusses (1702-1734). De gouverneur-generaal had haar vogels gestuurd, te weten twee ‘pauwise’ twee ‘phesans de la coste de Guinée’ en een zeldzame ‘cojakkie’. De ‘pauwise’ betrof een powisi wat waarschijnlijk de zwarte hokko is, de ‘phesan de la coste de Guinée’ was vermoedelijk een hoatzin of stinkvogel, en de ‘cojakkie’ zal waarschijnlijk een roodsnaveltoekan zijn geweest. Marie-Louise schreef hem een bedankbrief, waarin zij helaas ook moest melden dat alleen de twee powisi’s de reis hadden overleefd.

De afbeelding hieronder brengt haar volledige correspondentie in kaart met daaronder nog een ingezoomde afbeelding van specifiek Europa. Een belangrijke noot is dat het bij deze kaarten slechts gaat om individuele personen, hierbij wordt dus niet gekeken hoe vaak zij met deze personen correspondeerde. Zo zal ze veel meer met haar zoon stadhouder Willem IV hebben gecorrespondeerd dan met een adellijke heer die eenmalig een verzoek had aan Maria Louise, maar dat laten deze kaarten niet zien. De visualisatie is gebaseerd op de woonplaatsen van de correspondenten. Zij zullen echter ook vanuit andere plaatsen aan Maria Louise hebben geschreven. Die gegevens kunnen pas worden verwerkt als de metadata van de individuele brieven zijn ingevoerd.

De focus van Maria Louises correspondenties lag natuurlijk voornamelijk op de Nederlandse Republiek – en daarbinnen voornamelijk Friesland – en de omliggende gebieden waar veel familie van Maria Louise woonde. Ze had veel contact met politieke figuren uit verschillende Friese steden, maar ze had ook veel relaties in Amsterdam en Den Haag die haar op de hoogte hielden van de laatste politieke ontwikkelingen. Als laatste valt Londen op. Daar had ze contact met koning George II van Groot-Brittannië en zijn familie. Dit betrof vooral de huwelijksonderhandelingen over het aanstaande huwelijk tussen haar zoon, de latere stadhouder Willem IV, en de dochter van de Britse koning Anna van Hannover. 

Ingezoomde kaart met daarop de verzendplaatsen uit Nederland en Duitsland. Voor de leesbaarheid zijn hier de lijnen weggehaald, zodat de steden beter zichtbaar zijn.

(1) Deze visualisaties zijn mogelijk gemaakt met behulp van nodegoat: Bree, P. van, Kessels, G., (2013). nodegoat: a web-based data management, network analysis & visualisation environment, https://nodegoat.net from LAB1100, https://lab1100.com
(2) Arie Pieter van Nienes en Marijke Bruggeman, Archieven van de Friese Stadhouders: inventarissen van de archieven van de Friese Stadhouders van Willem Lodewijk tot en met Willem V, 1584-1795 (Hilversum 2003), 295-335.
(3) Met dank aan Frank Kanhai.

Transcriptie brief van Maria Louise aan de gouverneur-generaal van Suriname:
À monsieur de Cheusses à Suriname
Monsieur,
J’ai bien reçu vôtre lettre du 3e d’avril dernier et quelque jours après les deux ‘pauwise’ que le capitaine Jean Lambreghse Hogendorp m’a envoyé, mais par raport aux autres oiseaux le dit capitaine a dit qu’ils étaient morts en chemin. Je vous suis bien obligée, monsieur, de la peine que vous avez prise. J’ai vu par là vôtre intention à me faire plaisir; je vous prie d’être persuadé de ma bienveillance envers vous; et je tâcherai dans toutes les occasions de vous rendre quelque service, et de vous témoigner combien je suis avec beaucoup d’estime, 

Monsieur,
vôtre très affectionneé

Mary Stuart I, Princess Royal & Prinses van Oranje

Maria Henrietta (Mary) Stuart (1631-1660) schrijft in de eerste jaren van haar verblijf aan het Haagse Hof vaak aan haar hofdame Katherine Stanhope. Deze brief van Mary Stuart is een van de bijna vierduizend brieven uit de online brievencatalogus van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhoudersvrouwen. De veertienjarige Mary Stuart schrijft Lady Stanhope over een jurk die zij via mademoiselle La Garde, een andere hofdame, in Frankrijk wil bestellen. Verder spreekt er eenzaamheid uit haar brief. Verontwaardigd schrijft ze dat haar schoonouders haar alleen hebben achtergelaten en dat ze ernaar uitziet Lady Stanhope weer terug te zien:

For the Lady Stanhope
My deare Lady, 
Before I came from The Hage I hed at mind to send for a goune into France and now I send you the letter I have wret to Lagard about it to pray you to send my mesure with it end if there bee anything els that is nessesere that I have not sent for I pray you to writ for it and pray send this letter as soone as you can. I pass my time well anouf heer, butt I confesse I touk it very onkindly that the prince and princesse of Orange were abrod la[st] sonday and left me all alone at home. My deare lady I should bee very glade to see you againe, meenewhyle assure yourselfe that I am and evere shall bee, your most faithfull and loving freand,
Marie
16 avril 1646 (1)

De brief aan Lady Stanhope staat symbool voor de boodschap achter de publicatie van álle brieven van Mary Stuart: aan de ene kan zien we hier een persoonlijk briefje van een eenzaam meisje, maar aan de andere kant markeert deze brief het begin van een belangrijke dynastieke Stuart-Oranje relatie. Ook betekent het de start van een lange correspondentie die Mary Stuart zou voeren, eerst als echtgenote van de Hollandse stadhouder Willem II (1626-1650) en later als zijn weduwe en moeder van de toekomstige stadhouder-koning Willem III (1650-1702). 

Correspondentie van de stadhoudersvrouwen
Gendervooroordelen hebben vrouwen lang uit de geschiedschrijving gehouden. Brieven van vrouwen werden vaak genegeerd of zelfs vernietigd. En hoewel vrouwen lang zijn weerhouden van het uitoefenen van directe politieke macht, zochten ze actief naar andere middelen om hun invloed uit te oefenen; een belangrijk middel daarbij was het voeren van correspondenties. Al in 1998 pleitte historica Els Kloek voor meer onderzoek naar de prinsessen van Oranje. Tot nu toe zijn onafhankelijke onderzoeken naar de echtgenotes van de Hollandse en Friese leiders en hun kringen echter zeldzaam, omdat hun correspondentie nooit volledig is uitgegeven. De opkomst van vrouwengeschiedenis als vakgebied heeft nu ook zijn uitwerking op de groeiende belangstelling voor vrouwencorrespondenties.

In samenwerking met Koninklijke Verzamelingen Den Haag, waar de meeste brieven van de stadhoudersvrouwen worden bewaard, hebben het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) en Oxford University’s Cultures of Knowledge de correspondenties van de echtgenotes van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhouders gedigitaliseerd en ontsloten via de catalogi van Early Modern Letters Online (afgekort: EMLO). Kleinere porties brieven zijn opgespoord in de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief, Landeshauptarchiv Sachsen-Anhalt en de Bodleian Libraries. Intussen wordt nog gewerkt aan de toevoeging van de correspondenties van de zestiende- en achttiende-eeuwse stadhoudersvrouwen. 

De collectie van de Stadhoudersvrouwen is overkoepelend doorzoekbaar of individueel per vrouw. De bestudering van deze brieven zal het bestaande beeld van deze stadhoudersvrouwen gaan veranderen: vanaf nu kunnen we niet alleen kennisnemen van de inhoud van hun brieven, maar ook hun netwerken in beeld gaan brengen. 

De correspondentie van Mary Stuart I maakt deel uit van deze online catalogus en beslaat momenteel 353 brieven. Hoewel Mary haar meeste brieven schreef nadat zij weduwe was geworden, richt dit artikel zich op twee brieven die Mary schreef in de periode daaraan voorafgaand.

Willem II en zijn bruid Maria Stuart, Anthony van Dyck, 1641. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.

Een vorstelijk huwelijk
Op 4 november 1631 kwam Mary ter wereld als het tweede kind van de Engelse koning Karel I en diens echtgenote Henriette Maria. Haar eerste levensjaren bracht ze tamelijk onbezorgd door met haar broers Karel, James, Henry en zusjes Elizabeth en Anne. De sterke band die toen met haar broers ontstond, zou Mary haar hele leven koesteren.

Nadat stadhouder Frederik Hendrik en zijn echtgenote Amalia von Solms eerder al een vergeefse poging hadden gewaagd hun zoon prins Willem uit te huwelijken aan Karel Stuarts dochter Elizabeth, kwam de Engelse koning hier begin 1640 op terug. Omdat zijn positie in Engeland in de aanloop naar de Eerste Engelse Burgeroorlog begon te kenteren, kwam hem een alliantie door middel van een huwelijksmatch met een vorst uit een bevriend buurland bij nader inzien goed uit. Nadat Frederik Hendrik en Amalia dit positieve signaal hadden vernomen, stuurden zij een delegatie met de drie hoogste Edelen naar Engeland. De afvaardiging maakte Karel duidelijk dat het stadhouderlijk paar deze keer alleen genoegen nam met een huwelijk van hun zoon met Karels oudste dochter Mary. Haar katholieke moeder Henriette Maria verzette zich hier heftig tegen omdat zij plannen had Mary uit te huwelijken aan de Spaanse koning Filips IV. Ook koning Karel aarzelde, maar de door de Oranjes verzekerde hulp bij mogelijke toekomstige binnenlandse problemen en de toezegging om steun bij de restitutie van de Palts voor zijn zuster Elizabeth Stuart, die in Den Haag in ballingschap verbleef, trokken de Engelse koning over de streep. 

 Zo reisde de vijftienjarige prins Willem in april 1641 af naar Engeland om op 2 mei in de Royal Chapel van Whitehall in het huwelijk te treden met de negenjarige Mary. Zonder het huwelijk te hebben geconsummeerd, conform de voorwaarden, vertrok de prins weer naar het vasteland. Behalve dat voor Mary een bruidschat van veertigduizend pond zou worden betaald –  een bedrag dat uiteindelijk pas in 1679 zou worden uitgekeerd – was ook overeengekomen dat zij de gelegenheid kreeg in de Republiek de godsdienst te kunnen beoefenen volgens de riten van de Anglicaanse Kerk. Verder was er onder meer bedongen dat zij een maximum aantal van 26 mannelijke en 14 vrouwelijke door haar vader uitgekozen Engelse dienaren mee mocht nemen.

Fragment uit de lijst met het gevolg van Mary Stuart. Collectie Koninklijke Verzamelingen,  A15-II-8.

In maart 1642 zou Henrietta Maria haar dochter Mary met haar hofhouding in de Republiek bij haar echtgenoot en zijn familie afleveren. Deze gelegenheid combineerde de koningin met een rondreis door de Republiek om steun in de vorm van geld en wapens voor haar echtgenoot te krijgen tegen de Engelse opstandelingen. Zo nu en dan vergezelden Mary en haar kersverse echtgenoot Willem en diens vader Frederik Hendrik koningin Henriette Maria met haar gevolg van meer dan driehonderd dienaren op haar tournee. De meeste tijd verbleef de kleine Mary echter aan het hof van haar schoonmoeder Amalia von Solms in Den Haag. 

De Heenvliets
Vanaf het moment dat Mary in de Republiek aankwam, begon zij brieven te schrijven. De meeste correspondentie die uit de eerste periode van haar huwelijk dateert, bevindt zich in de collectie van Johan Polyander van den Kerckhoven, in Engelse en Hollandse kringen bekend onder de naam van heer van Heenvliet. Hij was een gunsteling van Frederik Hendrik en had al een belangrijke rol gespeeld in de huwelijksonderhandelingen tussen Mary en prins Willem. Zijn invloedrijke positie bleef gehandhaafd toen Heenvliet aangesteld werd als Mary’s secretaris en hofmeester. Om nog meer controle te hebben, zou Heenvliets tweede echtgenote Lady Katherine Stanhope worden benoemd tot haar gouvernante en eerste hofdame. Het briefje aan het begin van dit artikel is gericht aan deze Lady Stanhope en bevindt zich in Heenvliets collectie. Na de dood van haar echtgenoot Heenvliet verleende koning Karel II haar de titel ‘gravin van Chesterfield’. Zij bleef prinses Mary dienen tot haar overlijden op 24 december 1660. 

Heenvliets brieven worden bewaard in de Bodleian Library. De collectie bevat niet alleen brieven van Mary aan Heenvliet en diens echtgenote, maar ook Mary’s correspondentie met haar vader Karel I en haar moeder Henrietta Maria. Verder zijn er brieven van haar broers Karel (de latere koning Karel II), James, hertog van York, Henry, hertog van Gloucester en haar jong gestorven zusje Elizabeth.

Frederik Hendrik en Amalia
Met haar schoonvader Frederik Hendrik had Mary een goede band. Er is bekend dat hij een zwak voor haar had. Van Mary aan Frederik Hendrik zijn twaalf brieven bewaard gebleven. De eerste, keurig in het Frans geschreven brief die zij meegaf aan haar kersverse echtgenoot op zijn terugreis naar de Republiek, zal bij de stadhouder goede aarde zal zijn gevallen. De brief is ongedateerd, maar Constantijn Huygens, secretaris van Frederik Hendrik, noteerde linksboven de datum van ontvangst: 25 juni 1641.

Brief van Mary Stuart aan haar schoonvader Frederik Hendrik, 25 juni 1641. Collectie Koninklijke Verzamelingen, A14–XIA, fol. 34.

Met haar schoonmoeder Amalia kon Mary het niet goed vinden. Amalia vertrouwde haar schoondochter niet en die gevoelens waren wederzijds. Mary had meer op met haar tante Elizabeth Stuart, de Winterkoningin. Amalia, die voor haar huwelijk met de stadhouder hofdame van Elizabeth was geweest, ergerde zich mateloos aan het feit dat er nu twee concurrerende Stuart-hoven in Den Haag waren. Toen Amalia’s echtgenoot Frederik Hendrik overleed en haar zoon Willem stadhouder werd en Mary daardoor de titel van prinses van Oranje mocht dragen, bekoelde de relatie tussen moeder en schoondochter nog meer.

Brievenboek
Op 6 november 1650 zou stadhouder Willem II plotseling overlijden aan de pokken. Een week later beviel Mary van hun enige kind: toekomstig stadhouder-koning Willem III. De onenigheid tussen Mary en Amalia die hierna volgde over de voogdij van de erfopvolger zou de komende jaren hoog oplopen en de rivaliteit tussen moeder en schoondochter verergeren.

Vrijwel meteen de dood van haar echtgenoot begon Mary zich in te zetten voor de belangen van haar zoon. Dat deed ze vooral door te corresponderen met de vorsten en instellingen waarmee haar man eerder in contact had gestaan. Koninklijke Verzamelingen Den Haag bewaart een brievenboek met 275 brieven die Mary schreef in de periode van 1651 tot en met 1661. Veel van die brieven handelen over de geschillen die zij had met haar schoonmoeder Amalia von Solms over de voogdij en de opvoeding van haar zoon en de belangen die ze voor hem behartigde met betrekking tot het prinsdom van Orange in Frankrijk. Dit brievenboek is gedigitaliseerd en ook online raadpleegbaar via de catalogus van Early Modern Letters Online.

In de Engelse geschiedschrijving werd Mary’s trouw aan haar Engelse familie geroemd. De Nederlandse historiografie heeft Mary Stuart echter altijd een negatieve reputatie toebedeeld, die al door haar tijdgenoten in de Republiek werd gedeeld. Omdat haar correspondentie nu volledig beschikbaar is, kan de lezer daar zelf opnieuw een oordeel over vormen.

> Ineke Huysman

Transcriptie brief Mary Stuart aan Frederik Hendrik:
R[eçu] 25 juni 1641 

Monsieur mon beau-père,

Puisque monsieur le prince Guillaume vous donnera sette lettre, je me remeteray à luy assurer du désir que j’ay de vous pouvoir faire voir par mes actions l’estime que je fais de vos bonnes grâces et le soing que je aporteray toujours à les conserver comme une chose qui m’est très chère, ce que j[e] vous suplie de croyre, comme estant, 

monsieur mon beau-père, 
vostre très affectionnée et obéïsante fille,
Marie

Bronnen
(1) Bodleian Library, University of Oxford: MS Rawl. Letters 115, fols 167–169.
(2) Dit artikel is eerder verschenen in een uitgave van de Nederlandse Maatschappij der Letteren, zie: Ineke Huysman, ‘Mary I Stuart, Princess Royal en Prinses van Oranje’, Nieuw Letterkundig Magazijn 36 (2018) 10-13.

Het huwelijk van Maria Louise en Johan Willem Friso

Ruiterportret Johan Willem Friso, door Joseph Küfner, tweede helft achttiende eeuw, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag).

Johan Willem Friso van Nassau-Dietz werd geboren te Dessau op 4 augustus 1687. Hij was de oudste zoon van de Friese stadhouder Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz en Henriette Amalia van Anhalt-Dessau. De kinderloze Willem III (1650-1702), stadhouder en koning van Groot-Brittannië, werd zijn peetvader. In 1696 stierf Friso’s vader en werd Henriëtte Amalia regentes voor haar minderjarige zoon. In 1702 overleed Willem III, zijn machtige beschermer, en liet hem de titel Prins van Oranje na.

In 1707 werd Friso officieel aangesteld als stadhouder van Friesland en in 1708 van Groningen. De zekerstelling van de toekomst van het huis Oranje vergde dat hij huwde. Het was vooral zijn moeder Henriëtte Amalia die daarop aandrong. Het leven, zeker dat van een jongeman in oorlogstijd, was onzeker en dus diende er zo spoedig mogelijk een stamhouder te komen. (1) Zijn moeder stelde een lijstje op met huwelijkskandidaten, onder wie Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765). In Kassel ontmoette Friso zijn aanstaande bruid prinses Maria Louise. Na de eerste kennismaking zond Friso haar een brief met verzekering van ‘oprechte en waarachtige eerbied’ en dank voor de ‘vriendschap’ die hij hoopte meer en meer te kunnen verwerven. (2) Bij de zakelijke onderhandelingen over het huwelijkscontract bleek niets meer in de weg te staan, waarna de officiële verloving volgde. 

Allegorie op intocht van Johan Willem Friso en Maria Louise in Leeuwarden, 1710, Matthijs Pool, naar Arnold Houbraken, 1710, Rijksmuseum, via: https://bit.ly/3elozDw

Op 26 april 1709 werd het huwelijk in Kassel voltrokken, waarna het paar ging wonen op het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Maria Louises echtgenoot was niet veel thuis omdat hij vanwege de Spaanse Successieoorlog vrijwel altijd op het slagveld te vinden was. (3) Dit resulteerde erin dat ze elkaar veel schreven, iets waaraan wij nu informatie kunnen ontlenen. Helaas is kunnen we vanuit de brieven niet zeggen of er echt sprake was van een liefdevol huwelijk, omdat deze brieven vooral bestudeerd moeten worden in de context van de formele gebruiken van de achttiende eeuw. Er werden veelal standaard formele termen gebruikt voor wanneer er intieme gevoelens en relaties onder woorden gebracht moesten worden. (4) Deze gebruiken zijn goed terug te lezen in een van de eerste (bewaard gebleven) brieven die Friso aan Maria Louise stuurde: 

Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/3mKm5RS

Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins […]

Eenmaal getrouwd schreef Friso om de acht tot tien dagen een brief aan zijn echtgenote, waarvan er in totaal 135 bewaard zijn. (5) Friso was vaak maanden weg, maar zijn brieven waren altijd kort, tamelijk onpersoonlijk en heel beleefd. In 1710 raakte Maria Louise in verwachting en bracht later datzelfde jaar een gezonde dochter ter wereld, Anna Charlotte Amelia van Nassau-Dietz. Over haar tragische bestaan hebben we een aparte blogpost geschreven.

Gravure van de verdrinkingsdood van prins Johan Willem Friso, door Reinier Vinkeles (1741-1816), via: Museum Het Land van Strijen

Het huwelijk van Friso en Maria Louise was helaas maar van korte duur. Op 9 juli 1711 schrijft Johan Willem Friso een haastige brief aan zijn echtgenote. (6) Daarin meldt hij op het punt te staan naar Den Haag te reizen om daar, door bemiddeling van de Staten-Generaal, eindelijk met zijn Pruisische rivaal tot een schikking over de erfenis van Willem III te komen. Nog geen week later moest aan de hoogzwangere prinses de verdrinkingsdood van de Prins van Oranje op 14 juli 1711 worden gemeld. Friso wilde het Hollandsch Diep oversteken om zo naar Den Haag te kunnen. Het weer was goed, maar onweer leek op komst. De prins nam plaats in een klein vissersvaartuig waarop zijn koets verscheept stond. Toen de boot bijna de overkant bij Strijensas had bereikt, was het noodweer uitgebleven. De prins was inmiddels uit zijn koets gekomen. De schipper moest enkel nog de zeilen wenden en daarna konden ze aan land gaan. De zeilen werkten alleen niet goed en plots kwam er een flinke windvlaag, die het zeil vulde en de boot deed hellen. Alle opvarenden vielen overboord. Eén persoon (Onno Boldewijn du Tour) wist zich aan de deur van de koets vast te klemmen. Prins Johan Willem Friso klemde zich weer aan hem vast, maar kon hem niet vasthouden toen een golf hem meesleurde. De schipper probeerde nog een reddingsactie op touw te zetten, maar dit bleek tevergeefs: de jonge prins verdronk, evenals zijn kamerheer. De overige opvarenden konden wel worden gered. Pas acht dagen na het ongeluk zag een schipper het lijk van de prins drijven, op ongeveer de plaats van het ongeluk nabij Strijensas. (7)

Maria Louise was al in diepe rouw, want een aantal weken eerder was haar moeder Maria Amalia overleden. De stadhouder had zijn vrouw daarover zelfs nog een brief geschreven, om haar te troosten. De brief dateert van 29 juni 1711. (8) Hij zegt daarin dat hij hoopt dat de dood van haar moeder geen slechte invloed heeft op haar gezondheid. Met bijna vooruitziende blik vervolgt hij: ‘qu’il n’y point de remède contre la mort et qu’il faut ce soumettre à la volonté de notre Seigneur en tout’. Er is geen middel tegen de dood en men moet zich onderwerpen aan Gods wil. 

Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/324DjSl

Zijn laatste brief, geschreven op 9 juli, kwam pas aan toen Maria Louise het bericht al had ontvangen dat Friso verdronken was. (6) In de brief schrijft hij dat hij naar Den Haag moet gaan, en hij verzoekt haar dringend niet die kant op te gaan. Hij zal zelf naar Leeuwarden komen. Zeven weken na de dood van Friso, op 1 september 1711, bracht Maria Louise hun tweede kind ter wereld: een zoon, de latere stadhouder Willem IV. Daarmee was de dynastie veilig gesteld.

Bronnen:
(1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 19.
(2) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 20.
(3) De Spaanse Successieoorlog (1701-1713) was een Europees conflict over de opvolging van de Spaanse troon. Zowel de Franse koning Lodewijk XIV als de Habsburgse koning Leopold maakten er aanspraak op. De Nederlandse Republiek vocht samen met Engeland aan de Habsburgse zijde tegen de Franse coalitie. Toen duidelijk werd dat Frankrijk zich zou overgeven en Spanje af zou staan, volgde de vredesonderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de Vrede van Utrecht (1713) de Vrede van Rastatt (1714) en de Vrede van Baden (1715). De personele unie tussen Frankrijk en Spanje werd voorkomen door een andere troonopvolger aan te wijzen en op deze manier werd er voor het eerst geprobeerd een machtsevenwicht in Europa te bewerkstelligen.
(4) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 21.
(5) Archief Maria Louise, A28-005, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag) 
(6) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/3eiZzNd
(7) Wikipedia, Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, URL: https://bit.ly/35U5m7T Geraadpleegd op 2 november 2020.
(8) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/324DjSl

Transcriptie:
À Loo ce 29me Avril 1708
Madame

Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins, permetté moy don, ma chère princesse, que je vous fasse souvenir de l’amitié que vous m’avez promis avec autent de générosité de me vouloir conservé pendent mon absence, et que je vous puisse assuré que c’est la chause du monde qui tient le plus à cœur. Il faut que je dise à Votre Altesse que tout le monde admire le portrest qu’elle m’a donné, et me félicite en même temps de l’avantage que j’ay de poséder le cœur d’une si belle princesse, le temps me dure déjà que je n’ay plus le plaisir de la voir et de la pouvoir assurer de bouche que je suis avec toute l’ardent possible

Madame
De Votre Altesse
Le très humble et très obéissant serviteur et très fidèle aman
JWF Prince d’Orange et de Nassau

Je prie V.A. d’assurer leurs Altesse de mes très profond respects