Maria Henrietta (Mary) Stuart (1631-1660) schrijft in de eerste jaren van haar verblijf aan het Haagse Hof vaak aan haar hofdame Katherine Stanhope. Deze brief van Mary Stuart is een van de bijna vierduizend brieven uit de online brievencatalogus van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhoudersvrouwen. De veertienjarige Mary Stuart schrijft Lady Stanhope over een jurk die zij via mademoiselle La Garde, een andere hofdame, in Frankrijk wil bestellen. Verder spreekt er eenzaamheid uit haar brief. Verontwaardigd schrijft ze dat haar schoonouders haar alleen hebben achtergelaten en dat ze ernaar uitziet Lady Stanhope weer terug te zien:
For the Lady Stanhope
My deare Lady,
Before I came from The Hage I hed at mind to send for a goune into France and now I send you the letter I have wret to Lagard about it to pray you to send my mesure with it end if there bee anything els that is nessesere that I have not sent for I pray you to writ for it and pray send this letter as soone as you can. I pass my time well anouf heer, butt I confesse I touk it very onkindly that the prince and princesse of Orange were abrod la[st] sonday and left me all alone at home. My deare lady I should bee very glade to see you againe, meenewhyle assure yourselfe that I am and evere shall bee, your most faithfull and loving freand,
Marie
16 avril 1646 (1)
De brief aan Lady Stanhope staat symbool voor de boodschap achter de publicatie van álle brieven van Mary Stuart: aan de ene kan zien we hier een persoonlijk briefje van een eenzaam meisje, maar aan de andere kant markeert deze brief het begin van een belangrijke dynastieke Stuart-Oranje relatie. Ook betekent het de start van een lange correspondentie die Mary Stuart zou voeren, eerst als echtgenote van de Hollandse stadhouder Willem II (1626-1650) en later als zijn weduwe en moeder van de toekomstige stadhouder-koning Willem III (1650-1702).
Correspondentie van de stadhoudersvrouwen
Gendervooroordelen hebben vrouwen lang uit de geschiedschrijving gehouden. Brieven van vrouwen werden vaak genegeerd of zelfs vernietigd. En hoewel vrouwen lang zijn weerhouden van het uitoefenen van directe politieke macht, zochten ze actief naar andere middelen om hun invloed uit te oefenen; een belangrijk middel daarbij was het voeren van correspondenties. Al in 1998 pleitte historica Els Kloek voor meer onderzoek naar de prinsessen van Oranje. Tot nu toe zijn onafhankelijke onderzoeken naar de echtgenotes van de Hollandse en Friese leiders en hun kringen echter zeldzaam, omdat hun correspondentie nooit volledig is uitgegeven. De opkomst van vrouwengeschiedenis als vakgebied heeft nu ook zijn uitwerking op de groeiende belangstelling voor vrouwencorrespondenties.
In samenwerking met Koninklijke Verzamelingen Den Haag, waar de meeste brieven van de stadhoudersvrouwen worden bewaard, hebben het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) en Oxford University’s Cultures of Knowledge de correspondenties van de echtgenotes van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhouders gedigitaliseerd en ontsloten via de catalogi van Early Modern Letters Online (afgekort: EMLO). Kleinere porties brieven zijn opgespoord in de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief, Landeshauptarchiv Sachsen-Anhalt en de Bodleian Libraries. Intussen wordt nog gewerkt aan de toevoeging van de correspondenties van de zestiende- en achttiende-eeuwse stadhoudersvrouwen.
De collectie van de Stadhoudersvrouwen is overkoepelend doorzoekbaar of individueel per vrouw. De bestudering van deze brieven zal het bestaande beeld van deze stadhoudersvrouwen gaan veranderen: vanaf nu kunnen we niet alleen kennisnemen van de inhoud van hun brieven, maar ook hun netwerken in beeld gaan brengen.
De correspondentie van Mary Stuart I maakt deel uit van deze online catalogus en beslaat momenteel 353 brieven. Hoewel Mary haar meeste brieven schreef nadat zij weduwe was geworden, richt dit artikel zich op twee brieven die Mary schreef in de periode daaraan voorafgaand.

Een vorstelijk huwelijk
Op 4 november 1631 kwam Mary ter wereld als het tweede kind van de Engelse koning Karel I en diens echtgenote Henriette Maria. Haar eerste levensjaren bracht ze tamelijk onbezorgd door met haar broers Karel, James, Henry en zusjes Elizabeth en Anne. De sterke band die toen met haar broers ontstond, zou Mary haar hele leven koesteren.
Nadat stadhouder Frederik Hendrik en zijn echtgenote Amalia von Solms eerder al een vergeefse poging hadden gewaagd hun zoon prins Willem uit te huwelijken aan Karel Stuarts dochter Elizabeth, kwam de Engelse koning hier begin 1640 op terug. Omdat zijn positie in Engeland in de aanloop naar de Eerste Engelse Burgeroorlog begon te kenteren, kwam hem een alliantie door middel van een huwelijksmatch met een vorst uit een bevriend buurland bij nader inzien goed uit. Nadat Frederik Hendrik en Amalia dit positieve signaal hadden vernomen, stuurden zij een delegatie met de drie hoogste Edelen naar Engeland. De afvaardiging maakte Karel duidelijk dat het stadhouderlijk paar deze keer alleen genoegen nam met een huwelijk van hun zoon met Karels oudste dochter Mary. Haar katholieke moeder Henriette Maria verzette zich hier heftig tegen omdat zij plannen had Mary uit te huwelijken aan de Spaanse koning Filips IV. Ook koning Karel aarzelde, maar de door de Oranjes verzekerde hulp bij mogelijke toekomstige binnenlandse problemen en de toezegging om steun bij de restitutie van de Palts voor zijn zuster Elizabeth Stuart, die in Den Haag in ballingschap verbleef, trokken de Engelse koning over de streep.
Zo reisde de vijftienjarige prins Willem in april 1641 af naar Engeland om op 2 mei in de Royal Chapel van Whitehall in het huwelijk te treden met de negenjarige Mary. Zonder het huwelijk te hebben geconsummeerd, conform de voorwaarden, vertrok de prins weer naar het vasteland. Behalve dat voor Mary een bruidschat van veertigduizend pond zou worden betaald – een bedrag dat uiteindelijk pas in 1679 zou worden uitgekeerd – was ook overeengekomen dat zij de gelegenheid kreeg in de Republiek de godsdienst te kunnen beoefenen volgens de riten van de Anglicaanse Kerk. Verder was er onder meer bedongen dat zij een maximum aantal van 26 mannelijke en 14 vrouwelijke door haar vader uitgekozen Engelse dienaren mee mocht nemen.

In maart 1642 zou Henrietta Maria haar dochter Mary met haar hofhouding in de Republiek bij haar echtgenoot en zijn familie afleveren. Deze gelegenheid combineerde de koningin met een rondreis door de Republiek om steun in de vorm van geld en wapens voor haar echtgenoot te krijgen tegen de Engelse opstandelingen. Zo nu en dan vergezelden Mary en haar kersverse echtgenoot Willem en diens vader Frederik Hendrik koningin Henriette Maria met haar gevolg van meer dan driehonderd dienaren op haar tournee. De meeste tijd verbleef de kleine Mary echter aan het hof van haar schoonmoeder Amalia von Solms in Den Haag.
De Heenvliets
Vanaf het moment dat Mary in de Republiek aankwam, begon zij brieven te schrijven. De meeste correspondentie die uit de eerste periode van haar huwelijk dateert, bevindt zich in de collectie van Johan Polyander van den Kerckhoven, in Engelse en Hollandse kringen bekend onder de naam van heer van Heenvliet. Hij was een gunsteling van Frederik Hendrik en had al een belangrijke rol gespeeld in de huwelijksonderhandelingen tussen Mary en prins Willem. Zijn invloedrijke positie bleef gehandhaafd toen Heenvliet aangesteld werd als Mary’s secretaris en hofmeester. Om nog meer controle te hebben, zou Heenvliets tweede echtgenote Lady Katherine Stanhope worden benoemd tot haar gouvernante en eerste hofdame. Het briefje aan het begin van dit artikel is gericht aan deze Lady Stanhope en bevindt zich in Heenvliets collectie. Na de dood van haar echtgenoot Heenvliet verleende koning Karel II haar de titel ‘gravin van Chesterfield’. Zij bleef prinses Mary dienen tot haar overlijden op 24 december 1660.
Heenvliets brieven worden bewaard in de Bodleian Library. De collectie bevat niet alleen brieven van Mary aan Heenvliet en diens echtgenote, maar ook Mary’s correspondentie met haar vader Karel I en haar moeder Henrietta Maria. Verder zijn er brieven van haar broers Karel (de latere koning Karel II), James, hertog van York, Henry, hertog van Gloucester en haar jong gestorven zusje Elizabeth.
Frederik Hendrik en Amalia
Met haar schoonvader Frederik Hendrik had Mary een goede band. Er is bekend dat hij een zwak voor haar had. Van Mary aan Frederik Hendrik zijn twaalf brieven bewaard gebleven. De eerste, keurig in het Frans geschreven brief die zij meegaf aan haar kersverse echtgenoot op zijn terugreis naar de Republiek, zal bij de stadhouder goede aarde zal zijn gevallen. De brief is ongedateerd, maar Constantijn Huygens, secretaris van Frederik Hendrik, noteerde linksboven de datum van ontvangst: 25 juni 1641.

Met haar schoonmoeder Amalia kon Mary het niet goed vinden. Amalia vertrouwde haar schoondochter niet en die gevoelens waren wederzijds. Mary had meer op met haar tante Elizabeth Stuart, de Winterkoningin. Amalia, die voor haar huwelijk met de stadhouder hofdame van Elizabeth was geweest, ergerde zich mateloos aan het feit dat er nu twee concurrerende Stuart-hoven in Den Haag waren. Toen Amalia’s echtgenoot Frederik Hendrik overleed en haar zoon Willem stadhouder werd en Mary daardoor de titel van prinses van Oranje mocht dragen, bekoelde de relatie tussen moeder en schoondochter nog meer.
Brievenboek
Op 6 november 1650 zou stadhouder Willem II plotseling overlijden aan de pokken. Een week later beviel Mary van hun enige kind: toekomstig stadhouder-koning Willem III. De onenigheid tussen Mary en Amalia die hierna volgde over de voogdij van de erfopvolger zou de komende jaren hoog oplopen en de rivaliteit tussen moeder en schoondochter verergeren.
Vrijwel meteen de dood van haar echtgenoot begon Mary zich in te zetten voor de belangen van haar zoon. Dat deed ze vooral door te corresponderen met de vorsten en instellingen waarmee haar man eerder in contact had gestaan. Koninklijke Verzamelingen Den Haag bewaart een brievenboek met 275 brieven die Mary schreef in de periode van 1651 tot en met 1661. Veel van die brieven handelen over de geschillen die zij had met haar schoonmoeder Amalia von Solms over de voogdij en de opvoeding van haar zoon en de belangen die ze voor hem behartigde met betrekking tot het prinsdom van Orange in Frankrijk. Dit brievenboek is gedigitaliseerd en ook online raadpleegbaar via de catalogus van Early Modern Letters Online.
In de Engelse geschiedschrijving werd Mary’s trouw aan haar Engelse familie geroemd. De Nederlandse historiografie heeft Mary Stuart echter altijd een negatieve reputatie toebedeeld, die al door haar tijdgenoten in de Republiek werd gedeeld. Omdat haar correspondentie nu volledig beschikbaar is, kan de lezer daar zelf opnieuw een oordeel over vormen.
> Ineke Huysman
Transcriptie brief Mary Stuart aan Frederik Hendrik:
R[eçu] 25 juni 1641
Monsieur mon beau-père,
Puisque monsieur le prince Guillaume vous donnera sette lettre, je me remeteray à luy assurer du désir que j’ay de vous pouvoir faire voir par mes actions l’estime que je fais de vos bonnes grâces et le soing que je aporteray toujours à les conserver comme une chose qui m’est très chère, ce que j[e] vous suplie de croyre, comme estant,
monsieur mon beau-père,
vostre très affectionnée et obéïsante fille,
Marie
Bronnen
(1) Bodleian Library, University of Oxford: MS Rawl. Letters 115, fols 167–169.
(2) Dit artikel is eerder verschenen in een uitgave van de Nederlandse Maatschappij der Letteren, zie: Ineke Huysman, ‘Mary I Stuart, Princess Royal en Prinses van Oranje’, Nieuw Letterkundig Magazijn 36 (2018) 10-13.