Brieven aan grootmama

Maria Louise schreef vaak met haar familieleden die door heel Europa woonden. Ze schreef echter ook veel met haar (klein)kinderen in Den Haag. Zo hebben we al eens eerder geschreven over de brieven die Willem IV als kind aan zijn moeder schreef, maar ook haar kleinkinderen zijn terug te vinden in de correspondenties. Hieronder is de eerste brief die haar kleinzoon, de toekomstige stadhouder Willem V, op bijna vijfjarige leeftijd eigenhandig aan zijn oma Maria Louise van Hessen-Kassel schreef: 

Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/35ILqWG

Transcriptie: 
Grot mama, ick daenkie vor dat ghi min ennen brief heft gescreven hept. 
Prins van Orange
Willem [C.D’Orange]

Portret van de jonge Willem V, omstreeks 1750, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org

Willem V werd in Den Haag geboren als zoon van Anna van Hannover en erfstadhouder Willem IV. In 1751, toen Willem V pas drie jaar oud was, overleed zijn vader Willem IV. Hij werd hierna opgevoed door zijn moeder Anna, maar ook zij zou komen te overlijden in 1759. Zijn oma, de ruim 70-jarige Maria Louise van Hessen-Kassel, nam het regentschap, ondanks haar zwakke gezondheid, over van haar schoondochter Anna van Hannover. Dit was al in 1755 bepaald. Marie Louise en de Engelse koning George II zouden als toeziende voogden optreden totdat Willem V in 1766 de achttienjarige leeftijd zou bereiken. Praktisch gezien zou de voogdij in handen liggen van de hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel (1718-1788), die al gedurende de jaren dat Anna gouvernante was de militaire ambten die verbonden waren aan het erfstadhouderschap had waargenomen. Door middel van een regelmatige briefwisseling bleven Maria Louise en de hertog in contact. (1)

Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org

Vanaf 1762 begon Willem zijn grootmoeder regelmatig te schrijven. In totaal zijn er 90 brieven uit de correspondentie met haar kleinzoon bewaard gebleven. Het ging hierbij het vaak om formele brieven, waarin hij hoopte dat het goed ging met zijn oma en hij haar bijvoorbeeld een gelukkig nieuwjaar of een fijne verjaardag wenste, zoals hieronder:

Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kJB9xW

Transcriptie: 
Ma tres chère Grand-mère,
j’espère que vous vous portiés bien toujours, & je vous félicite sur votre jour de naisance. 
Ma tres chère Grandmère,
votre tres cher petit-fils
& votre très humble & obéissant serviteur

À La Haje, ce 18 février
Prince d’Orange

Portret van Maria Louise, prinses van Oranje-Nassau, Jacob Houbraken, naar Hendrik Pothoven, naar Bernardus Accama (I), 1751,Rijksmuseum via: https://bit.ly/35INFJA

In latere jaren bleef deze toon min of meer gelijk, al werden de brieven wel iets gedetailleerder. Zo vroeg Willem zijn grootmoeder wanneer ze richting Den Haag zou komen, informeerde hij haar over zijn eigen reizen en familienieuws en hij vroeg vaak naar haar gezondheid. In de correspondentie lezen we ook de antwoorden van Maria Louise. Op haar beurt hield Maria Louise zich op afstand bezig met de opvoeding van haar kleinkinderen en vertelde ze Willem over haar gezondheid. De briefwisseling met haar kleinkinderen, maar ook met andere familieleden en haar medewerkers, was er in de loop der jaren niet makkelijker op geworden voor Maria Louise. In de onderstaande brief verontschuldigt zij zich tegenover haar kleinzoon, omdat ze hem niet eerder kon schreven vanwege ziekte. Ze is alleen in staat om de brief te ondertekenen, maar ze belooft de volgende keer weer zelf te schrijven.

Brief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan haar kleinzoon Willem V, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kM8Rmf

Transcriptie:
Monsieur mon très cher fils,
Je m’étois flatteé que je serois aujourd’hui en état de m’aquiter de mon plus doux devoir en répondant a Votre Altesse par une lettre de ma main. Mais ma foiblesse me refusant encore ce plaisir, il m’est impossible de différer plus longtems mes rémercimens les plus sincère pour la part que mon très cher fils prend à mon indisposition; ce qui m’est non seulement une grande consolation, mais aussi un vrai cordial. J’espère de pouvoir bientôt écrire moi-même et de témoigner alors la tendresse et l’attachement avec lesquels je suis. 

Signée de la main de S.A. 
Monsieur mon tres cheri Fils, 
de Votre Altesse
votre très dévouée et très tèndre
grand-mère

Haar zwakke gezondheid eiste veel van haar, maar desondanks bleef ze in de laatste jaren van haar leven veel corresponderen met haar kleinkinderen en met de hertog van Brunswijk. Op de zaterdag voor Pasen in 1765 had ze die morgen nog eigenhandig de brieven getekend die moesten worden verzonden, maar vlak hierna werd ze erg benauwd en kreeg ze te maken met koortsaanvallen. De koorts hield twee etmalen aan en uiteindelijk overleed ze die dinsdag, op 9 april 1765 op 77-jarige leeftijd in Leeuwarden.

(1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 33.