Voor haar stage bij het stadhoudersvrouwenproject deed Marloes Neijens een onderzoek naar de briefwisseling tussen Marie Louise van Hessen-Kassel en Henriëtte van Nassau-Zuylestein.
Uiteindelijk, mijn beste Milady, als ik alles zou zeggen wat mijn gevoelens voor u mij ingeven, zou dat te ver gaan, dus moet ik mij beperken tot zwijgen
schrijft Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765) op 13 juni 1730 in een brief.[1] Deze brief is gericht aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein (1688-1759), met wie Maria Louise decennialang bevriend was.
Fred Jagtenberg schrijft in zijn biografie over Maria Louise, Marijke Meu (1688-1765): Stammoeder van ons vorstenhuis, het een en ander over de vriendschap die bestond tussen Henriëtte en Maria Louise. Hij benadrukt dat de twee vrouwen erg veel gemeen hadden, en dat ze veel steun bij elkaar vonden. Ze waren leeftijdsgenoten, maar ook lotgenoten, in de zin dat ze allebei veel verlies hadden doorgemaakt. Maria Louise was nog maar 23 jaar toen haar man, stadhouder Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687-1711), om het leven kwam. Hun oudste kind, Anna Charlotte Amalie (1710-1777), was nog geen jaar oud, en hun zoon, Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751) heeft zijn vader nooit gekend.[2] Henriëtte was 30 jaar toen Frederik Christiaan van Reede (1668-1719) overleed en had drie kleine kinderen, Godard Adriaan (1716-1736), Willem Frederik (1717-1747), en Ursula Christina Reynira (1719-1747).[3]

Jagtenberg benadrukt Maria Louises frequente uitnodigingen aan Henriëtte om bij haar op bezoek te komen, en het verlangen naar het gezelschap van ‘Milady’.[4] De vriendschap die Jagtenberg beschrijft lijkt op deze manier erg eenzijdig, maar er moet ook rekening gehouden worden met de bronnen: er zijn meer dan 30 brieven van Maria Louise aan Henriëtte bewaard gebleven (nu te vinden in Het Utrechts Archief)[5] tegenover de drie brieven van Henriëtte aan Maria Louise die in bezit zijn van de Koninklijke Verzamelingen.[6] Hoeveel brieven er precies missen is niet duidelijk, maar we hebben in ieder geval (helaas) een onvolledig beeld van deze vriendschap. Deze blog zal dan ook vooral voorbeelden bespreken uit Maria Louises brieven aan Henriëtte.
Jagtenberg zet de onderwerpen die het meeste aan bod komen in de correspondentie op een rijtje: hun kinderen (Maria Louise was in het bijzonder gehecht aan ‘Christje’, oftewel Henriëttes dochter Ursula Christina Reynira), nieuws uit hun omgeving, ziekte en gezondheid, en vrijetijdsbesteding, zoals handwerken of in de tuin wandelen. Ook vroeg Maria Louise wel eens aan Henriëtte om een bestelling voor haar te doen in Utrecht, waar wellicht meer modieuze spullen te verkrijgen waren dan in het afgelegene(re) Leeuwarden.[7]
Deze blog biedt een inkijkje in de persoonlijke kant van de meer dan veertig jaar durende vriendschap tussen Maria Louise van Hessen-Kassel en Henriëtte van Nassau-Zuylenstein en hoe deze twee vrouwen hun vriendschap uitten. (Hoe twee vrouwen van adel hun vriendschap voor politieke doeleinden inzetten is te lezen in een blogpost over Maria II Stuart en haar hofdame Agnes van Wassenaer Obdam, geschreven door Fien Jordaens: https://stadhoudersvrouwen.wordpress.com/2025/11/09/door-brieven-verbonden-de-vriendschap-van-maria-stuart-ii-en-agnes-van-wassenaer-obdam/). Citaten uit de Franstalige brieven zijn door mij naar het Nederlands vertaald in de lopende tekst en, waar nodig, voorzien van interpunctie. Transcripties van de oorspronkelijke Franse tekst zijn te vinden in de voetnoten.
Woorden van vriendschap
Gedurende hun opvoeding kwamen jonge dames van adel zoals Maria Louise en Henriëtte in aanraking met allerlei handboeken omtrent gepast gedrag. Ook het selecteren van geschikte vriendinnen en het schrijven van brieven waren onderdeel hiervan.[8] Etiquetteboeken, al een begrip in de opvoeding van de adel sinds de late Middeleeuwen, bevatten vaak tips op dit vlak. Er waren echter ook hele handboeken gewijd aan de lezer adviseren in het schrijven van brieven. Brieven vormden immers een essentieel deel van het dagelijks leven in de vroegmoderne tijd (en in de periode erna!). Niet alleen wisselden politici, intellectuelen, handelaars, etcetera ideeën uit via dit medium, brieven waren natuurlijk eenvoudigweg ook een belangrijk onderdeel van sociaal contact onderhouden met familie, vrienden, en kennissen. Handleidingen bevatten meestal een gedeelte met instructies over stijl, vorm, en inhoud, en een gedeelte met voorbeeldbrieven.[9] Op deze wijze internaliseerden lezers een bepaalde manier van zich uitdrukken.

De duidelijkste voorbeelden van dit soort aangeleerd brievenjargon zijn meestal te vinden in de aanhef en de afsluiting. De correspondentie van Maria Louise en Henriëtte zijn geen uitzondering wat dat betreft. Beide vrouwen beginnen hun brieven aan elkaar meestal met ‘madame’, en een paar zeer formulaïsche openingszinnen. Zo bedankt Maria Louise Henriëtte vaak voor het een of ander, of biedt zij uitvoerig haar excuses aan dat zij Henriëtte niet eerder heeft geschreven.
[Het is] niets anders dan een last, dat ik zo lang heb gedraald en uitgesteld, mijn lieve Milady, om u te verzekeren van mijn gehechtheid en om u te bedanken dat u mij het plezier gedaan mij te schrijven,’ schrijft Maria Louise bijvoorbeeld in een ongedateerde brief;[10]
en: Het doet me verdriet dat ik zo lang ben gegaan zonder u te schrijven en u te bedanken, mijn zeer dierbare Milady, voor uw vriendelijke brief ter gelegenheid van het nieuwe jaar, op 30 januari 1731.[11]
Maria Louise spreekt Henriëtte ook vaak aan met de Engelse aanspreekvorm ‘Milady’, waarschijnlijk omdat zij gravin van het Ierse Athlone was, destijds onderdeel van het Britse Rijk. Ze sluit haar brieven aan Henriëtte meestal af met een zin zoals de volgende, uit een korte brief uit 1739:
[…] ik ben met perfecte erkenning,
Madame,
uw zeer toegenegen dienares en trouwe vriendin,
M.L. d’Orange[12]
Soms op wat uitgebreidere wijze, zoals in een brief met nieuwjaarswensen van 22 januari 1736:
Enfin, mijn beste gravin, ik hoop dat u overtuigd zult zijn van mijn onbreekbare gehechtheid, waarmee ik,
Madame,
uw zeer toegenegen dienares en goede vriendin ben.
M.L. d’Orange[13]
Henriëttes brieven doen zelfs nog iets formeler aan, waarschijnlijk door het verschil in stand tussen de twee vriendinnen: Maria Louise was een prinses, en Henriëtte ‘maar’ een gravin. Wie naar de mise-en-page van de brieven kijkt, ziet dat Henriëtte een veel grotere ruimte tussen de initiële aanhef en de openingszin laat dan Maria Louise. Zo’n lange witregel was typisch in brieven gericht aan iemands meerdere.[14] Zo opent Henriëtte haar brief van 20 mei 1735:
Ik heb de eer om mijn zeer nederige dank te betuigen aan Uwe Doorluchtige Hoogheid, voor de zeer vriendelijke brief die u zo vriendelijk was, Madame, om mij te schrijven (in antwoord waarop ik de vrijheid heb genomen om u te adresseren), waarin ik met onnoemelijke vreugde heb gezien dat Uwe Doorluchtige Hoogheid mij nog altijd met haar kostbare welwillendheid eert […][15]
Haar brief van 17 augustus 1731 sluit Henriëtte als volgt af, na het afzeggen van een reis naar Kassel met Maria Louise door familiezaken:
[…] ik heb zo’n mooie gelegenheid niet willen laten ontsnappen om op de een of andere manier aan Uwe Doorluchtige Hoogheid de ijver te laten zien waarmee ik mijn hele leven,
Madame,
Uwe Doorluchtige Hoogheids
zeer nederige
en zeer gehoorzame dienares ben en zal zijn.
H. van Nassau
douarière gravin van Athlone[16]
Willemijn Ruberg schrijft in haar boek Conventional correspondence: epistolary culture of the Dutch elite, 1770-1850 dat mensen de performatieve en formulaïsche aspecten van de briefcultuur invulden met hun eigen betekenis.[17] De clichés en formaliteiten die Maria Louise en Henriëtte in hun brieven naar elkaar verwerkten, boden dus alsnog ruimte voor oprechte gevoelens. Het is echter vaak moeilijk te zeggen waar het een eindigt en het ander begint:
Wees overtuigd, mijn zeer dierbare vriendin, dat ik dagelijks denk [aan uw] vriendelijke persoon […], schrijft Maria Louise in haar brief van 11 augustus 1731.[18]
Ook geeft Maria Louise regelmatig aan dat ze Henriëtte mist. […] ik voel me niet slecht, behalve dat mijn borstkas een beetje pijn doet, maar mijn lieve Milady, ik heb een sterk gevoel over onze scheiding, die mij meer pijn doet […], schrijft ze in oktober 1730.[19]
Zijn de bovenstaande citaten oprechte uitdrukkingen van gevoelens van vriendschap, lege frases, of een beetje van allebei? Misschien loont het meer om naar de inhoud van de brieven te kijken.
Familie, gezondheid en nieuwtjes van alledag
Waar schrijven twee achttiende-eeuwse vriendinnen dan zoal over? Via hun correspondentie blijven de twee in ieder geval goed op de hoogte van elkaars leven. Maria Louise was bijvoorbeeld erg bezig met zowel de gezondheid van haar familie als die van haarzelf, schrijft Jagtenberg (meer over dit onderwerp is ook te lezen in de blogpost over Maria Louises correspondentie met haar arts, geschreven door Veerle Berends: https://stadhoudersvrouwen.wordpress.com/2025/05/10/ziekte-zorg-en-dynastie-de-medische-correspondentie-tussen-maria-louise-van-hessen-kassel-en-bernard-wepfer/).[20] Ook in haar brieven aan Henriëtte is dit een terugkerend thema. Vaak noemt ze een of andere kwaal als reden dat ze niet eerder kon schrijven, of vertelt ze dat ze ziek is of is geweest.[21] Soms brengt ze verslag uit aan Henriëtte over haar dag of een reis die ze heeft gemaakt. Ook wordt er gecorrespondeerd over algemener nieuws uit de omgeving van beide dames, en wordt er soms zelfs heel voorzichtig geroddeld.[22]

Een opvallend detail in bijna elke brief van Maria Louise dat ook Jagtenberg niet is ontgaan, is dat zij Henriëtte regelmatig vraagt om ‘Christje’ of ‘Christgen’ namens haar te omhelzen. Christje was Ursula Christina Reynira, Henriëttes dochter. In tien brieven van 1730 tot en met 1739 én in een ongedateerd fragment komt dit terug.[23] Familie is sowieso een belangrijk thema in de correspondentie van de twee vriendinnen. Zelf waren ze (hele) verre verwanten: Henriëtte was de kleindochter van een bastaardzoon van Frederik Hendrik, en was dus indirect een afstammeling van Willem van Oranje, net als Maria Louise.[24] Hoewel dat nooit expliciet wordt genoemd in wat bewaard is gebleven van hun briefwisseling, is het gezien de bredere betekenis(sen) van vriendschap in de vroegmoderne tijd goed mogelijk dat dit feit heeft meegewogen in hun eigen definitie van hun vriendschap.[25] Ze houden elkaar op de hoogte van geboortes, huwelijken, en sterfgevallen in hun omgeving, zoals in Henriëttes brief van 28 april 1742, waarin zij verslag doet van de zaken omtrent de bevalling van haar dochter en het huwelijk van haar zoon met mademoiselle Van Wassenaer van Duvenvoorde,[26] maar ook van andere grote gebeurtenissen in de familie, ziektes, en bezoeken. Maria Louise stuurt bijvoorbeeld in mei 1747 een brief om haar vreugde uit te drukken over de uitroeping van haar zoon tot stadhouder van de Zeven Provinciën.[27]
Troost
Er zijn drie brieven bewaard gebleven van Maria Louise om Henriëtte haar condoleances aan te bieden bij een verlies. De eerste hiervan is uit 1719 en betreft het overlijden van Henriëttes man, en is een korte, formele steunbetuiging. De tweede brief stuurt Maria Louise op 10 november 1736, naar aanleiding van de dood van Godard Adriaan, Henriëttes oudste zoon, die tijdens zijn verblijf in Marburg voor zijn studie geveld werd door de pokken.[28] De brief is een stuk uitgebreider dan die uit 1719. Ook introduceert Maria Louise hier een iets informeler element: een kort postscriptum over de (wankele) staat van haar eigen gezondheid. In 1747 verliest Henriëtte haar twee overblijvende kinderen binnen enkele maanden. Er is geen brief van Maria Louise bewaard gebleven over de dood van Christje (dat betekent overigens niet dat die er niet geweest kan zijn), maar op 12 december 1747, niet lang na de dood van Frederik Willem, stuurt Maria Louise Henriëtte een brief om haar steun te betuigen. Deze keer biedt Maria Louise meer dan alleen clichés. In elk van deze brieven schrijft Maria Louise over troost vinden in God, maar in de derde brief leest het als advies, en lijkt ze ook heel even naar haar eigen ervaringen met verlies te verwijzen. Vergelijk de volgende twee zinnen:

5 september 1719: God wil u troosten in zulk doordringend verdriet en u nog vele jaren garanderen met hen die dierbaar zijn aan u, van elk ongelukkig ongeval, door u in gezondheid te behouden, en in het besef van zijn kostbaarste genades.[29]
12 december 1747: Mijn beste vriendin, zoek altijd uw toevlucht bij Hem, Hij zal u niet in de steek laten en ik weet ook dat dit de enige manier is om de onrust te kalmeren waarin we door zo’n groot leed zijn gestort.[30]
In de brief uit 1747 nodigt Maria Louise Henriëtte vervolgens ook uit om een tijdje bij haar te komen verblijven, en biedt ze aan om vervoer te regelen:
Mijn zoon is ook erg gevoelig voor het verlies van Milady en hij schreef me eerst een brief om me te vertellen dat ik Milady moet overhalen om van plaats te veranderen en bij mij te komen. Ik bied haar de koetsen voor haar vervoer aan en zal haar met open armen ontvangen als zij een goede beslissing kan nemen. Ik kan de koetsen naar Muyden sturen, een kleine reis.[31]
Waar de eerste brief een formaliteit is, brengt de derde de boodschap over dat Maria Louise er graag voor Henriëtte wil zijn in deze moeilijke periode.
Uitnodigingen
De bovenstaande uitnodiging is niet de eerste of enige van Maria Louises kant. Ze vraagt Henriëtte regelmatig om bij haar te komen verblijven, of stelt een plan voor om elkaar ergens te zien. Maria Louises brief van 11 augustus 1731 gaat over een geplande reis naar Maria Louises familie in Kassel. Ze vertelt wanneer zij van plan is om te vertrekken en zij vraagt aan Henriëtte of zij nog steeds mee zou willen, en zo ja, of zij dan haar bagage vooruit zou kunnen sturen.[32] Henriëtte geeft een paar dagen later in haar antwoord op die brief echter aan dat het haar niet meer gaat lukken om mee te gaan, omdat zij nog veel zaken voor haar familie moet regelen met meneer Van Ginkel (vermoedelijk Reinhardt van Reede-Ginkel, de jongere broer van Frederik Christiaan die Henriëtte hielp met de opvoeding van de kinderen),[33] die pas aankomt tegen de tijd dat Maria Louise haar reis wil beginnen, en dat het haar verdriet doet dat zij de familie van Maria Louise niet kan ontmoeten.[34]
Handwerken
Er zijn drie brieven van de hand van Maria Louise bewaard gebleven waarin zij het heeft over handwerken. In een brief aan Henriëtte van 2 december 1730 schrijft ze het volgende over hoe zij haar vrije tijd besteedt:
[…] Ik zal haar [= Henriëtte] verslag uitbrengen over mijn manier van leven, die bestaat uit een sober leven, en ik vermaak me met handwerken en naar buiten gaan als het mooi weer is.[35]
Op 30 mei 1749 stuurt Maria Louise een stukje van haar eigen handwerk aan Henriëtte mee met de brief:
‘[…] Bijgevoegd is er een voorbeeld van mijn werk, ik heb het in een lijstje gestuurd aangezien er te weinig tijd was om het op de stof te zetten. Zij zou het nog altijd op een lintje kunnen laten zetten dat de vrede markeert, en gezien de vrede die in deze goede tijd heerst heb ik geloofd dat het haar, Madame, een plezier zou doen om haar een boeket met een dergelijke strik te sturen. Ik vermaak me met plezier met dit (hand)werk wanneer mijn gezondheid het toelaat.[36]
In een ongedateerd fragment van een brief aan Henriëtte schrijft Maria Louise nogmaals dat ze wat handwerkjes mee heeft gestuurd, deze keer van haar dochter:
Ik voeg hierbij twee voorbeelden van een handwerkje dat mijn dochter me heeft gestuurd, ik geloof dat dat een echt werkje voor Milady is, want het is zoals zij vaak heeft gemaakt van mousseline, waar men allerlei dingen mee maakt, zoals ze mij heeft verteld.[37]
Helaas zijn de termen ‘travaillie’ en ‘ouvrage’ te breed om te kunnen bepalen welke techniek(en) Maria Louise en haar dochter hebben gebruikt om hun handwerkjes te vervaardigen. Wel noemt Maria Louise in het ongedateerde fragment een van de gebruikte materialen: mousseline, een fijn geweven katoenen stof uit India, een echt luxeproduct.[38]
In haar boek, Female alliances: gender, identity, and friendship in early modern Britain legt Amanda E. Herbert hier de link tussen de vrijetijdsbesteding van dames van stand en de groei van de wereldhandel en het kolonialisme. Voor de elite van de vroegmoderne tijd was het bezitten van exotische luxeproducten zoals suiker, specerijen, en stoffen (zoals mousseline) niet alleen een manier om te laten zien hoe rijk je was, maar ook hoe verfijnd en ontwikkeld je smaak was. Vrouwen die het zich konden veroorloven gebruikten dit soort luxe materialen om bijvoorbeeld gekonfijt fruit of snoepgoed te maken, zelf parfums te distilleren, en om mee te handwerken. Vervolgens werden dergelijke spullen vaak door de maaksters als cadeaus uitgewisseld, om vriendschappen te sluiten en te versterken. Door hun eigen tijd en moeite te combineren met dure materialen van over de hele wereld, maakten deze vrouwen hun geschenken aan elkaar des te bijzonderder en persoonlijker.[39]
Volgens Herbert is dat echter niet de enige reden dat een vrouw als Maria Louise een handwerkje zou maken van een stuk mousseline alvorens het aan een vriendin te schenken. Door luxeproducten met hun eigen handen te bewerken leidden vrouwen af van het kostbare materiaal. Zo konden zij dure, maar ook persoonlijke geschenken geven zonder beschuldigd te worden van decadentie of kwistigheid. In plaats daarvan accentueerde een handgemaakt cadeau hun vaardigheden en creativiteit. Zelfs vrouwen uit een strenge religieuze omgeving oogstten lof voor hun handwerk.[40] Daarnaast geloofde men dat deelname aan activiteiten als naaien of borduren bijdroeg aan de ontwikkeling van positieve vrouwelijke eigenschappen, zoals geduld en zuinigheid.[41] Zeker voor de strenggelovig en relatief sober opgevoede Maria Louise zouden deze factoren wel eens belangrijk kunnen zijn geweest.[42]
Boodschappen doen
De eerste brief uit de correspondentie tussen Maria Louise en Henriëtte die bewaard is gebleven, is gedateerd op 23 juli 1718. Maria Louise vraagt aan haar vriendin Henriëtte of zij voor haar en haar zus handschoenen zou kunnen bestellen: vier dozijn (!), waarvan de helft geparfumeerd, voor haarzelf, en zes dozijn (!!) voor haar zus.
Het doet mij verdriet, madame, om u met zo’n opdracht op te zadelen, maar ik doe een een beroep op uw vriendelijkheid die mijn vrijheid zal overtreffen, als ik in staat zou zijn u enige dienst te bewijzen zou u mij altijd met veel consideratie en achting vinden.[43]
Maria Louises verwoording hier suggereert dat ze het misschien niet zo netjes vindt om Henriëtte boodschappen te laten doen voor haar. In een aantal brieven uit 1731, 1734, 1736, en 1742 vraagt Maria Louise Henriëtte echter wel vaker om een bestelling voor haar te doen, of verwijst ze naar opdrachten en bestellingen uit het verleden zonder zich ervoor te verontschuldigen. Blijkbaar was hun band zodanig dat ze dit (of in ieder geval, bestellingen die kleiner waren dan vele dozijnen handschoenen) van elkaar konden vragen.[44] Meestal gaat het hier om luxeproducten en modieuze items, zoals de tabak en linten, ‘le Tabach et le rubans’ waar ze Henriëtte aan herinnert in een brief uit 1742.[45] Gelukkig was het niet erg als het een keer niet lukte. Op 6 augustus 1724 schrijft Maria Louise:
Mijn lieve Milady, ik ben u eeuwig dankbaar, maar wees overtuigd dat ook als ik niet het genoegen heb kunnen hebben dat u bent geslaagd in de opdracht die ik u heb gevraagd, ik u er niet verantwoordelijk voor houd zoals wanneer zij er wel in geslaagd was, gezien hoe goed ik u ken[…][46]
Deze brieven laten een vriendschap zien die zich over vele jaren uitstrekt, maar slechts fragmentarisch in de bronnen zichtbaar is. In aandacht voor gezondheid, kleine geschenken en terugkerende uitnodigingen krijgt die band toch vorm. Juist die losse, alledaagse momenten maken de relatie tastbaar.
Marloes Neijens, 20 januari 2026
[1] ‘enfin Ma Cher Myledy Sy je dévès tout dire la define ce que mes sèntiment a votre Esgard me dicte sa meneroit loins, je dois me borné sous silence.’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 13 juni 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[2] Fred Jagtenberg, Marijke Meu (1689-1765): Stammoeder van ons vorstenhuis, tweede druk (Gorredijk: Bornmeer, 2015), 92.
[3] Adriana [A.W.J.] Mulder, Kasteel Amerongen en zijn bewoners, tweede druk, bewerkt door Robert M. Heethaar (Amerongen: Stichting Vriendenkring Kasteel Amerongen, 2015), 88-105.
[4] Jagtenberg, Marijke Meu, 133-139.
[5] Brieven gericht aan Henriette van Nassau afkomstig van Maria Louise, prinses van Oranje- Nassau, gravin van Hessen Kassel, 1718-1749, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[6] Brieven, ingekomen van Henriette van Nassau-Zuijlenstein, Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-170.
[7] Jagtenberg, Marijke Meu, 133-139.
[8] Amanda E. Herbert, Female Alliances: Gender, Identity, and Friendship in Early Modern Britain (New Haven: Yale University Press, 2014), 38-51, https://www.degruyter.com/isbn/9780300199253.
[9] Willemijn Ruberg, Conventional Correspondence: Epistolary Culture of the Dutch Elite, 1770-1850 (Leiden: Brill, 2011), 18; 22, doi: https://doi-org.utrechtuniversity.idm.oclc.org/10.1163/ej.9789004209732.i-281.
[10] ‘Rien mais plus a Charge que dèsque jai dilaigés et remis Sy long tèms mas Cher Myledy de vous Assurer de Mon Attachement et de vous rémercie de Cèlle quèl mas fait le plaisir de mèscrire’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, ongedateerd [2], Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[11] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 30 januari 1731, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[12] ‘[…]je suis Avec une parfaitte reconnoissense, Madame, Votre tres bien Affectionne Servante et fidell Ame ML dOrange’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, [waarschijnlijk] 1739, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[13] ‘jespere que vous seres persuade de Mon Attachement Inviolable Avec lequel je suis, Madame, Votre tres bien Affectionnée Servante et bonne Amie M L dOrange’
Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 22 januari 1736, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[14] Ruberg, Conventional Correspondence, 83-4.
[15] ‘J’ai l’honneur, de rendre mes tres humble remercimens, A Votre Altesse Serenessime pour la tres Grascieusse, lettre, que vous avec eu la bontée Madame, de m’ecrire, (en response de celle que J’avez prissé, la libertée de vous adresser,) par láqu’elle J’ai veuë avec une joies enemprimable, que Votre Altesse Serenissime m’onnore, toujours de sa prescieusse, bienvaillance[…]’
Henriëtte van Nassau-Zuylestein aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 20 mei 1735, Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-170_002.
[16] ‘[…]Je n’aurai pas lessée echaper, une si bonne occation De temoigner en qu’elleque maniere a Votre Altesse Serenessime le zelle avec láqu’elle Je suis et serai toute ma vie, Madame, de votre Altesse Serenesime La tres humble et tres obeisante servante H. de: Nassau douariere, Comtesse, d’Athlone’
Henriëtte van Nassau-Zuylestein aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 17 augustus 1731, Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-170_001.
[17] Ruberg, Conventional Correspondence, 1-16; 51-2.
[18] ‘Soyés Sans persuadé Ma tres Cher Amie Comme Aussi que je pénsse journèllement [stukje afgescheurd, maar vermoedelijk à votre] Aimable personne[…]’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 11 augustus 1731. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[19] ‘[…]je mènt sans pas mal hormisse que la potrine Sans réssent Un peu, mais Ma tres Cher Meledy jai Une Vif ressentiment de Nôtre séparation laquèl me fait plus de pène[…]’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 21 oktober 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[20] Jagtenberg, Marijke Meu, 197-8.
[21] Bijvoorbeeld: ‘jai due Abrège a Cause dUne fluxstion aux bras’, ik moest stoppen vanwege een ontsteking aan mijn arm. Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, [waarschijnlijk] 1739, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[22] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 13 juni 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[23] Maria Louise vraagt Henriëtte om de groeten aan Christje te doen in de volgende brieven:
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, ongedateerd [1], Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 3 juni 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 13 juni 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 21 oktober 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 2 december 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 30 januari 1731. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 6 oktober 1736, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 21 januari 1737, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 23 februari 1737, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, [waarschijnlijk] 1739, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[24] Jagtenberg, Marijke Meu, 133.
[25] Vrienden waren bijvoorbeeld ook familieleden, mensen met wie je samenwerkte, politieke medestanders, etc. Zie: Naomi Tadmor, Family and Friends in Eighteenth-Century England: Household, Kinship, and Patronage (Cambridge: Cambridge University Press, 2001), 167; 179 https://doi.org/10.1017/CBO9780511496097.
[26] Henriëtte van Nassau-Zuylestein aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 28 april 1742, Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-170_003.; Christje beviel in februari 1742 van haar zoon, Frederik Christiaan Hendrik van Tuyll van Serooskerken, zie: Registers van gedoopten, 1612-1811: 1737-1743 jan, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1.1.1.12.
[27] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, mei 1747, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[28] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 10 november 1736.,Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.; Mulder, Kasteel Amerongen en zijn bewoners, 100-1.
[29] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 5 september 1719, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3320.
[30] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 12 december 1747, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[31] ‘Mon fils ílet bien Sensible Aussie pour lamour de Myledy de Cet perte et il mas escris Une lettre dAbord pour me dire que je deves taches de persuade Myledy de Change dEndroit et venir Ches mon je luy Offre le Raegt pour Son transport et je la receveres Avec tendresse de Coeur Sy Elle peut resoudre prenne une bonne resolustion je poures Envoye le raegt a Muyden sai un petit traget pour lors.’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 12 december 1747, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[32] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 11 augustus 1731. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[33] Mulder, Kasteel Amerongen en zijn bewoners, 90-102.
[34] Henriëtte van Nassau-Zuylestein aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 17 augustus 1731, Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-170_001.
[35] ‘[…]Je vai asteur luy rendre Comte de ma ménée de vie qui Consiste a une vie Ottèr et je me Amusie a travaillie et de sortir quand il fait baux.’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 2 december 1730, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[36] ‘[…]de joins y a un echantillion de Mon Ouvrage je lai mis en cadre vue le temps éte trop Court pour laplique sur letoffe Elle poura toujour le faire mettre sai un ruban que marque la paix et vue qüel a pais baucoup de part a Cette bonne espoque, jai Crue Cela luy feroit plaisir Madame de luy envoye le bouquet avec un Noeux pareil, je Mamusse avec plaisir Avec Cet Ouvrage quand mas Sante me le permet.’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 20 mei 1749, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr.
[37] ‘Je joins y à deux eschantillion dun Ouvrage que mas fillie mas envoyé, je Croy que Sai Un vray
ovrage pour Meledy Car Sai comme Elle a bien fait autre fois en muslinne, on en fait toutte sorte de Chosse a ce quel me mande.’ Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, ongedateerd [1], Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[38] Giorgio Riello and Prasannan Parthasarath, The Spinning World: A Global History of Cotton Textiles, 1200-1850 (Oxford: Oxford University Press, 2009), 20-21; 32-33; 145-54.
[39] Herbert, Female Alliances, 52-77.
[40] Herbert, Female Alliances, 52-77.
[41] Chloe Wigston Smith, Novels, Needleworks and Empire: Material Entanglements in the Eighteenth-Century Atlantic World (New Haven: Yale University Press, 2024), 10.
[42] Jagtenberg, Marijke Meu, 26-32.
[43] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 23 juli 1718, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[44] ‘Boodschappen’ en opdrachten worden genoemd in de volgende brieven:
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 20 februari 1731, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313;
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 11 augustus 1731. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313;
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 24 juni 1734, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 6 oktober 1736, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313;
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 12-13 juli 1742, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[45] Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 12-13 juli 1742, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
[46] ‘[…]Ma tres Cher Myledy que je Vous en suis infinement Obligée, mais soye per suade que quoique que je Nayes pu Avoir la satisfaction que vous agis pu reussir dens la commission que je vous Aves prie, je ne vous en tient pas Mains Comte tout Comme Sy Elle Avoit réussie vue lintenstion dens quoy je vous connois[…]’, Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 6 augustus 1724, Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.
Literatuur
- Herbert, Amanda E. Female Alliances: Gender, Identity, and Friendship in Early Modern Britain. New Haven: Yale University Press, 2014. https://www.degruyter.com/isbn/9780300199253.
- Jagtenberg, Fred. Marijke Meu (1689-1765): Stammoeder van ons vorstenhuis. Tweede druk. Gorredijk: Bornmeer, 2015.
- Mulder, Adriana W. J. Kasteel Amerongen en zijn bewoners. Tweede druk, bewerkt door Robert M. Heethaar. Amerongen: Stichting Vriendenkring Kasteel Amerongen, 2015.
- Riello, Giorgio, and Prasannan Parthasarath. The Spinning World: A Global History of Cotton Textiles, 1200-1850. Oxford: Oxford University Press, 2009.
- Ruberg, Willemijn. Conventional Correspondence: Epistolary Culture of the Dutch Elite, 1770-1850. Leiden: Brill, 2011. doi: https://doi-org.utrechtuniversity.idm.oclc.org/10.1163/ej.9789004209732.i-281
- Tadmor, Naomi. Family and Friends in Eighteenth-Century England: Household, Kinship, and Patronage. Cambridge: Cambridge University Press, 2001. https://doi.org/10.1017/CBO9780511496097.
- Wigston Smith, Chloe. Novels, Needleworks, and Empire: Material Entanglements in the Eighteenth-Century Atlantic World. New Haven: Yale University Press, 2024.
Primaire bronnen
- Henriëtte van Nassau-Zuylestein aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 17 augustus 1731. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag. A28-170_001. https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-170_001.pdf
- Henriëtte van Nassau-Zuylestein aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 20 mei 1735. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag. A28-170_002. https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-170_002.pdf
- Henriëtte van Nassau-Zuylestein aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 28 april 1742. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag. A28-170_003. https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-170_003.pdf
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 23 juli 1718. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FC28B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 6 augustus 1724. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FC48B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 3 juni 1730. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FC08B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 13 juni 1730. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FC68B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 21 oktober 1730. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FBE8B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 2 december 1730. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FCC8B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 30 januari 1731. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FCE8B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 20 februari 1731. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FD08B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 11 augustus 1731. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FD28B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 24 juni 1734. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FF18B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 22 januari 1736. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/609C5B9957314642E0534701000A17FD.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 6 oktober 1736. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FF78B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 10 november 1736. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FD78B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 21 januari 1737. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FF58B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 23 februari 1737. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FF38B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, [waarschijnlijk] 1739. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FBA8B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 12-13 juli 1742. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FED8B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, mei 1747. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FB88B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 12 december 1747. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FE68B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 20 mei 1749. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313.https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FDC8B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, ongedateerd [1]. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FB78B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, ongedateerd [2]. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3313. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/AF6CAEFA1FB28B5CE0534701000A5148.
- Maria Louise van Hessen-Kassel aan Henriëtte van Nassau-Zuylestein, 5 september 1719. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1001.3320. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/B609DF74464CFD78E0534701000A615C.
- Registers van gedoopten, 1612-1811: 1737-1743 jan. Het Utrechts Archief, Utrecht, inv. nr. 1.1.1.12. https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/609C5C4EB0064642E0534701000A17FD.
