Anna van Hannover (1709-1759)

Anna van Hannover, door Johann Valentin Tischbein, ca. 1750 (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, inv.no. SC/0050)

Anne werd geboren in het Duitse zomerpaleis Herrenhausen, in Hannover, als eerste dochter van George van Brunswijk-Lüneburg (1683–1760) die George II van Groot-Brittannië en Ierland werd, en Caroline van Brandenburg-Ansbach (1683–1737). Toen haar grootvader George Louis van Brunswijk-Lüneburg (1660–1727) koningin Anne opvolgde op de Britse troon in 1714 als George I, verhuisden Anne en haar familie naar Kensington Palace in Londen Vanaf 1718, na het uitvaardigen van een gerechtelijk bevel tegen haar vader, voedde George I Anne op. Ondanks familiale onenigheid speelden vader en grootvader beide een sleutelrol in de onderhandelingen met het Nederlandse Huis van Oranje, wat resulteerde in het huwelijk van Anne met Willem IV van Oranje-Nassau (1711–1751) op 25 maart 1734.

Van jongs af aan was Anne een liefhebber van muziek: ze speelde klavecimbel, zong volgens tijdgenoten prachtig. Voor Georg Friedrich Händel waren dit twee redenen om haar ‘de bloem der prinsessen’ te noemen. Anne nodigde ook veelgevraagde Europese componisten uit naar Den Haag om te componeren en op te treden. Hoewel ze regelmatig correspondeerde met componisten van over het hele continent, bestaat het merendeel van de brieven in deze catalogus momenteel uit politieke correspondentie met veel van haar adviseurs en leden van de Conferentie (het informele politieke adviescollege dat zowel Willem IV als later Anne van advies voorzag in zaken van internationale politiek), onder wie William Bentinck van Rhoon en Pendrecht (1704–1774), oudste zoon uit het tweede huwelijk van de eerste hertog van Portland.

Aan het hof van George I ontwikkelde Anne zich tot een politiek geëngageerd individu. Haar grootvader zorgde ervoor dat ze naast politieke geschiedenis, aardrijkskunde, een aantal talen en de gebruikelijke etiquette ook goed opgeleid was in de kunst van het regeren. Toen ze eenmaal in de Republiek was gevestigd, bleef ze zich met de politiek bezighouden: tijdens het stadhouderschap van Willlem IV nam ze regelmatig deel aan zijn bijeenkomsten, correspondeerde ze regelmatig met zijn naaste adviseurs en bouwde ze een groot netwerk op van Nederlandse regenten en internationale politici. Dit netwerk kwam goed van pas toen Anne bij het overlijden van haar man in oktober 1751 werd uitgeroepen tot ‘Gouvernante en Vooghdesse’ van hun minderjarige zoon Willem V (1748–1806). Aangezien haar voorgangers – Maria Stuart I (1631–1661) en Maria Louise van Hessen-Kassel (1688–1765) – slechts tot regentes werden uitgeroepen en de titel van gouverneur voorheen alleen toebehoorde aan de stadhouders zelf, was deze benoeming interessant in zijn eigen recht. In deze nieuwe rol handhaafde Anne haar actieve positie in het Nederlandse politieke leven en zorgde voor continuïteit van het nauwe contact met degenen van wie ze verwachtingen koesterde.

De relatie tussen Anne en haar vader bleef kwetsbaar, zelfs na hun hernieuwde contact in de vroege jaren 1720. In het belang van hun twee landen en vooral voor het Huis Hannover, vertrouwden beide elkaar op politiek vlak – iets wat duidelijk blijkt uit de brieven van George II aan zijn dochter. Toen Willem IV in 1747 werd uitgeroepen tot stadhouder van alle provincies van de Republiek, schreef George aan Anne: ‘Je ne doute nullement, que par inclination et pour le bien des deux nations, Vous ne contribujet tout ce qui est en Votre pouvoir pour affemir les liens d’une amitié qui est pour tous les deux si nécessaire, et de si grande importance’ [sic.] (Brief van koning George II aan Anne van Hannover, 19 mei 1747, Koninklijke Verzamelingen, Archief Anna van Hannover, Den Haag, A30.430c).

Anne’s afkomst uit Hannover veroorzaakte problemen en leidde tot oppositie in de Nederlandse Staten-Generaal, die over het algemeen voorstander was van een neutraliteitsverdrag met Frankrijk boven een alliantie met de Britten tijdens de Zevenjarige Oorlog. Anne had echter een duidelijke mening: ‘Ik hoop dat de koning [George II] ons niet helemaal in de steek zal laten, aangezien ik niet kan denken aan enige rust in de bescherming van Frankrijk. Ik hoop dat ik in de toekomst beter in staat zal zijn om (J’ai oublié les mots, mais le sens etoit de soutenir les interets communes des deux Nations)’ [sic.] (Brief van Anne van Hannover aan Willem Bentinck van Rhoon en Pendrecht, 20 maart 1756, Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, Archief Willem Bentinck G002.24).

Anne stierf op 12 januari 1759 te ‘s-Gravenhage. Haar rol als regentes voor Willem V werd overgenomen door, eerst haar schoonmoeder, Maria Louise van Hessen-Kassel (1688–1765), en ten tweede bij de dood van laatstgenoemde door haar eigen dochter Carolina van Oranje-Nassau (1743-1787).

De brieven

Anne’s betrokkenheid bij de politiek komt tot uiting in haar correspondentie, waaronder veel brieven van lokale, nationale en internationale staatslieden, bijvoorbeeld opperbevelhebber Louis Ernest van Brunswijk-Wolfenbüttel (1718-1788), raadpensionaris Pieter Steyn (1706-1772 ), en de Engelse ambassadeur Sir Joseph Yorke (1724–1792). Daarnaast zijn er veel brieven van haar man en naaste familieleden bewaard gebleven.

Momenteel bevat de online catalogus van Oxford’s Early Modern Letters online metadata ongeveer 4.100 brieven tussen Anna van Hannover en 700 individuele correspondenten geschreven in het Frans, Nederlands en Engels die dateren tussen 1717 en 1759. De meeste brieven bevatten links naar gedigitaliseerde kopieën van de originele documenten.

Partners

De metadata voor deze catalogus in EMLO zijn aangeleverd door het Huygens Instituut onder leiding van onderzoeker dr. Ineke Huysman. De documenten zijn gedigitaliseerd in samenwerking met de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag, waar de meeste originele brieven worden bewaard (Archief Anna van Hannover, A30.430 & A30.431).

Bibliografie (selectie)

Baker-Smith, V. P. M., A life of Anne of Hanover, Princess Royal (Leiden, 1995).

Baker-Smith, V. P. M., Royal Discourd. The Family of George II (Twickenham, 2008).

Carter, A. C., The Dutch Republic in Europe in the Seven Years War (Edinburgh, 1971).

Gabriëls, A. J. C. M., De heren als dienaren en de dienaar als heer. Het Stadhouderlijk stelsel in de tweede helft van de achttiende eeuw (Leiden, 1995).

Geyl, P., Willem IV en Engeland. Tot 1748 (Vrede van Aken) (Den Haag, 1924).

Green, V. H. H., The Hanoverians, 1714–1815 (Londen, 1954).

Harris, E. T., George Frederic Händel: A Life with Friends (New York and Londen, 2014).

Hatton, G., George I (New Haven & Londen, 1978).

Kilburn, M., ‘Anne, princess royal (1709–1759), princess of Orange, consort of William IV‘, Oxford Dictionary of National Biography (2004; retrieved 20 Feb. 2018 [requires access from a subscribing institution]).

Schutte, G. J., Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam, 1999).

Schutte, G. J., ‘Gouvernante Anna. Anna van Hannover 1709-1759’, in C. A. Tamse, ed., Vrouwen in het landsbestuur. Van Adela van Hamaland tot en met koningin Juliana, vijftien biografische opstellen (Den Haag, 1982) pp. 14768.

Thompson, A. C., George II. King and Elector (New Haven & Londen, 2011).

Zie voor aanvullende biografische informatie de pagina Anna van Hannover (1709-1759) bij het Huygens Instituut, en het artikel op Wikipedia. Voor informatie over haar brieven, zie: Into the archive of Anne of Hanover, princess royal and princess of Orange.

Bronvermelding: Frans Willem Lantink, Anna van Hannover, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: https://bit.ly/3aY4X6t