
Johan Willem Friso van Nassau-Dietz werd geboren te Dessau op 4 augustus 1687. Hij was de oudste zoon van de Friese stadhouder Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz en Henriette Amalia van Anhalt-Dessau. De kinderloze Willem III (1650-1702), stadhouder en koning van Groot-Brittannië, werd zijn peetvader. In 1696 stierf Friso’s vader en werd Henriëtte Amalia regentes voor haar minderjarige zoon. In 1702 overleed Willem III, zijn machtige beschermer, en liet hem de titel Prins van Oranje na.
In 1707 werd Friso officieel aangesteld als stadhouder van Friesland en in 1708 van Groningen. De zekerstelling van de toekomst van het huis Oranje vergde dat hij huwde. Het was vooral zijn moeder Henriëtte Amalia die daarop aandrong. Het leven, zeker dat van een jongeman in oorlogstijd, was onzeker en dus diende er zo spoedig mogelijk een stamhouder te komen. (1) Zijn moeder stelde een lijstje op met huwelijkskandidaten, onder wie Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765). In Kassel ontmoette Friso zijn aanstaande bruid prinses Maria Louise. Na de eerste kennismaking zond Friso haar een brief met verzekering van ‘oprechte en waarachtige eerbied’ en dank voor de ‘vriendschap’ die hij hoopte meer en meer te kunnen verwerven. (2) Bij de zakelijke onderhandelingen over het huwelijkscontract bleek niets meer in de weg te staan, waarna de officiële verloving volgde.

Op 26 april 1709 werd het huwelijk in Kassel voltrokken, waarna het paar ging wonen op het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Maria Louises echtgenoot was niet veel thuis omdat hij vanwege de Spaanse Successieoorlog vrijwel altijd op het slagveld te vinden was. (3) Dit resulteerde erin dat ze elkaar veel schreven, iets waaraan wij nu informatie kunnen ontlenen. Helaas is kunnen we vanuit de brieven niet zeggen of er echt sprake was van een liefdevol huwelijk, omdat deze brieven vooral bestudeerd moeten worden in de context van de formele gebruiken van de achttiende eeuw. Er werden veelal standaard formele termen gebruikt voor wanneer er intieme gevoelens en relaties onder woorden gebracht moesten worden. (4) Deze gebruiken zijn goed terug te lezen in een van de eerste (bewaard gebleven) brieven die Friso aan Maria Louise stuurde:

Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins […]
Eenmaal getrouwd schreef Friso om de acht tot tien dagen een brief aan zijn echtgenote, waarvan er in totaal 135 bewaard zijn. (5) Friso was vaak maanden weg, maar zijn brieven waren altijd kort, tamelijk onpersoonlijk en heel beleefd. In 1710 raakte Maria Louise in verwachting en bracht later datzelfde jaar een gezonde dochter ter wereld, Anna Charlotte Amelia van Nassau-Dietz. Over haar tragische bestaan hebben we een aparte blogpost geschreven.

Het huwelijk van Friso en Maria Louise was helaas maar van korte duur. Op 9 juli 1711 schrijft Johan Willem Friso een haastige brief aan zijn echtgenote. (6) Daarin meldt hij op het punt te staan naar Den Haag te reizen om daar, door bemiddeling van de Staten-Generaal, eindelijk met zijn Pruisische rivaal tot een schikking over de erfenis van Willem III te komen. Nog geen week later moest aan de hoogzwangere prinses de verdrinkingsdood van de Prins van Oranje op 14 juli 1711 worden gemeld. Friso wilde het Hollandsch Diep oversteken om zo naar Den Haag te kunnen. Het weer was goed, maar onweer leek op komst. De prins nam plaats in een klein vissersvaartuig waarop zijn koets verscheept stond. Toen de boot bijna de overkant bij Strijensas had bereikt, was het noodweer uitgebleven. De prins was inmiddels uit zijn koets gekomen. De schipper moest enkel nog de zeilen wenden en daarna konden ze aan land gaan. De zeilen werkten alleen niet goed en plots kwam er een flinke windvlaag, die het zeil vulde en de boot deed hellen. Alle opvarenden vielen overboord. Eén persoon (Onno Boldewijn du Tour) wist zich aan de deur van de koets vast te klemmen. Prins Johan Willem Friso klemde zich weer aan hem vast, maar kon hem niet vasthouden toen een golf hem meesleurde. De schipper probeerde nog een reddingsactie op touw te zetten, maar dit bleek tevergeefs: de jonge prins verdronk, evenals zijn kamerheer. De overige opvarenden konden wel worden gered. Pas acht dagen na het ongeluk zag een schipper het lijk van de prins drijven, op ongeveer de plaats van het ongeluk nabij Strijensas. (7)
Maria Louise was al in diepe rouw, want een aantal weken eerder was haar moeder Maria Amalia overleden. De stadhouder had zijn vrouw daarover zelfs nog een brief geschreven, om haar te troosten. De brief dateert van 29 juni 1711. (8) Hij zegt daarin dat hij hoopt dat de dood van haar moeder geen slechte invloed heeft op haar gezondheid. Met bijna vooruitziende blik vervolgt hij: ‘qu’il n’y point de remède contre la mort et qu’il faut ce soumettre à la volonté de notre Seigneur en tout’. Er is geen middel tegen de dood en men moet zich onderwerpen aan Gods wil.

Zijn laatste brief, geschreven op 9 juli, kwam pas aan toen Maria Louise het bericht al had ontvangen dat Friso verdronken was. (6) In de brief schrijft hij dat hij naar Den Haag moet gaan, en hij verzoekt haar dringend niet die kant op te gaan. Hij zal zelf naar Leeuwarden komen. Zeven weken na de dood van Friso, op 1 september 1711, bracht Maria Louise hun tweede kind ter wereld: een zoon, de latere stadhouder Willem IV. Daarmee was de dynastie veilig gesteld.
Bronnen:
(1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 19.
(2) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 20.
(3) De Spaanse Successieoorlog (1701-1713) was een Europees conflict over de opvolging van de Spaanse troon. Zowel de Franse koning Lodewijk XIV als de Habsburgse koning Leopold maakten er aanspraak op. De Nederlandse Republiek vocht samen met Engeland aan de Habsburgse zijde tegen de Franse coalitie. Toen duidelijk werd dat Frankrijk zich zou overgeven en Spanje af zou staan, volgde de vredesonderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de Vrede van Utrecht (1713) de Vrede van Rastatt (1714) en de Vrede van Baden (1715). De personele unie tussen Frankrijk en Spanje werd voorkomen door een andere troonopvolger aan te wijzen en op deze manier werd er voor het eerst geprobeerd een machtsevenwicht in Europa te bewerkstelligen.
(4) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 21.
(5) Archief Maria Louise, A28-005, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag)
(6) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/3eiZzNd
(7) Wikipedia, Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, URL: https://bit.ly/35U5m7T Geraadpleegd op 2 november 2020.
(8) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/324DjSl
Transcriptie:
À Loo ce 29me Avril 1708
Madame
Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins, permetté moy don, ma chère princesse, que je vous fasse souvenir de l’amitié que vous m’avez promis avec autent de générosité de me vouloir conservé pendent mon absence, et que je vous puisse assuré que c’est la chause du monde qui tient le plus à cœur. Il faut que je dise à Votre Altesse que tout le monde admire le portrest qu’elle m’a donné, et me félicite en même temps de l’avantage que j’ay de poséder le cœur d’une si belle princesse, le temps me dure déjà que je n’ay plus le plaisir de la voir et de la pouvoir assurer de bouche que je suis avec toute l’ardent possible
Madame
De Votre Altesse
Le très humble et très obéissant serviteur et très fidèle aman
JWF Prince d’Orange et de Nassau
Je prie V.A. d’assurer leurs Altesse de mes très profond respects










































