
Louise de Coligny werd geboren als dochter van de vooraanstaande protestant Gaspard de Coligny (1519-1572) en Charlotte de Laval (1530-1568). Haar ouders behoorden tot de bovenlaag van de Franse aristocratie. Louise’s jeugd stond vooral in het teken van de Franse godsdienstoorlogen. Haar vader bekeerde zich tijdens zijn gevangenschap in Spanje tot het calvinisme en nam later het militaire commando van het hugenotenleger op zich. Haar familie vertrok in 1652 naar het belegerde Orléans, waar haar moeder werkte in de legerhospitalen.
Op 26 mei 1571 trouwde Louise op zestienjarige leeftijd met Charles de Téligny, een jonge protestantse edelman die als soldaat en diplomaat onder haar vader diende. Het huwelijk zou niet lang duren, want zowel haar echtgenoot als haar vader werden vermoord tijdens de Bartholomeusnacht (24 augustus 1572). Louise vluchtte hierop naar Zwitserland. In 1576 keerde ze terug naar Frankrijk, waar ze tot 1583 een teruggetrokken bestaan leidde.
Op 12 april 1583 trad ze in het huwelijk met Willem van Oranje, van wie ze eind april 1582 een huwelijksaanzoek had ontvangen. Louise’s ontvangst in de Nederlanden was koel, mede omdat Willem van Oranje minder populair was geworden door zijn Franse politiek en het debacle met de hertog van Anjou, die op Willems aandringen was gevraagd om de soevereiniteit op zich te nemen. Zijn huwelijk met een lid van de Franse adel wekte opnieuw argwaan. Het huwelijk zelf gold als gelukkig, hoewel ook deze verbintenis niet lang duurde. Op 10 juli 1584 werd Willem van Oranje vermoord door Balthasar Gerards. Het was de tweede keer dat Louise de Coligny weduwe werd. Haar zoon, de latere stadhouder Frederik Hendrik, was op dat moment slechts zes maanden oud.
Louise kreeg voogdij over vier van de zes jonge dochters uit Willem van Oranje’s huwelijk met Charlotte van Bourbon, de overige dochters waren al eerder naar familie in Frankrijk gezonden. Van 1585 tot 1591 woonde Louise met haar (stief)kinderen in Vlissingen. Ze ondervond meermaals financiële problemen en moest geregeld aankloppen bij de Staten-Generaal voor steun. Uiteindelijk kreeg ze in 1592 pas jaargeld toegekend. In 1591 verhuisde ze met haar gezin naar Den Haag. De jaren die daarop volgden spendeerde Louise deels in de Nederlanden en deels in Frankrijk, waar ze onder meer huwelijkskandidaten vond voor haar stiefdochters en haar zoon introduceerde aan het Franse hof.
Eenmaal teruggekeerd naar de Nederlanden in 1608, bleek Louise een belangrijke diplomatieke schakel tussen Hendrik IV en de Republiek. Ze bemiddelde ook herhaaldelijk tussen Johan van Oldenbarnevelt, die voor vrede was met Spanje, en haar stiefzoon Maurits, die tegen een bestand was. Ook tijdens de bestandstwisten die de daaropvolgende jaren zouden kleuren, probeerde Louise altijd een bemiddelende rol in te nemen.
Uiteindelijk keerde ze in 1620 voorgoed terug naar Frankrijk. Ze streek neer in Fontaineblau, waar ze verbleef bij de Franse koningin-moeder Maria de Medici. Daar stierf ze na een kort ziekbed op 13 november 1620. Haar gebalsemde lichaam werd op 24 mei 1621 bijgezet in het graf van Willem van Oranje in Delft.
De brieven
Er zijn zo’n vijftig brieven bewaard gebleven uit de briefwisselingen tussen Louise met onder andere Johan van Oldenbarnevelt, Christiaan Huygens en Jan van Nassau, daterend van 1584-1615, voornamelijk in het Frans en in mindere mate in het Duits geschreven. Van de meeste brieven zijn links naar gedigitaliseerde versies van de originele documenten toegevoegd.
Partners
De metadata voor deze catalogus in EMLO zijn aangeleverd door het Huygens ING onder leiding van onderzoeker dr. Ineke Huysman. Huygens ING heeft de documenten gedigitaliseerd in samenwerking met de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag, waar de meeste originele brieven worden bewaard (Archief Louise de Coligny, A11d).

Bibliografie (selectie)
Beschrijvinghe ende warachtich verhael vande ordre ende heerlicke maniere die gehouden is […] op de begraeffenisse vande […] vrouvve Lovvijse de Coligny (Leiden 1621) [Knuttel Pflt. 3228].
Geeraerdt Brandt, Historie der Reformatie, en andre kerkelyke geschiedenissen, deel 4 (Rotterdam 1704) 394-399.
J.K.J. de Jonge, Louise de Colligny (Den Haag 1880).
Correspondance de Louise de Coligny, Paul Marchegay ed. (Genève 1887).
Jules Delaborde, Louise de Coligny, princesse d’Orange, 2 delen (Parijs 1890).
Johanna Naber en Louise de Neve, Onze vorstinnen van het huis van Oranje-Nassau (Haarlem 1898).
J. Shimizu, Conflict of loyalties. Politics and religion in the career of Gaspard de Coligny, admiral of France, 1519-1572(Genève 1970) 17-21.
Jan den Tex, Oldenbarnevelt, 5 delen (Haarlem 1960-1972).
Roland H. Bainton, Women of the Reformation in France and England (Minneapolis 1973) 113-135.
Evelyn Berriot-Salvadore, Les femmes dans la société française de la Renaissance (Genève 1990) 119-155.
Lia van Gemert, ‘“Hoe dreef ick in mijn sweet.” De rol van Louise de Coligny in de Oranje-drama’s’, De Zeventiende Eeuw 10 (1994) 169-180.
Marie-Ange Delen, Hof en hofcultuur rondom Willem van Oranje (1533-1584) (z.p. 2001) 302.
Rosine A. Lambin, Femmes de paix. La coexistence religieuse et les dames de la noblesse en France, 1520-1630 (Parijs 2003).
Jane Couchman, ‘“Give birth quickly and then send us your good husband.” Informal political influence in the letters of Louise de Coligny’, in: Jane Couchman en Ann Crabb red., Women’s letters across Europe, 1400-1700 (Aldershot 2005) 163-184.
Simon Hodson, ‘The power of female dynastic networks. A brief study of Louise de Coligny, princess of Orange, and her stepdaughters’, Women’s History Review 16 (2007) 335-351.
Zie voor aanvullende biografische informatie de pagina Louise de Coligny (1555-1620) bij het Huygens ING, en het artikel op Wikipedia.
Bronvermelding: Femke Deen, Louise de Coligny, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: https://bit.ly/34FX30J