
Wilhelmina werd in 1751 geboren als dochter van prins August Willem van Pruisen en hertogin Louise Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel. Haar vader heeft ze nauwelijks gekend, en net als haar twee oudere broers werd ze als kleuter bij haar moeder weggehaald. Wilhelmina groeide op bij haar grootmoeder, koningin-moeder Sophia Dorothea van Hannover (1687-1757), en vanaf 1757 bij haar tante, koningin Elisabeth Christine (1715-1797), de echtgenote van Frederik de Grote (1712-1786), maar ze werd in werkelijkheid opgevoed door een gouvernante. Volgens Wilhelmina zelf werd ze door haar eerste gouvernante mishandeld en verwaarloosd, zonder dat haar familie dit merkte. Haar opvolgster, Sophie von Danckelmann (1715-1789), was echter als een tweede moeder voor haar en zij zou haar hele leven bij Wilhelmina blijven.
Op 4 oktober 1767 trouwde de toen 16-jarige prinses in Berlijn met de 19-jarige Willem V, die sinds 1766 stadhouder was van de Nederlandse Republiek. De bruid ontmoette haar aanstaande pas vlak voor de bruiloft. Een aantal dagen later vertrok het bruidspaar naar Nederland. Wilhelmina raakte zes keer in verwachting en schonk Willem uiteindelijk drie kinderen: Louise (1770-1819), Willem Frederik, de latere koning Willem I (1772-1843), en Frederik (1774-1799). Wilhelmina nam als kind van de Verlichting zelf de opvoeding van haar kinderen ter hand en zat leraren flink op de huid. Plicht en deugd waren in de opvoeding erg belangrijk.
Het huwelijk tussen Willem en Wilhelmina verliep niet altijd vlekkeloos. Hun karakters botsten. Willem was door zijn voogd hertog Lodewijk van Brunswijk opgevoed en had een sterk vooroordeel tegen regerende vrouwen. Hij was weifelachtig en jaloers en achterdochtig jegens zijn energieke, wilskrachtige echtgenoot.
De vierde Engelse zeeoorlog (1780-1784) zorgde in de Nederlandse Republiek voor een financiële en politieke crisis. Het land was verdeeld in twee kampen, de patriotten en de orangisten. De patriotten richtten hun kritiek aanvankelijk op de hertog van Brunswijk en na zijn gedwongen vertrek in 1782 vooral op de stadhouder. Willem V was conservatief en wilde niet over verandering praten. Wilhelmina, die zich steeds meer met staatszaken ging bezighouden, kon de crisis beter het hoofd bieden en werd alom gewaardeerd om haar politieke inzicht en vastberadenheid.
Wilhelmina, nu politiek goed in het zadel, bouwde haar eigen kring van vertrouwelingen op, waaronder Gijsbert Karel van Hogendorp en de Engelse ambassadeur James Harris (later Lord Malmesbury). Ook voerde ze uitgebreide politieke correspondenties met onder anderen Frederik de Grote en de Pruisische minister Herzberg. Ze zette haar politieke analyses vaak op papier, in brieven of in aantekeningen die voor haarzelf bedoeld waren.
Toen de politieke en financiële crises waren afgewend, nam Wilhelmina’s macht af. Alles liep als vanouds weer via de stadhouder zelf, die jaloerser en wantrouwiger was dan ooit. Met haar harde optreden had Wilhelmina zich impopulair gemaakt, zelfs bij veel Oranjegezinden, omdat ze ten eerste van buitenlandse komaf was, ten tweede omdat ze een vrouw was die buiten de natuurlijke orde de macht had overgenomen van haar echtgenoot, en ten derde omdat ze bijzonder wraakzuchtig was tegenover haar vijanden. Aan het hof werd het oude leven hervat, maar er volgden woelige jaren met als dieptepunt de Franse inval in 1794. Op 18 januari 1795 vluchtte de stadhouderlijke familie naar Engeland.
Nadat Napoleon in 1813 was verslagen, ontstond er weer hoop voor een terugkeer naar Nederland. Er werden plannen gemaakt om Wilhelmina’s zoon, Willem Frederik, als soeverein vorst de Nederlandse troon te laten bestijgen. Wilhelmina was daar zeer bij betrokken en overlegde het plan van aanpak uitvoerig met haar zoon. In november 1813 keerde Willem Frederik terug naar Nederland, Wilhelmina en Louise volgden op 10 januari 1814. Op 14 maart werd haar zoon uitgeroepen tot koning Willem I der Nederlanden.
In haar laatste levensjaren woonde Wilhelmina met Louise afwisselend in Haarlem, in Den Haag en op Paleis ’t Loo. Op 9 juni 1820 overleed Wilhelmina op Paleis ’t Loo, nog geen jaar na de dood van Louise.
Partners
De metadata voor deze catalogus in EMLO zijn aangeleverd door het Huygens ING onder leiding van onderzoeker dr. Ineke Huysman. Huygens ING heeft de documenten gedigitaliseerd in samenwerking met de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag, waar de meeste originele brieven worden bewaard (Archief Wilhelmina van Pruisen, A32). Deze brieven worden in de loop van 2022 online gezet.

Bibliografie (selectie)
De prinses Wilhelmina van Oranje en Gijsbert Karel van Hogendorp in 1787 en volgende jaren. Brieven en gedenkschriften, H. van Hogendorp ed. (Den Haag 1887).
Erinnerungen der Prinzessin Wilhelmine von Oranien an den Hof Friedrichs des Groszen (1751-1767), G.B. Volz ed. (Berlijn 1903).
J.W.A. Naber, Prinses Wilhelmina, gemalin van Willem V, prins van Oranje (Amsterdam 1908).
Correspondentie van de stadhouderlijke familie 1777-1820, 5 delen, J.W.A. Naber ed. (Den Haag 1931-1935).
G.W. Schutte, ‘Wilhelmina van Pruissen’, in: C.A. Tamse, Vrouwen in het landsbestuur (Den Haag 1982) 169-202 [ook in: Idem, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999) 87-112].
W.A. Knoops en F.C. Meijer, Goejanverwellesluis. De aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda (Amsterdam 1987).
A. Meddens-van Borselen, ‘“Ik zal dit in uwe ogen doen druipen”. De aanhouding van Wilhelmina van Pruisen door de Commissie van Defensie te Woerden in 1787’, Holland 19 (1987) 197-206.
A.J. Koogje, ‘Willem V en zijn gezin, liefhebbers van muziek en toneel’ en ‘Willem en Wilhelmina, acteur en actrice’, Jaarboek Oranje-Nassau Museum (1990) 31-42 en 43-47.
Het dagboek van Magdalena van Schinne (1786-1795), Anje Dik ed. (Hilversum 1990).
Karl de Leeuw, ‘Een lexicaal geheimschrift van Wilhelmina van Pruisen op Hampton Court’, De Achttiende Eeuw (1995) 97-126.
Wantje Fritschy, ‘De financiën van de Oranjes tussen revolutie en restauratie’, Jaarboek Oranje-Nassau Museum (1996) 34-65.
Arie Wilschut, Goejanverwellesluis. De strijd tussen patriotten en prinsgezinden. 1780-1787 (Hilversum 2000).
Lotte van de Pol, ‘Het autobiografisch geheugen onder constructie. De herinneringen van Wilhelmina van Pruisen aan haar Berlijnse kinderjaren’, Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis 1 (2004) 106-125 [herdr. in: Pieter Stokvis red., Geschiedenis van het privéleven. Bronnen en benaderingen (Amsterdam 2007) 69-84].
Lotte van de Pol, ‘A public reprimand: Isabelle de Charrière’s pamflet adressed to Wilhelmina of Prussia’, Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers (2006) nr. 1, 44-57.
Lotte van de Pol, ‘From doorstep to table. Negotiating space in ceremonies at the Dutch court of the second half of the 18th century’, in: Andreas Bähr e.a. red, Räume des Selbst. Selbstzeugnisforschung transkulturell (Keulen 2007) 77-94.
Zie voor aanvullende biografische informatie de pagina Wilhelmina van Pruisen bij het Huygens ING, en het artikel op Wikipedia.
Bronvermelding: Lotte van de Pol, Wilhelmina van Pruisen, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: https://bit.ly/34AKinS