Een nieuwjaarsbericht van Pepin voor Annin

Het huwelijk tussen stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau en Anna van Hannover was niet uit liefde aangegaan, maar uit deze brief (en véle andere, ook van Anna) blijkt dat er wel degelijk iets moois tussen beiden was opgebloeid. Willem, die zichzelf Pip of Pepin noemt in zijn brieven aan Anna (Annin), is op nieuwjaarsdag 1742 in de buurt van Kassel en mist haar vreselijk.

Willem IV aan Anna van Hannover, 1 januari 1742, Koninklijke Verzamelingen, A30-VIa-1.

De honderden brieven van Willem aan Anna en aan zijn moeder Maria-Louise van Hessen-Kassel zijn met behulp van Transkribus ontsloten. Vrij vertaald schrijft hij:

Kassel, 1 januari [1742]

Ik schrijf u, mijn lieve hart, deze paar woordjes om u te verzekeren van mijn tederheid en mijn liefde. Ik had extreem veel spijt u te moeten achterlaten. Ik zou dit alles niet kunnen verdragen, als ik mezelf niet zou troosten met de gedachte dat Pip al het mogelijke zal doen om zich zo snel mogelijk bij zijn geliefde Annin te kunnen voegen. Goede God wat een saaiheid om het kleine koetsje zonder haar te zien die het zo plezierig maakt, evenals de andere geneugten in mijn leven. Mijn hart is zo vervuld, en mijn gedachten zo bezeten van u dat ik nooit zal kunnen stoppen met alles te zeggen wat in me opkomt. Boemer [Herman Jansen Boemer, een dienaar] is bij me sinds ik in Kassel ben om een beetje te praten en de droefenis te verdrijven van het ontbreken van uw Hagel [een codewoord voor liefdevol?] gezelschap en waardevolle gesprekken. Goedenavond het is zes uur, ik vertrek en geef je duizend kussen, Pepin.

Binnenkort verschijnt de volledige correspondentie van Anna van Hannover zoals die bij Koninklijke Verzameling wordt bewaard, online. Wordt vervolgd.

Ineke Huysman, 1 januari 2023