Op uitnodiging van baron Bernard de Snoy et d’Oppuers togen wij naar het kasteel Bois-Seigneur-Isaac in de gemeente Eigenbrakel (België) om onderzoek te doen in het gigantische archief van de familie Snoy, in het bijzonder in de papieren nalatenschap van geuzenleider Diederik van Sonoy (1529-1597). Ons bezoek aan deze prachtige historische omgeving had tot doel om vanuit onze een eigen interesse te kijken of we iets van onze gading konden vinden: Nina Lamal (Huygens Instituut/NL-Lab): boekgeschiedenis en vroegmoderne diplomatieke relaties; Clodagh Murphy (Universiteit Leiden): het secretariaat van de Engelse koningin Elizabeth I Tudor; Ineke Huysman (Huygens Instituut/NL-Lab): correspondentie Willem van Oranje en in het bijzonder de echtgenotes van stadhouders zoals die van Willem van Oranje.
Josse van Sonoy, Anoniem, kasteel Bois-Seigneur-Isaac. Foto: Ineke Huysman
Diederik van Sonoy had een oudere broer, Joost of Josse (1523-1584), die katholiek bleef tijdens de Opstand en van wie de huidige baron Bernard de Snoy et d’Oppuers een directe nazaat is. Zo kwam het dat de papieren van Diederik en zijn verwanten in het privé-archief van de familie Snoy op het Kasteel Bois-Seigneur-Isaac in België worden bewaard en wij de gelegenheid kregen om in diens archief onderzoek te doen. Reeds eerder werden twaalf brieven gewisseld tussen Willem van Oranje (1533-1584) en Diederik van Sonoy gevonden in dit archief, waarvan er in 2022 één werd gepubliceerd in Willem van Oranje in brieven. De opstand in 1572 (red. Marianne Eekhout, Ineke Huysman, Henk van Nierop, Judith Pollmann en Johan Visser).
Diederik van Sonoy aan Willem van Oranje, 30 augustus 1572. Zie ook https://resources.huygens.knaw.nl/wvo/app/brief?nr=13176Willem I prins van Oranje, Michiel Jansz. van Mierevelt (atelier van), ca. 1632, RijksmuseumWillem van Oranje aan Diederik van Sonoy, 28 augustus 1579, Archives de l’Association familiale Snoy
Diederik van Sonoy
Diederik van Sonoy was een belangrijke militaire en bestuurlijke figuur uit de Nederlandse Opstand. Zijn rol in de verdediging van Alkmaar in 1573 wordt vaak geroemd als een keerpunt in de strijd tegen de Spaanse overheersing tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Geboren rond 1529 in Kalkar, Duitsland, ondertekende Sonoy het smeekschrift der Edelen en vocht hij al in 1568 voor de opstandelingen en Willem van Oranje tegen het Spaanse leger. Oranje benoemde Sonoy in 1572 tot gouverneur van het Noorderkwartier en bezorgde hem hiermee een belangrijke strategische positie in de strijd. Sonoy speelde een actieve rol in het veroveren van Medemblik in 1572 en het ontzet van Alkmaar (1573). Sonoy was een vastberaden verdediger van het protestantisme in de strijd, maar hij was bovenal ook een meedogenloze krijgsheer die enorm repressief te werk ging tegen katholieken en andere tegenstanders.
Diederik van Sonoy, Anoniem, kasteel Bois-Seigneur-Isaac. Foto: Ineke Huysman
Naarmate de situatie in de Nederlanden veranderde, raakte Sonoy politiek geïsoleerd. Nadat hij samen met Leicester een mislukte coup had gepland, werd hij in 1588 afgezet als gouverneur van het Noorderkwartier. Hij trok zich terug uit het openbare leven en overleed in 1597 in Pieterburen, waar hij begraven ligt in de Petruskerk. Van deze belangrijke figuur uit de Opstand bestaat er nog geen moderne biografie.
Verder lezen: Henk van Nierop, Het verraad van het Noorderkwartier (1999).
Archief
Omdat wij alle drie vroeg-modernisten zijn, beperkte ons onderzoek zich vooral tot de papieren en boeken rondom Diederik van Sonoy. Wat troffen wij bijvoorbeeld aan tussen de honderden documenten van Diederik en zijn tijdgenoten? Een kleine selectie met enkele hoogtepunten, die uitnodigen tot veel meer verder onderzoek:
Een brief van Charlotte de Bourbon (1546/47-1582), de derde echtgenote van Willem van Oranje, uit Delft van 19 maart 1576 aan Maria van Malsen (?-1584), eerste echtgenote van Diederik van Sonoy. Charlotte bedankt Maria voor de haar toegezonden ‘toile de Hollande’, het zogenaamde ‘Haarlems wit’: ruw, veelal geïmporteerd linnen dat in de blekerijen rondom Haarlem gebleekt werd.
Charlotte de Bourbon aan Maria van Malsen, 19 maart 1576, Braine-L’Alleud, Archives de l’Association familiale SnoyCharlotte de Bourbon, Daniël van den Queborn, ca. 1579, Koninklijke Verzamelingen, Den Haag
Brieven van Robert Dudley (1532-1588), graaf van Leicester aan Diederik van Sonoy (originelen en contemporaine kopieën). Na de moord op Willem van Oranje in 1584 was Leicester in 1585 door koningin Elizabeth I van Engeland naar de Nederlanden gestuurd als haar speciale gezant en opperbevelhebber van de Engelse troepen die de Nederlanders moesten bijstaan in hun strijd tegen de Spaanse overheersing. Dit liep min of meer uit op een fiasco. Na het gedwongen vertrek van Leicester uit de Nederlanden in 1587 weigerde Diederik Sonoy trouw te zweren aan Maurits als nieuwe stadhouder.
Robert Dudley, graaf van Leicester aan Diederik van Sonoy, 8 augustus 1587, Archives de l’Association familiale SnoyRobert Dudley , graaf van Leicester, Jan Antonisz van Ravesteyn (atelier van), c. 1609 – c. 1633, Rijksmuseum
Brieven van Maurits van Nassau (1567-1625) aan Diederik van Sonoy. In 1585 werd de 18-jarige Maurits van Nassau benoemd tot stadhouder van Holland en Zeeland en kapitein-generaal van de troepen. De brieven van Maurits aan Sonoy, ondertekend met ‘uw goede vrunt’, dateren uit de periode 1586- februari 1588, dus nog vóór het Beleg van Medemblik, toen prins Maurits namens de Staten van Holland vocht tegen Sonoy, die werd geassisteerd door Engelse soldaten.
Maurits van Nassau aan Diederik van Sonoy, 3 februari 1588, Archives de l’Association familiale SnoyMaurits van Nassau, Daniël van den Queborn, 1588, Zeeuws Archief, Stadhuiscollectie Arnemuiden, toegang 1902, inv.nr.6
Brieven van Christiaan Huygens senior (1551-1624) aan Diederik van Sonoy. Christiaan Huygens senior (de vader van Constantijn Huygens) stuurde zijn brieven aan Sonoy in zijn hoedanigheid van secretaris van stadhouder Maurits en van de Raad van State.
Christiaan Huygens senior aan Diederik van Sonoy, 23 mei 1589, Archives de l’Association familiale SnoyChristiaan Huygens senior, Anoniem, ca. 1580, Haags Historisch Museum
Brieven van koningin Elizabeth I van Engeland aan Diederik van Sonoy (contemporaine kopieën). Dankzij zijn eerdere verdiensten en vooral de bemiddeling door koningin Elizabeth I van Engeland ontving Diederik van Sonoy van de Staten van Holland na zijn ontslag toch nog een jaarlijks pensioen van 1.000 pond. Na zijn overgave bij Medemblik in 1588 stak hij met zijn familie over naar Engeland, waar hij enige tijd verbleef om wat land dat hem door Elizabeth I was toegekend te ontginnen. De brieven van Elizabeth aan Sonoy zijn kopieën vervaardigd door jonkheer Lambert IV van Sonoy (1574-1640), een zoon van Josse. Lambert was kanunnik te Utrecht en had een grote historische en genealogische belangstelling. Lambert kopieerde niet alleen zorgvuldig de briefwisseling tussen Elizabeth en Diederik aan de hand van bekende contemporaine geschiedenissen over de Nederlandse Opstand zoals Pieter Bor, hij compileerde ook zorgvuldig eigen overzichten van de militaire acties en het leven van zijn oom.
Elizabeth I van Engeland aan Diederik van Sonoy, 10 april 1587, Archives de l’Association familiale SnoyElizabeth I van Engeland, School van Nicholas Hilliard, ca. 1590, Jesus College, Wikimedia Commons
Tenslotte verdient ook een bijzonder exemplaar van La genealogie des illustres comtes de Nassau, samengesteld en uitgegeven door Jan Orlers in Leiden in 1615 aandacht. Onderdeel van de laurierkrans was dit werk bedoeld als een lofzang op Maurits van Nassau en zijn vele militaire overwinningen, waarin onder andere ook het Beleg van Medemblik in 1588 wordt beschreven. Dit specifieke deel van het werk is uitgebreid door Lambert geannoteerd met handgeschreven opmerkingen en rode onderstrepingen (zie de twee onderstaande afbeeldingen). Met zijn annotaties probeert Lambert het narratief te corrigeren en aan te geven dat Diederik geen opstandige verrader was van de Republiek maar altijd eerlijk en eervol had gehandeld.
Lambert IV van Sonoy, Anoniem, kasteel Bois-Seigneur-Isaac. Foto: Ineke Huysman
Nieuw onderzoek
Dit waren maar enkele voorbeelden uit het archief van de familie Snoy. Alleen al rond Diederik van Sonoy zijn er honderden nog niet eerder bestudeerde documenten die bij nadere bestudering nieuw inzicht kunnen geven in de geschiedenis van de laatste decennia van de 16e eeuw en ook het netwerk van Diederik van Sonoy beter in kaart kunnen brengen. Bovendien zijn deze brieven en andere teksten van en over Diederik in dit familiearchief geen toevallig overgeleverde documenten maar met zorg door Lambert samengebracht en gebonden in volumes, al drie jaar na de dood van Diederik. Het is erg interessant om verder te onderzoeken hoe Lambert te werk ging als historicus en na te gaan hoe zijn verschillende identiteiten, als een katholiek en familielid, met elkaar verzoende om zijn streng gereformeerde oom Diederik te rehabiliteren.
Wij hebben ons nu beperkt tot Diederik van Sonoy, maar in dit archief bevinden zich tienduizenden documenten van de familie Snoy-Oppuers, een ware goudmijn en voor elk wat wils. Onlangs verscheen er van de hand van Jean-François Houtart een prachtig boek over de geschiedenis van de familie Snoy, een echte aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in deze belangrijke adellijke familie.
La Famille Snoy, tôme I et II, Jean-François Houtart (Bois-Seigneur-Isaac 2021)
Rondleiding
Daarnaast genoten wij van de gastvrijheid van baron en zijn echtgenote en kregen we een speciale rondleiding in en rond de bezittingen van de familie de Snoy-Oppuers: het eeuwenoude kasteel van Bois-Seigneur-Isaac, de kerk Notre-Dame de Grâce et de Consolation et du Saint Sangen het klooster Saint-Charbel.
Ineke Huysman, Nina Lamal en Clodagh Murphy, juli 2023
In de periode april tot en met juni 2023 liep Lotte van der Linden (masterstudent aan de Radboud Universiteit Nijmegen) stage bij het stadhoudersvrouwen project. In dit artikel schrijft zij over het werken met de EMLO database en het gebruik van Transkribus.Eerder schreef zij een blog over de briefwisseling van Anna van Hannover en Willem IV.
Gedurende mijn stage heb ik me mogen verdiepen in de correspondenties van Anna van Hannover (1709-1759) en Maria Louise van Hessen Kassel (1688-1765), respectievelijk de vrouw en moeder van stadhouder Willem IV. Mijn voornaamste taak daarbij was het invoeren van de metadata van hun inkomende en uitgaande brieven. Beide stadhoudersvrouwen correspondeerden met een groot aantal hoogstaande Europese edelen: van eigen gezinsleden tot secretarissen en legerleiders. Maria Louise werd 77 jaar en was tot het einde van haar leven nauw betrokken bij staatszaken: tweemaal oefende zij de functie van regentes van de Republiek uit: eerst toen haar man, Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, vroegtijdig stierf terwijl ze zwanger was van haar zoon, de latere stadhouder Willem IV. Vanaf Willems geboorte in 1711 tot 1731 nam ze de bestuurlijke taken van de stadhouder over. Maria Louises tweede regentschap ging in toen zowel haar zoon Willem, als diens vrouw Anna, stierven voordat haar kleinzoon Willem Batavus (de latere stadhouder Willem V) meerderjarig was. Deze functie voerde ze uit tot haar dood in 1765. Maria Louises correspondentie was dus vanzelfsprekend erg groot.
Veel van Maria Louises correspondentie was al gedigitaliseerd, dat wil zeggen, de scans van de oorspronkelijke documenten waren al gemaakt. Deze kon ik vanaf mijn eigen laptop oproepen als PDF-bestand. Op basis hiervan kon ik aan de slag met het invoeren van de metadata in EMLO, Early Modern Letters Online. Met metadata wordt simpelweg de basisinformatie in een brief bedoeld: de afzender, geadresseerde, datum, plaats, taal, het inventarisnummer op basis waarvan de brief gevonden kan worden in het Koninklijk Huisarchief, en de link naar een online PDF-bestand. Dit wordt allemaal met de hand ingevoerd zodat onderzoekers de beschikbare brieven makkelijk kunnen filteren op het onderwerp van hun interesse: een bepaalde auteur, een bepaald tijdsbestek, enzovoort.
Douwe Sirtema van Grovestins
Soms kwam het voor dat een correspondent slechts één enkele brief gestuurd had naar Maria Louise. Bij een moeilijk leesbaar handschrift was het dan nog best wel eens puzzelen wie deze correspondent precies was. Soms kwam het echter ook voor dat een correspondent wel meer dan honderd brieven stuurde of ontving. Het ging dan vaak om functionarissen aan het hof van Maria Louise of aan dat van haar zoon en schoondochter. Eén van die functionarissen was Douwe Sirtema van Grovestins (1710-1778). In de correspondentie van Maria Louise bevonden zich wel 245 ingekomen brieven van Grovestins.
Grovestins was een zoon van Jan of Johannes Sirtema van Grovestins, een Friese jonker die dienst had gedaan in het leger van de Republiek en bovendien kamerheer was geweest aan het hof van Maria Louise. Grovestins trad in de voetsporen van zijn vader en werd kamerheer aan het Stadhouderlijk Hof van prins Willem IV. Na Willems dood bleef hij in dienst bij zijn weduwe Anna. Hij was een belangrijk lid van de Friese adel en was voornamelijk populair bij Anna. Tijdens Willems stadhouderschap en na zijn dood was hij een van haar meest naaste vertrouwelingen. Grovestins is ook een interessante figuur omdat er wilde geruchten de ronde deden over zijn band met Anna. Volgens sommigen zou niet Willem, maar hij de vader zijn van Anna’s zoon en de latere stadhouder Willem V. Het is onduidelijk door wie, wanneer en op basis waarvan de geruchten verspreid werden. Wat zeker is, is dat Grovestins niet bij iedereen geliefd was. Ondanks dat verschillende historici geprobeerd hebben om de geruchten te ontkrachten dan wel bevestigen, leveren sommige details van Grovestins’ leven voor historici nog altijd veel vraagtekens op.
Om meer inzicht in Grovestins’ levensloop en karakter te verkrijgen, is het nuttig om zijn correspondentie in meer detail te bekijken dan slechts de metadata. Zijn correspondentie kan bovendien veel informatie bevatten over het stadhouderspaar en hun hofhouding, gezien zijn nauwe samenwerking en hechte band met Anna en Willem. Daarbij kan de correspondentie tussen Maria Louise en Grovestins licht werpen op de rol van Maria Louise als moeder en oma, gezien het feit dat zij bekend stond als zeer betrokken bij haar gezin. Tussen de familieleden bestond enige afstand omdat Willem vaak op reis was. Bovendien was hij na zijn benoeming tot stadhouder van alle Nederlandse gewesten met zijn gezin naar Den Haag verhuisd, terwijl Maria Louise zich in het Princessehof te Leeuwarden gevestigd had. Logischerwijs was ze dan ook maar al te benieuwd hoe het haar zoon, schoondochter en kleinkinderen in Den Haag verging.
Transkribus
Het lezen van 245 brieven is tijdrovend en bovendien had Grovestins niet het makkelijkst leesbare handschrift. Toch was ik benieuwd naar de inhoud en naar de werking van een handschrift- en tekstherkenningsprogramma zoals Transkribus. Transkribus is een platform dat door middel van AI-technieken handgeschreven tekst kan transcriberen met één muisklik. Voor onderzoekers is dit een praktisch hulpmiddel, omdat het brieven in allerlei verschillende talen en handschriften leesbaar kan maken en bovendien handige databases kan creëren waarin in één oogopslag duidelijk wordt wat voor onderwerpen en wat voor taalgebruik gebruikt werden door een bepaalde correspondent. Dit kan interessante resultaten opleveren voor kwalitatief en kwantitatief onderzoek, zoals blijkt uit dit onderzoeksartikel ‘Balancing between Mother and Wife: The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau (1711-1751)’, dat inzicht biedt in het verschil in taalgebruik tussen correspondentie van Willem met zijn moeder en correspondentie met zijn vrouw.
In de praktijk is het werken met Transkribus wel iets ingewikkelder dan die ene muisklik. Het praktische aan Transkribus is dat er binnen het programma al verschillende tekstherkenningsmodellen bestaan die je kan gebruiken voor jouw onderzoek. Zo zijn er bijvoorbeeld algemene ‘18th century French’ modellen, of modellen voor verschillende vormen van het ingewikkelde Duitse Kurrentschrift. Echter, niet al deze modellen kunnen zomaar van iedere brief foutloze transcripties fabriceren. Voor specifieke handschriften is het daarom het meest nuttig om zelf een model te ontwerpen en te trainen om tot bruikbare en correcte transcripties te komen. Dat gaat als volgt: van een groot aantal brieven, kies je er een aantal uit die je handmatig transcribeert. Zo leert het programma – en jijzelf tegelijkertijd – het handschrift kennen. Op basis hiervan maak je een model dat je kan projecteren op de rest van de brieven.
Het proces
Zelf transcribeerde ik bij de eerste poging tien brieven (samen ongeveer 35 pagina’s), verdeeld over de periode dat er brieven van Grovestins zijn. Een aantal lastige kwesties deden zich al direct voor. Vroegmodern Frans – Grovestins en Maria Louise correspondeerden uitsluitend in het Frans – is natuurlijk anders dan het moderne Frans dat ik geleerd heb. Ik moest wennen aan veel vroegmoderne spellingswijzen, zoals het gebruik van de y in plaats van de i die in de moderne Franse taal gebruikt wordt (‘aussy’ in plaats van ‘aussi’). Of het gebruik van oi in plaats van ai (‘avoit’ in plaats van ‘avait’). Bovendien was er in de achttiende eeuw nog niet zoiets als een officieel erkende spelling en was Grovestins ook niet consistent in de spelling die hij gebruikte. Hij gebruikte accenten, zoals het accent aigu (é), soms wel en soms niet. Soms schreef hij een woord met een dubbele klinker, maar soms vond hij eentje genoeg: zoals bij het woord ‘l’honneur’, dat Grovestins in totaal 129 keer spelde als ‘lhoneur’ en 125 keer als ‘lhonneur’. Grovestins maakte het daarbij erg moeilijk omdat zijn handschrift soms echt te slordig was. Gaandeweg leerde ik zijn uitgeschoten krulletjes en onafgemaakte letters wel kennen, maar bepaalde woorden bleven lastig. Ook Transkribus had het hier moeilijk mee. Het eerste model aan de hand van de tien brieven was daarom ook niet goed genoeg. Dit eerste model ben ik daarom gaan verbeteren door de gemaakte transcripties te verbeteren en nog eens tien brieven, waar het eerste model alvast op geprojecteerd was, te transcriberen en verbeteren. Op basis hiervan werd er een tweede model gemaakt.
Het tweede model was beter dan het eerste: de character error rate (CER) was nu maar 1,6% vergeleken met het eerdere percentage van 11,9% van het eerste model. Het CER percentage laat zien hoeveel karakters (dat wil zeggen: letters, interpunctie, spaties) het tekstherkenningsmodel in verhouding verkeerd heeft getranscribeerd. Het model was echter nog steeds niet perfect, zo laten de resultaten van de transcripties zien. Aan de hand van een geëxporteerde lijst van de gebruikte woorden in de brieven, leken veel woorden vrij accuraat getranscribeerd te zijn. De meest voorkomende woorden waren sowieso makkelijk herkenbaar voor Transkribus. Zo had Grovestins bijvoorbeeld een vaste afsluiting voor zijn brieven, waar hij maar zelden van afweek: ‘Madame, De VAS [Votre Altesse Sérénissime], le très humble et tres obéïssant serviteur, Grovestins.’
Ook waren er veel zaken waar Grovestins zodanig vaak verslag over uit bracht, dat Transkribus hier weinig moeite mee had. De woorden ‘Altesses’ (hoogheden), ‘Prince’ en ‘Princesse’ kwamen bijvoorbeeld vaak voor. Ook de naam van Maria Louises kleindochter ‘Caroline’ (ook wel Carolina) kwam ook terug in de lijst met meest voorkomende woorden. Ook locaties werden meestal accuraat herkend door Transkribus: La Haye (Den Haag), Leyde (Leiden) en Breda bijvoorbeeld. Soms ging dit ook nog wel eens mis: bij Bergen op Zoom dacht Transkribus vaak nog iets anders te lezen: ‘Bergenoploom’, ‘Bergenepoom’, ‘Bergengloom’ en zelfs ‘Bergen qu doom’ kwamen voorbij. Naarmate meer nauwelijks voorkomende woorden bekeken werden, bleek dat daar ook nog veel foutjes in zaten, vooral bij moeilijk voorspelbare zaken of namen. In de lijst stonden bijvoorbeeld achtereenvolgens de woorden ‘Wolfabattel’, ‘Wolfembile’ en ‘Wolfembutte’: woorden die in eerste instantie wartaal lijken. Hoe slim AI tegenwoordig ook is, Transkribus kon hier niet achterhalen dat Grovestins het hier waarschijnlijk had over de familienaam Van Brunswijk-Wolfenbüttel-Bevern, een adellijke familie die door heel Europa connecties had. De invloedrijke hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel, die Grovestins in ten minste één van de brieven noemt, werd na de dood van Willem IV opperbevelhebber van het leger van de Republiek en na Anna’s dood voogd van de toekomstige Willem V. De hertog van Brunswijk zou rond het jaar 1760 een grote rol gespeeld hebben in het vertrek van het hof van Grovestins. Dit alles komt echter niet ter sprake in de brieven aan Maria Louise; waarschijnlijk omdat de brieven voor deze tijd geschreven en verstuurd werden. Naast de hertog (duc) wordt ook een prince (ook wel foutief getranscribeerd door Transkribus als pance) van Wolfenbüttel genoemd; waarmee niet alleen Lodewijk Ernst bedoeld kan worden, maar ook één van zijn broers.
Een woordwolk van de woorden die Grovestins gebruikte in zijn brieven aan Maria Louise. Hoe groter een woord, hoe vaker het gebruikt werd. Via wordclouds.com.
De inhoud van de brieven
Op basis van de meest voorkomende woorden – te vinden in een tabel aan het einde van dit artikel – kunnen we stellen dat Grovestins op een respectvolle en beleefde manier correspondeerde met Maria Louise. De complete transcripties bieden meer inzicht. Hierin viel op dat Grovestins een grote variëteit aan nieuwtjes deelde met Maria Louise. Wanneer hij zich bevond aan het hof, rapporteerde hij over de gezondheid van het stadhoudersgezin: over het gestel van Willem IV, zwangerschappen van Anna en, toen hun kinderen eenmaal geboren waren, werd ook de ontwikkeling van kleine Carolina en Willem besproken. Grovestins was voor Maria Louise echter ook een bron voor militaire nieuwtjes. Regelmatig schreef hij over troepen die gestationeerd waren in de Republiek, vaak in Breda of Bergen op Zoom. Omdat Grovestins zijn brieven helaas bijna nooit accuraat dateerde – überhaupt niet of met enkel de dag en maand, zonder jaartal – is dit soort informatie zeer bruikbaar voor het maken van een schatting voor de datering en contextualisering van de brief. De regio bij Breda en Bergen op Zoom was een belangrijk strijdtoneel ten tijde van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). Het is dus aannemelijk dat een aantal van de brieven deze periode beschreven of in ieder geval in deze periode geschreven werden.
‘Afbeelding van de bombardeering der stad Bergen op den Zoom, door de Franschen, op den 1e. Augustus des jaar 1747’. Onderdeel van de reeks met tien gezichten van de ruïnes na het beleg en de verwoesting van Bergen op Zoom door de Fransen in juni-september 1747. Door Simon Fokke, 1772. Rijksmuseum, via http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.110963.
Naast internationale oorlogen rapporteerde Grovestins ook over binnenlandse onrust. In 1748, net na de geboorte van Willem, brak in Groningen een opstand uit die zich zou verspreiden naar andere steden in de Republiek. De opstand kwam bekend te staan als het Pachtersoproer, waarin de bevolking in opstand kwam tegen de hoge en ongelijk verdeelde belastingen die geïnd werden door zogenaamde belastingpachters. Ook werd er door de opstandelingen onvrede uitgesproken over de grote macht van de regenten. Verschillende steden richtten zich tot de stadhouder voor bescherming. Grovestins speelde zelf ook een rol in het bestrijden van de opstanden. Toen de onrust zich van het noorden van het land ook verspreid had naar Holland, werd hij naar Haarlem gestuurd om de rust te herstellen. In deze brief, waarschijnlijk geschreven tijdens of vlak na deze periode, vertelt Grovestins Maria Louise onder andere over de ontwikkelingen omtrent het oproer:
Madame,
Non obstant la grande foiblesse S.A.S. cest fait porter mercredi passé dans lassemble dhollande pour y donner son avis pour les troubles presentes. Elle ne en été qu’un moment et c’est recouché l’instant après, fort fatigué. Depui ce temps S.A.S. continue a se remettre est sans fièvre, mais l’apetit va pas encor bien. Elle est pourtant levé presque toute les journées et a quantité de diares à essuier. La tranquillité est renus à La Haye mais les maisons de la pluspart des pagters abatu. Cependant on continue a payer les pagten à dautres pour que le bien public n’en souffre pas. S.A.S. ira peut-être coucher cette nuit à la maison Du Bois affin d’y être plus tranquil et à son aise à cause de la grande chaleur qu’il fait. S.A.R. et le jeun prince et princesse se portent très bien.
Dans Leyde les pagten sont abolli provisionellement. Dans Amsterdam et Rotterdam on est encor tranquil.
Jai l’honneur d’être avec un profond respect,
Madame, de VAS,
le très humble et tres obéïssant serviteur,
Grovestins
Vertaling:
Mevrouw,
Ondanks zijn zwakte kwam Zijne Doorluchtige Hoogheid afgelopen woensdag naar de Statenvergadering in Holland om zich daar uit te spreken over de huidige onrust. Hij was er slechts kort en ging daarna onmiddellijk terug naar bed, oververmoeid. Sindsdien is hij herstellende en heeft geen koorts meer, maar met de eetlust gaat het nog steeds niet goed. Toch komt hij bijna elke dag uit bed en heeft hij veel diarree. In Den Haag is de rust wedergekeerd, maar de huizen van de meeste pachters zijn vernield. Intussen blijft men de pachten aan anderen betalen, zodat het algemeen belang er niet onder lijdt. Zijne Doorluchtige Hoogheid zal vannacht misschien in Huis ten Bosch gaan slapen, zodat hij meer op zijn gemak zal zijn en rustiger kan slapen vanwege de extreme hitte. Met Hare Koninklijke Hoogheid en de prins en prinses gaat het heel goed.
In Leiden zijn de pachten voorlopig afgeschaft. In Amsterdam en Rotterdam is het nog rustig.
Het is mij een eer uw zeer nederige en getrouwe dienaar te zijn,
Grovestins
Hoe nu verder?
De resultaten van de training van het model laten zien dat er nog veel aan te verbeteren valt. Het transcriberen van meer brieven en het verbeteren van de brieventranscripties waar het model al op geprojecteerd was, zouden kunnen leiden tot een nog nauwkeuriger model. Toch zullen sommige brieven waarschijnlijk blijvend problemen opleveren voor Transkribus, gezien de grammaticale fouten en onnauwkeurigheden die Grovestins zelf maakte. Deze zijn moeilijk te voorspellen voor een AI programma. Echter, nu er een begin gemaakt is aan een model voor de herkenning van Grovestins’ handschrift, wordt het des te interessanter om ook de rest van zijn correspondentie te bekijken. Zijn correspondentie met Anna van Hannover wekt bovenal interesse, gezien de geruchten over hun intieme relatie. De mogelijkheden die Transkribus biedt zouden wellicht ingezet kunnen worden om nieuw licht te werpen op de band tussen Anna en Grovestins. Daarnaast zou het waardevol zijn om alle andere bekende correspondentie van Grovestins met dit Transkribusmodel van zijn handschrift te ontsluiten, te verbeteren en te annoteren.
Ineke Huysman, ‘Balancing between Mother and Wife: The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’ in: Michaël Green en Ineke Huysman (eds.), Private Life and Privacy in the Early Modern Low Countries (wordt gepubliceerd in 2023, Brepols, Turnhout).
Jagtenberg, Fred, Willem IV. Stadhouder in roerige tijden, 1711-1751 (Nijmegen 2018).
Prak, Maarten R., ‘Burgers in beweging. Ideaal en werkelijkheid van de onlusten te Leiden in 1748’, BMGN-Low Countries Historical Review 106:3 (1991), 365-393.