Woede om Willem: Anna van Hannover’s missie naar Herrenhausen in 1741

Anna van Hannover (1709-1759), kleindochter van keurvorst Georg Ludwig (later George I van Groot-Brittannië), groeide grotendeels op onder zijn toezicht. Na de troonsbestijging van haar vader als George II van Engeland in 1727 werd zij ‘princess royal’. Haar huwelijk met de Friese stadhouder Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751) vond plaats in 1734 in Londen, nadat het standsverschil was verkleind door de officiële toekenning van de prinselijke Oranje-titel aan de Friese stadhouders. Na de bruiloft vestigde het paar zich in Friesland. Pas in 1747, na een prinsgezinde volksbeweging, zou Willem zich stadhouder van alle gewesten en Willem IV van Oranje-Nassau mogen noemen.

Van Anna van Hannover is een indrukwekkende correspondentie bewaard gebleven. In 2023 werd haar persoonlijke archief in een samenwerkingsproject tussen de Koninklijke Verzamelingen, het Huygens Instituut en Oxfords Early Modern Letters Online gedigitaliseerd en online gepubliceerd. Maar er is nog meer. Zo bevinden zich ook brieven van Anna in archief Tresoar in Leeuwarden en in buitenlandse archieven. De online catalogus wordt binnenkort uitgebreid, te beginnen met de brieven van Anna aan haar man Willem, die deel uitmaken van zijn eigen archief bij Koninklijke Verzamelingen. Een voorproefje van Anna’s persoonlijke brieven aan hem laat alvast zien wat deze correspondentie zo bijzonder maakt.

Anna van Hannover, zelfportret 1740, Wikimedia Commons.

Meestal was het Willem die Anna uitvoerig verslag deed van zijn reizen, maar in de zomer van 1741 waren de rollen omgedraaid. Tijdens haar verblijf aan het hof in Hannover schreef Anna hem gedetailleerde brieven waarin ze haar ervaringen deelde. Ze was er te gast bij haar vader, koning George II (1683-1760) van Engeland, tevens keurvorst van Hannover, en ontmoette ook een aantal familieleden. Anna reisde zonder haar Willem, want deze was in ongenade gevallen bij de koning en niet welkom. Ze had dan ook een speciaal doel: ze wilde erachter komen wat de reden van haar vaders misnoegen was en proberen hem ervan te overtuigen dat haar man absoluut geen kwade bedoelingen had. Anna’s lange eigenhandige brieven aan haar echtgenoot bieden een uniek inkijkje in het leven van een 18e-eeuwse vorstin. Openhartig en met scherpe humor schrijft ze over haar emoties, overtuigingen en onzekerheden. Gevangen tussen haar liefde voor Willem en de verplichtingen van haar koninklijke positie, belichten de brieven niet alleen haar innerlijke strijd, maar ook de politieke intriges en de complexe verhoudingen aan het hof.

Herrenhausen

Na een vermoeiende reis via Deventer, Rheine en Osnabrück kwam Anna op zaterdag 8 juli 1741 rond zes uur ’s avonds aan bij kasteel Herrenhausen in Hannover. Dit slot, een belangrijk middelpunt van hofleven en cultuur, speelde een centrale rol in de representatie van de keurvorsten van Hannover. Haar vader, George II, verbleef er tussen 1729 en 1755 maar liefst twaalf keer, een weerspiegeling van zijn dubbele functie als koning van Groot-Brittannië en keurvorst van Hannover.

Bij aankomst begroette de koning Anna hoffelijk en kuste haar liefdevol, waarna hij haar, met de hele hofhouding in zijn kielzog, door de indrukwekkende tuinen leidde. Met zichtbare trots vestigde hij haar aandacht op de imposante fontein, waarna hij zich terugtrok om te kaarten. Anna bleef achter met de dames van het hof, waarmee ze zich vermaakte met partijtjes. Toch voelde ze zich al snel ongemakkelijk. Het was voor haar nog steeds een raadsel waarom de koning haar man weigerde te ontvangen, en die onzekerheid knaagde aan haar. Ze schreef Willem: ‘Hier zit ik nu, in een slecht humeur, nauwelijks in staat om één dag geduld op te brengen om duidelijkheid te krijgen over wat mij het meest bezighoudt.’1

George II, Thomas Hudson, 1744, Wikimedia Commons.

Anna’s observaties over haar familieleden waren scherp en geestig. Over haar broer Frederik (1707-1751), prins van Wales, merkte ze droogjes op: ‘Prins Frederik is precies zoals u hem hebt gezien, met dit verschil dat hij niet aan tafel in slaap viel, hoewel daar ook weinig tijd voor was’. Haar zus, prinses Marie (1723-1772), reageerde bij Anna’s aankomst emotioneel en barstte meteen in tranen uit, maar wist haar verder nauwelijks te boeien. ‘Prinses Marie verveelt zich erg en is niet tevreden met haar appartement, waardoor ze ons tot last is. Tussen ons gezegd, ze lijkt minder aangenaam dan vroeger.’ Over Lady Yarmouth, Amalie von Wallmoden (1704-1765), de maîtresse van haar vader, observeerde Anna dat zij ‘eerder leuk dan mooi’ was. De omgang met de koning bleef formeel en gereserveerd (‘la vieille Staetlichkeit & liais rebarbaratif’ zoals ze dat omschreef), wat Anna niet verbaasde. Ondanks de hofdrukte en de ontmoetingen met familieleden bleef haar hart bij Willem, die zij teder Pip of Pepin noemde. Zelfs terwijl ze zich klaarmaakte om te gaan slapen, bleven haar gedachten bij hem: ‘Ik ga nog mijn haar kammen en krullen voordat ik naar bed ga, terwijl u mijn hart en gedachten volledig vult, mijn allerliefste Pepin.’

De dagen die volgden vulden zich voor Anna met verveling en frustratie. ‘Deze hele dag is voorbijgegaan in de gebruikelijke stijfheid en met ondraaglijke verveling,’ schreef ze zondagavond 9 juli aan Willem.2 De relatie met haar vader, koning George II, bleef ongemakkelijk. Anna had hem nog steeds niet privé gesproken, en zijn koude, ontwijkende houding viel haar zwaar. Zelfs zijn belofte om de tuin speciaal voor haar te verlichten en het vooruitzicht van een gemaskerd bal later die week konden haar stemming niet veranderen. ‘Alles lijkt me flauw, en ik kan nauwelijks wachten op het gelukkige moment om u te omarmen,’ verzuchtte ze.

De spanningen binnen het hof waren voelbaar, maar belangrijke zaken werden angstvallig verzwegen. Anna vermoedde dat de zorgen over Frankrijk, dat in 1741 een sleutelrol speelde in de Oostenrijkse Successieoorlog, de sfeer drukten. Het land smeedde bondgenootschappen tegen Groot-Brittannië en Oostenrijk, terwijl het zijn macht in Europa vergrootte via militaire en diplomatieke strategieën. Te midden van deze stijfheid en politieke spanningen dwaalden Anna’s gedachten voortdurend af naar Willem. ‘Ik zou liever alleen met u in een klein hoekje zitten dan te midden van de grootste feesten en pleziertjes,’ schreef ze, terwijl haar heimwee sterker werd met elke voorbijgaande dag. Anna voelde zich opgesloten: ‘Ik ervaar hier dagelijks duizend verschillende emoties. Ik tel de minuten die ik hier doorbreng als beproevingen.’

Ceremonie en bal

Haar broer Frederik, prins van Wales, wachtte intussen ongeduldig op de ceremonie waarbij hij tot ridder in de Orde van de Kousenband zou worden geslagen. Dat dit zou gaan gebeuren was opmerkelijk, aangezien hij en zijn oudoom Ernst August, bisschop van Osnabrück, al in 1716 tot ridder in dezelfde orde waren benoemd. Dat het hier wel degelijk om de Orde van de Kousenband ging, werd bevestigd door de overkomst uit Engeland van John Anstis, de ‘garter principal king of arms’ en het blauwe lint dat hij had meegenomen, zo meldde Anna. Mogelijk betrof het een herbevestiging van Frederiks status door de koning zelf, wellicht bedoeld als stap richting de verzoening tussen de gebrouilleerde vader en zoon, die uiteindelijk in 1742 officieel zou plaatsvinden. ‘Prins Frederik sterft van ongeduld om zijn lint te ontvangen en is boos dat de koning er nog niet over heeft gesproken,’ sneerde Anna.

Frederick prins van Wales, Jacopo Amigoni, 1736, Wikimedia Commons.

Hoewel de plechtigheid een gebeurtenis van grote symbolische waarde had moeten zijn, beschreef Anna het zonder enige terughoudendheid als ‘afschuwelijk’. De ceremonie zelf miste iedere vorm van grandeur. Dit leek niet alleen het gevolg van haast, maar ook van de gespannen relatie tussen de koning en Frederik, die elkaar nauwelijks verdroegen. Het ritueel beperkte zich tot het moment waarop de koning zijn zoon persoonlijk tot ridder sloeg. Vervolgens trok Frederik zich terug om zich te kleden in de ceremoniële gewaden van de Orde. Anne omschreef hoe de prins, wiens haar niet gekruld was, met ‘aspergepunten’ onder zijn hoofddeksel verscheen. Toch was Frederik zichtbaar trots op het lint dat hij ontving.3 ‘Onze simpele ziel blijft hetzelfde, en hij wordt nog minder goed ontvangen door de heren dan vorig jaar; ze vinden hem nog dommer. Voor mij is hij ongewijzigd, en dat zal hij waarschijnlijk ook altijd blijven.’

Het gemaskerde bal op donderdagavond 13 juli in de tuinen van het paleis vormde het hoogtepunt van Anna’s verblijf, ook in haar eigen ogen. ‘De verlichting was perfect gelukt,’ schreef ze, zelfs ondanks de harde wind die de hele dag had gewaaid en pas bedaarde toen het dansen begon. Het verlichte theater, elegant en smaakvol ingericht, maakte diepe indruk op haar. ‘Ik heb nooit een mooier gezicht gezien,’ voegde ze eraan toe. De koning was in goede stemming en bleef tot na drie uur ’s nachts, waarna het gezelschap zich terugtrok. Met naar verluidt meer dan 500 gemaskerden was de opkomst indrukwekkend. De avond begon met een lange reeks menuetten, waarvan Anna, zoals ze zelf opmerkte, er ‘zeker 50’ danste. Later volgden levendige contradansen. ‘Het enige ongemak,’ merkte ze met ironie op, ‘was de pijn in de voeten door het grind.’ Rond elf uur dineerde het gezelschap in de Oranjerie, waarna het dansen opnieuw werd hervat. Voor Anna was het een sprankelende avond die het sombere verblijf in Duitsland even naar de achtergrond wist te dringen.

Waarom de koning boos was

Anna vond dat ze aan haar verplichtingen had voldaan, haar verblijf had lang genoeg geduurd. Ze wilde naar naar huis, naar Willem. Ze vroeg William Stanhope, eerste graaf van Harrington, een vertrouweling van haar vader, toestemming van de koning te vragen voor haar vertrek. Als deze haar tegen die tijd nog niets zou hebben gezegd over zijn ongenoegen over Willem, was ze van plan hem een brief te overhandigen waarin ze haar gevoelens zou uiten. Maar het verlossende woord kwam van Harrington. Wat bleek, zo schreef ze Willem, ‘ik denk niet dat u het gemakkelijker had kunnen raden dan ik’: de koning was geïrriteerd door geruchten dat Willem betrokken zou zijn geweest bij beschuldigingen over het achterhouden van een bruidsschat van het huwelijk van haar zuster Marie met Frederik II van Hessen-Kassel. Men had Willem daarbij onterecht afgeschilderd als de instigator van deze aantijgingen, waardoor de koning een vijandige houding tegenover hem had aangenomen. Anna was perplex:

Ik heb Harrington opgedragen de koning namens mij te zeggen dat als hij mijn woord zou geloven, ik bereid was te zweren dat u nooit zelfs maar een kwade gedachte hebt gehad. En dat degene die zo’n laster heeft verspreid, het niet verdient nog voor hem te verschijnen. Harrington verzekert mij dat dit de oorzaak is van zijn boosheid jegens u, en ik heb alle reden om te geloven dat hij gelijk heeft. U kunt zich voorstellen hoe boos hij moet zijn geweest door dit mooie verhaal, aangezien hij zelfs een gesprek met mij vermijdt en zijn vriendelijkheid jegens mij beperkt blijft tot beleefd praten en het doen van de eer die verschuldigd is.4


Fragment eigenhandige brief Anna van Hannover aan Willem Karel Hendrik Friso, 12 juli 1741.

In de hoop dat hiermee de spanningen waren opgelost vertrok Anna uit Herrenhausen. ‘Nooit zal mijn vreugde groter zijn dan wanneer ik herenigd ben met degene die alle geluk en charme van mijn leven uitmaakt,’ schreef ze opgelucht. Haar terugreis voerde haar eerst naar Jesberg, een plaats tussen Marburg en Kassel, waar ze zich herenigde met Willem. Na een kort verblijf in Dillenburg vervolgden ze samen hun reis naar Oranienstein, voordat ze terugkeerden naar Leeuwarden.5

Anna’s verblijf in Herrenhausen laat zien hoe serieus ze haar rol als echtgenote en vorstin nam. Hoewel haar huwelijk met Willem destijds door haar familie was gearrangeerd, zette ze zich met opvallende toewijding voor hem in. Haar inzet om de vijandigheid van haar vader te verminderen, getuigt van zowel politieke scherpzinnigheid als oprechte liefde. Haar brieven tonen niet alleen haar vroege politieke betrokkenheid en innige liefde voor haar man, maar ook de koele en ongemakkelijke familierelaties aan het Hannoveraanse hof, waar hartelijkheid vaak ver te zoeken was.

Ineke Huysman, 26 januari 2025


Alle citaten zijn vrij vertaald uit het Frans en afkomstig uit Anna’s brieven, die eenmalig in de voetnoten worden genoemd.

  1. Anna aan Willem, 8 juli 1741, Koninklijke Verzamelingen (KV), Archief Willem IV A29, 171. ↩︎
  2. Anna aan Willem, 9 juli 1741, KV, Archief Willem IV A29, 171. ↩︎
  3. Anna aan Willem, 12 juli 1741, KV, Archief Willem IV A29, 171. ↩︎
  4. Anna aan Willem, 14 juli 1741, KV, Archief Willem IV A29, 171. ↩︎
  5. Fred Jagtenberg, Willem IV. Stadhouder in roerige tijden 1711-1751 (2018) 455-458. ↩︎