In het kader van haar stage bij het Stadhoudersvrouwenproject verdiepte Veerle Berends zich in de medische correspondentie tussen Maria Louise van Hessen-Kassel en haar lijfarts Bernard Wepfer. Aan de hand van ruim veertig brieven onderzocht ze hoe lichamelijke gezondheid, dynastieke zorg en politieke stabiliteit in de achttiende eeuw nauw met elkaar verweven waren. In haar blog beschrijft Veerle hoe kwalen, geneeskrachtige middelen en moederlijke zorgen samenkomen in een fascinerende briefwisseling, die niet alleen inzicht geeft in de medische praktijken van de tijd, maar ook in de cruciale rol van Maria Louise als beschermvrouw van de Oranje-dynastie.
In de rijke brievencollectie van de Friese stadhoudersvrouw Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765) zijn vele brieven van verschillende individuen terug te vinden. Zo ook de brievencollectie van Bernard Wepfer (1684-1757), een van de artsen die in dienst was van de familie Oranje-Nassau gedurende de achttiende eeuw. Wepfer nam als lijfarts de zorg voor de stadhouderlijke familie op zich en stond daardoor dicht bij de macht. Het perspectief van een lijfarts is bijzonder om te bestuderen, omdat dit een andere invalshoek biedt op de alledaagse kwalen en rituelen van de Oranjes.[1] De collectie bestaat in totaal uit 42 brieven die Wepfer tussen 1731 en 1741 aan Maria Louise heeft geschreven: het gaat om 1 brief uit 1731, 16 brieven uit 1733, 23 brieven uit 1734 en 2 brieven uit 1741. Daarnaast bevindt er zich ook een ongedateerde brief tussen de collectie. Deze 42 brieven vormen slechts ongeveer de helft van de briefwisseling, omdat de brieven van Maria Louise helaas niet zijn overgeleverd.[2]
De brieven van Wepfer vormen vooral een interessante inkijk in het persoonlijke leven van Maria Louises zoon Willem IV (1711-1751), vanaf zijn negentiende tot zijn dertigste levensjaar. Willem was tijdens deze periode stadhouder van Groningen, Gelderland, Drenthe en Friesland.[3] De brieven vertellen veel over de problematiek rond zijn gezondheid: Willem was namelijk vaak ziek. Zijn gesteldheid is dan ook het doorlopende onderwerp in de brieven. Hier werd veel over gecorrespondeerd, omdat Willem IV zich in deze jaren veel in Den Haag en Engeland bevond en Maria Louise zich in 1731 in het Princessehof in Leeuwarden had gevestigd. Uit de antwoorden van Wepfer is op te maken dat Maria Louise zich ernstig zorgen maakte over het welzijn van haar zoon, zoals in zijn brief van 12 januari 1734 is te zien:
Daß euer hoheiten sich so sehr inquietiren wegen langsamen herßellung von Kräfften beij Unserem gnädigsten Prinzen, thut mir sehr leid und nehme solches sehr zu hertzen (…)[4]
Dat uwe Hoogheden zich zozeer ongerust maken over het trage herstel van de krachten bij onze genadigste prins, spijt mij en neem ik zeer ter harte (…)[5]
Deze zorgen zijn begrijpelijk, omdat Willem IV de enige zoon en opvolger van Maria Louise en Johan Willem Friso was.[6] Voor de dynastieke continuïteit was zijn welzijn van essentieel belang. Die was al een keer in gevaar gekomen toen Willem op vijfjarige leeftijd in 1717 een ongeluk had, waar hij een kippenborst en bochel aan overhield.[7] De oorzaak van het ongeluk is niet geheel zeker en de verschillende visies worden in het hoofdstuk Balancing between Mother and Wife van Fayrouz Gomaa en Ineke Huysman besproken.[8] Volgens Jagtenberg zou het ongeluk door de val van een kar komen, maar de historica Veronica Baker-Smith vond dit vanwege de hoogte niet aannemelijk. Een val zou namelijk niet leiden tot een geleidelijke misvorming, zoals bij Willem het geval was. Baker-Smith is van mening dat er eerder sprake was van een chronische aandoening of een tuberculaire aandoening.[9]
Naast Maria Louises persoonlijke zorgen was er nog een reden voor bezorgdheid: in de vroegmoderne tijd werd de vorst namelijk gezien als de belichaming van de staat.[10] Als het slecht ging met de vorst, kon dit betekenen dat het slecht ging met de staat.[11] Al in de middeleeuwen werd de staat voorgesteld als een menselijk lichaam: Johannes van Salisbury (1120-1180) omschreef de koning als het hoofd en de ziel van dit lichaam (de staat), waarvan het functioneren bepalend was voor de gezondheid van het geheel.[12] In de vroegmoderne tijd bleef dit denken voortleven: ziekteverschijnselen bij een vorst werden niet enkel medisch opgevat, maar konden ook gezien worden als tekenen van politieke instabiliteit.[13] De Europese politiek hield zich dan ook veelvuldig bezig met de erfopvolging en de gezondheid van erfgenamen.[14] Opmerkelijk bij Willem IV is dat hij en zijn persoonlijke cirkel erg veel moeite deden om zijn toestand buiten de publieke belangstelling te houden, om geen onrust te veroorzaken.[15]
In dit artikel wordt de samenhang tussen de gezondheid van Willem IV en de dynastieke continuïteit van de Oranje-Nassau dynastie bestudeerd aan de hand van de medische informatie die te vinden is in de brieven van Wepfer aan Maria Louise die zijn geschreven tussen 1733 en 1734. Daarnaast zullen er twee brieven met medische gegevens over Maria Louise zelf uit deze periode besproken worden, waarin ze zich op afstand door hem laat behandelen. Bernard Wepfer was namelijk niet alleen de lijfarts van Willem IV, maar ook van Maria Louise.
Bernard Wepfer

Philip Bernard Wepfer is op 27 november 1684 in Schaffhausen, Zwitserland, geboren in een ware artsenfamilie. Hij was de zoon van de arts Hans Konrad Wepfer (1657-1711), die op zijn beurt weer de zoon was van Johan Jakob Wepfer (1620-1695), de stadsarts van Schaffhausen en lijfarts van onder andere markgraaf Frederik VII van Baden-Durlach (1647-1709) en Filips Willem, keurvorst van de Palts (1615-1690).[16] In tegenstelling tot andere (omstreden) lijfartsen die in dienst waren van koninklijke/adellijke families zoals Johann Friedrich Struensee, lijfarts van de Deense koning Christiaan VII en Pieter van Foreest, lijfarts van Willem van Oranje, is er erg weinig over Bernard Wepfer bekend.[17] Jagtenberg vermeldt hem enkele keren in zijn biografie Willem IV, maar zijn brieven worden verder niet geanalyseerd.[18] Uit de biografie van Jagtenberg en de brieven zelf is af te leiden dat Wepfer tussen zeker 1728 en 1741 als lijfarts in dienst bij de familie Oranje-Nassau is geweest.[19] Wepfer heeft zijn brieven in het zogenoemde Kurrentschrift geschreven, een oud Duits schrift dat bekend staat om zijn moeilijk leesbaarheid, zoals te zien is op de onderstaande afbeelding.
Omdat de brieven zo lastig te lezen waren, was het nodig om eerst een Transkribus-model te ontwikkelen. Transkribus is een platform voor tekstherkenning van historische documenten. Met behulp van Artificial Intelligence kan men modellen trainen die helpen bij het transcriberen van teksten, zoals de collectie van Wepfer. Het eerste model is gemaakt door ~20 brieven met de hand te transcriberen. Met een CER (character error rate) van 22.90% was de foutmarge aan de hoge kant, waardoor er vervolgens nog 20 brieven zijn getranscribeerd. Deze set van ~40 brieven vormen het tweede model, die met een CER van 6.55% een stuk beter is. Dit tweede model heeft alle brieven getranscribeerd en de transcripties zijn vervolgens met de hand verbeterd en vormden de basis voor deze studie.

Een koetsongeluk
Tussen 4 en 9 september 1733 stuurde Bernard Wepfer drie brieven aan Maria Louise, waarin hij haar schrijft over een ongeluk dat Willem IV met een rijtuig heeft gehad.[20] Op 4 september was Willem IV een eindje in een chaise, een door paarden getrokken kar, gaan rijden. Deze kar kwam in botsing met een tolhek van de Haagsche poort bij Delft dat niet ver genoeg geopend was, waardoor Willem IV van de koets af viel en zich aan de rechterkant van zijn hoofd bezeerde.[21] Wepfer noteerde dat het om een kneuzing aan de rechterkant van Willems hoofd ging, met wat schrammen op zijn wang. Wat interessant is aan deze brief, is dat Wepfer benadrukt dat hij Maria Louise normaalgesproken niet zou inlichten over zo’n gebeurtenis, maar dat hij het toch door wil geven omdat hij bang is dat ze vanuit andere bronnen meer zou horen dan dat er werkelijk in de stad was gebeurd. De brief is sussende van toon geschreven: Wepfer probeert Maria Louise gerust te stellen en te verzekert haar in ‘alle onderdanigste oprechtheid en diepste toewijding’ dat hij de waarheid spreekt:
(…) welches doch alles Gott dank nichts zu sagen hat, ich auch die freyheit nicht genomen hätte euer hoheiten solches zu berichten, wann nicht fürchtete, euer hoheiten möchten, von anderen orten mehr hören, als in der stadt ist euer hoheiten glieben denn Sich nur gerüst zu stellen und zu glauben das ich die wahrheit schreibe, der in aller im verthänigsten aufrichtigkeit und tieffesten devotion verharret (…)[22]
(…) wat echter God zij dank allemaal niets te betekenen heeft, ik zou ook de vrijheid niet hebben genomen uwe Hoogheden hierover te berichten, als ik niet vreesde dat Uwe Hoogheden van elders meer zou vernemen dan er in de stad werkelijk aan de hand is. Uwe hoogheden gelieven dan slechts zich gerust te stellen en te geloven dat ik de waarheid schrijf, die in alle onderdanigste en diepste toewijding volhardt (…)[23]
Maria Louise zal geschrokken zijn van het nieuws, zeker omdat ze zich zorgen maakte over de gezondheid van haar zoon. Dat blijkt uit het feit dat niet alleen Wepfer, maar ook haar vertrouweling Van Burmania en Willem IV’s opperstalmeester van Aylva haar over het ongeluk schreven.[24] Opmerkelijk is dat Willem zijn moeder zelf niet over het ongeluk heeft ingelicht. Dit komt overeen met een patroon dat vooral na zijn huwelijk met de Engelse prinses Anna van Hannover (1709-1759) zichtbaar is, waar hij vele details zoals gevoelens niet met zijn moeder, maar wel met zijn echtgenote deelde.[25] Wepfers vrees voor roddels bleek terecht: in zijn brief van 5 september 1733 meldt hij dat de couranten over het ongeluk berichtten, al is onbekend welke dit waren en wat er precies is geschreven.[26] Als lijfarts op een politiek gevoelige positie schreef Wepfer voorzichtig. Hij benadrukt zijn trouw aan Maria Louise, wetend dat gezondheidsnieuws over de jonge stadhouder politieke gevolgen kon hebben.
De oversteek naar Engeland & uitstel van het huwelijk met Anna van Hannover
De zorgen rond het koetsongeluk vormden slechts een voorbode van de gezondheidsproblemen die in de latere brieven over Willem naar voren kwamen. Naast de drie brieven uit 1731 zijn namelijk veruit de meeste brieven in 1733 en 1734 geschreven. Dit waren erg bijzondere jaren voor Maria Louise, omdat dit de periode was waarin haar zoon Willem IV met Anna van Hannover trouwde. Politiek gezien was dit een interessante match voor de Oranje-Nassaus, waardoor een goede afloop van groot belang was.[27] De bruiloft stond voor eind november in Engeland gepland en Willem vertrok eind september 1733 met de boot naar Engeland, vergezeld door Wepfer en andere hovelingen zoals Dirk van Lynden en de baron van Aylva.[28] Willem IV werd erg zeeziek tijdens de reis en Wepfer heeft hier een uitvoerige brief over geschreven. Wepfer schrijft bovendien dat Willem na de reis verkouden is geworden en koorts heeft. Gelukkig ging het al snel wat beter met de prins, alhoewel hij nog te zwak was om Maria Louise zelf te schrijven:
Unsere gnädigsten Prinzen hoheiten vermelden Euren gehorsamen respect an Euer Hoheiten und sagen, daß Sie Sich noch zu schwach befinden, an Euer Hoheiten selbs zu schreiben, hoffende daß solches doch bald geschenen können.[29]
Onze genadigste prinselijke hoogheden betuigt zijn gehoorzame eerbied aan Uwe Hoogheden en laten weten dat hij zich nog te zwak voelt om Uwe Hoogheden zelf te schrijven, hopende dat dit toch spoedig mogelijk zal zijn.[30]
Dit aspect illustreert hoe Wepfer fungeerde als een doorgeefluik tussen moeder en zoon. Dat er in deze jaren veel is geschreven is logisch, aangezien er zich een grote afstand tussen hen bevond. Willem was ziek in Engeland en Maria Louise verbleef in Leeuwarden. Wepfer schrijft als lijfarts continu erg voorzichtig over de gezondheid van Willem IV, ook al ging het volgens hem al veel beter.[31] Een kleine verslechtering kon namelijk ernstige gevolgen hebben. Het is belangrijk om bij deze berichtgeving aan de standplaatsgebondenheid van Wepfer te denken: goede resultaten waren namelijk erg belangrijk voor hem als lijfarts, wat zijn berichtgeving gekleurd kan maken. Ging het echt wel zo goed met Willem als Wepfer schrijft? Uit de brieven van Dirk van Lynden aan Maria Louise komt namelijk een ander geluid naar voren, dat veel verontrustender is. Van Lynden schrijft dat de dokters wel beweerden dat er geen gevaar was, maar dat hij Willem buitengewoon zwak en onrustig vond.[32]

Wat verder opvalt uit de brieven, is dat Wepfer vaak over Willems gehele dagverloop schrijft. Hieruit valt af te leiden dat hij als arts vrijwel continu aanwezig was en Willem nauwlettend in de gaten hield. Wepfer schrijft Maria Louise bijzonder veel over hoe en wat de prins at en hoe hij sliep.[33] In een brief geschreven op 1 oktober 1733 vertelt Wepfer bijvoorbeeld dat Willem drie koppen bouillon heeft gedronken en dat de koningin van Engeland meer bouillon zou sturen.[34] Uit de brieven is ook op te maken dat het Engelse koningshuis bijzonder begaan was met het welzijn van Willem IV en dat men zich regelmatig zorgen maakte over zijn herstel.[35] In de brievenreeks schrijft Wepfer dat het herstel van de ziekte prima verloopt, maar dat de krachten slechts langzaam terugkomen omdat het seizoen niet ideaal is en ze zich in een vreemd land bevinden.[36] Willem IV werd daarom naar Kensington overgebracht, waar het klimaat gunstiger was, zodat de prins hopelijk sneller zou herstellen.
Naast dagelijkse voeding werden er ook extra levensmiddelen ingezet om de prins sneller te genezen, zoals ezellinnenmelk. Volgens Wepfer zou dit een goede werking hebben op de prins, in zijn brief van 15 oktober 1733 noteert hij namelijk dat Willem na het drinken van deze melk geen last meer had van hoestbuien. In zijn brieven adviseert Wepfer naast ezelinnenmelk ook het drinken van bronwater, destijds een gangbare medische behandeling bij herstel van zwakte.[37] Willem bezocht hiervoor Bath, waar hij enkele maanden verbleef. In lijn met Galenus’ voorschrift werd het water lauw gedronken en zorgvuldig opgebouwd: Willem begon met één glas per dag, later drie. Wepfer meldt dat bronwater vooral in de winter werd gebruikt, omdat het in de zomer schadelijk zou zijn.[38] De keuze voor Bath, met zijn geneeskrachtige bronnen, werd ingegeven door het trage herstel van Willem, dat ook leidde tot herhaald uitstel van zijn huwelijk met Anna. In Bath verbeterde zijn toestand snel: hij at, sliep goed, kreeg meer kracht en een gezondere kleur. Toch bleef hij gevoelig voor kou en hoestbuien, waarschijnlijk door het weer, zoals in de brief van 30 januari 1734 is te lezen.[39] Zijn eetlust keerde echter sterk terug — beter dan in jaren, aldus Wepfer, die hoopte op een spoedig herstel en een huwelijk in Londen, om daarna weer snel naar Friesland terug te keren.[40]
De voltrekking van het huwelijk

Na een aantal maanden in Bath geweest te zijn, was Willem IV in maart 1734 genoeg aangesterkt om naar Londen te gaan. Hij bezocht St. James weer regelmatig en Wepfer vertelt per brief aan Maria Louise dat het beylager op donderdag 25 maart zou plaatsvinden. Het beylager, of het bedritueel, was een onderdeel van de publieke huwelijksceremonie waar het bruidspaar samen in bed werd gelegd, vaak in aanwezigheid van getuigen. Het was een symbolische bevestiging dat het huwelijk ‘geconsummeerd’ was.[41] Op 26 maart 1734, een dag na de bruiloft, schrijft Wepfer Maria Louise een uitgebreide brief over hoe het met het jonge bruidspaar gaat. Uit de brief is af te leiden dat er veel opluchting was dat het huwelijk eindelijk had plaatsgevonden. Wepfer schrijft dat hij Willem op de desbetreffende morgen in goede staat heeft gezien terwijl de prins bezig was met het ontvangen van ‘oneindige felicitaties’, waardoor Wepfer het koppel nog niet zelf had kunnen feliciteren:
Unsere Gnädigsten Prinzen hoheiten habe ich disen Morgen in sehr guten wolstand gesehen wiewol mit unendigen Felicitations-visiten besetzt.(…) wegen großem zulauf aber habe Sie gerade nicht konnen haben haüte meine unterthänigste gratulation abzustatten.[42]
Onze genadigste prinselijke hoogheden heb ik deze morgen in zeer goede gezondheid gezien, hoewel overladen met eindeloze felicitatiebezoeken. (…) Vanwege de grote toeloop heb ik echter niet in de gelegenheid kunnen zijn vandaag mijn onderdanigste gelukswensen over te brengen.[43]
Wepfer wenst hun daarom alvast via een brief aan Maria Louise veel geluk toe. Opvallend is dat Wepfer extra nadruk legt op zijn wens dat er uit het huwelijk veel gezonde nakomelingen voor de Oranje familie mogen komen, die volgens Wepfer nog vele honderden jaren onder God mogen schijnen en bloeien en het voortbestaan van de Oranje-familie moeten garanderen:
(…) Gott der geber alles guten verliche disem hohen Paar alles was wunschlich iß in sonderheit eine ßäte, Gesundes nachkömleingschafft, daß der Orange famn vile jahrhundert unter Gottes schutz grünnen und blüsen moge.[44]
Moge God, de schenker van al het goede, dit hoge paar alles schenken wat wenselijk is in het bijzonder gezonde nakomelingen opdat het Huis van Oranje vele eeuwen lang onder Gods bescherming mag groeien en bloeien.[45]
Dit is een bijzonder fragment, omdat het belang van de dynastieke continuïteit hier direct naar voren komt. In de vroegmoderne adellijke cultuur was het huwelijk niet slechts een persoonlijke verbintenis, maar vooral een manier om de erfopvolging en continuïteit van de dynastie veilig te stellen. De legitimiteit en stabiliteit van het huis Oranje-Nassau waren namelijk onlosmakelijk verbonden met het voorbrengen van wettige, gezonde erfgenamen. Een gegeven waar Maria Louise tijdens haar leven maar al te goed van op de hoogte was.
Het medicijnenkabinet van Wepfer
Tenslotte hield Bernard Wepfer houdt zich in de correspondentie niet alleen bezig met de gezondheid van Willem IV, maar ook die van Maria Louise zelf. Uit de brieven is namelijk af te leiden dat Maria Louise Wepfer vaak schrijft over gezondheidsklachten die ze ervaart, zoals in zijn brief van 19 september 1733. De precieze klachten van Maria Louise en de context zijn helaas niet te achterhalen omdat haar brieven niet bewaard zijn, maar Wepfer benoemt af en toe wel wat details in zijn antwoorden. Deze antwoorden zijn gevuld met verschillende adviezen en ook medicijnen die hij haar voorschrijft. Net zoals in de brieven die over Willem gaan, probeert Wepfer Maria Louise over haar eigen gezondheid ook gerust te stellen. Dit is goed te zien in de brief van 19 september, waar Wepfer schrijft dat haar ongemakken ongetwijfeld aan het slechte weer toe te schrijven zijn.[46] Hij stelt daarnaast voor dat Maria Louise de eerder voorgeschreven purgir pillen weer neemt, om vervolgens voor het slapengaan een van de zes poedertjes volgens het bijgevoegde recept met melissewater te gebruiken:
Eure hoheiten vinden nach meinem bedünken am besten thun die purgir pillen inmahl wider zunehmen, so dan alle abend beij schlaffen gehen eins vond enen 6 pülderchen nach beijligendem Recept mit melisse waßer, worvon einen guten effect zu erwarten hoffe (…)[47]
Uwe hoogheid zou naar mijn mening het beste de purgeerpillen opnieuw innemen, namelijk elke avond voor het slapen gaan één van de zes pillen volgens het bijgevoegde recept met melissewater, waarvan ik een goed effect hoop te verwachten (…).[48]
Purgir pillen, ook wel purgeerpillen genoemd, waren pillen met een laxerende werking die werden genomen bij een moeilijke stoelgang.[49] Alhoewel er veel nieuwe medicijnen ontstonden naar mate de geneeskunde zich verder ontwikkelde, bleven artsen in de 18e eeuw dikwijls traditionele remedies gebruiken, zoals aderlaten, purgeren (door middel van de bovengenoemde purgeerpillen) en blaarvorming. Deze remedies waren gebaseerd op de humorenleer: een klassieke theorie die ging over de (dis)balans van vier lichaamssappen in het menselijke lichaam: bloed, gele gal, zwarte gal en slijm.[50] Uit de brief van Wepfer lijkt het erop dat Maria Louise deze purgeermiddelen herhaaldelijk gebruikte in combinatie met melissewater, wat niet geheel zonder gevaar was.[51] In het postuum verschenen werk Ortus Medicinae van de arts Jan Baptista van Helmont uit 1652 onderstreept deze bijvoorbeeld dat veelgebruikte purgerende planten, zoals de helleborus, te sterk zijn voor mensen en daarom giftig.[52] De laxerende werking zou een manifestatie van het gif in de planten zijn, wat volgens hem schadelijk was voor de vitale sappen in het lichaam.[53]

Dat Wepfer niet schroomde om giftige medicijnen toe te passen, blijkt ook uit brief van 20 september 1733. Hierin informeert hij bij Maria Louise of de Spannische fliege een genoegzaam effect heeft gehad. Deze Spaanse vlieg is een blaarkever die cantharidine, een blaartrekkende en irriterende stof, uitscheidt bij gevaar. Deze stof is zeer giftig en kan voor mensen dodelijk zijn bij overmatig gebruik.[54] In de vroegmoderne tijd werd het zowel als medicijn en afrodisiacum gebruikt, als middel voor vergiftigingen.[55] Wepfer schrijft dat de cantharide ook wel elders op het lichaam aangebracht kan worden als het middel goed werkt en dat het ook zou kunnen helpen tegen de zwaarte die Maria Louise in haar hoofd voelt:
Hat die Spannische fliege komen genugsamen effect gethan, so könte ja whol wie anderen appliciert werden und der haupt, da Euer hoheiten noch alzeit etwas schweres fühlen, zu erlichteren, und solches so offten zu thun, bis Eure Hocheiten in dem haupt soulagirt sind: (…)[56]
heeft de Spaanse vlieg het gewenste effect gehad, dan zou het ook op andere plaatsen kunnen worden aangebracht en het hoofd, waarin Uwe Hoogheden nog altijd iets zwaars voelen, verlichten, en dit zo vaak te doen tot Uwe Hoogheden in het hoofd verlichting voelen: (…)[57]
Wepfer schreef het middel niet alleen voor bij hoofdpijn, maar ook bij andere kwalen zoals de lastige stoelgang waar Maria Louise last van had.[58] In zijn brief schrijft hij dat ze niet meteen met het middel moet stoppen als het niet de gewenste effect heeft, omdat een ander middel (niet bij naam genoemd) geen laxerende werking meer gaf.[59] Wepfer wist helaas geen betere oplossing dan opnieuw de Spaanse vlieg voor te schrijven, aangevuld met adviezen om haar voeten vaker in het water te zetten, zich goed elke ochtend en avond bij de kachel warm te houden en op het juiste moment de purgeerpillen te nemen:
es kan wol gebühren, daß dan eine Spannische fliege den erwartenden Effect nicht thut ohne daß man zuweilen wißen kan, was die ursache darvon ist, man hofft darinn nicht darvon abzustehen in sonderheit, da von dem anderen, darzu die natur schon so vile jahre geweset gewasen ist, keine entlaßung mehr könnt, dises zu erganzen wißte ich nichts beßers, als die Spannische fliegen, offters die füße ins Waßer zusetzen alle morgen und abend Sich hinter denn ofen wol zuschreiben, zu richter Zeit die purgir pillen zunehmen (…).
het kan goed zijn dat dan een Spaanse vlieg niet het verwachte effect heeft, zonder dat men altijd weet wat de oorzaak daarvan is, men hoopt ermee door te gaan en het niet na te laten, vooral, aangezien van het andere middel, waarvoor de natuur al zoveel jaren ongeschikt is geweest, geen ontlasting meer kan komen, om dit aan te vullen wist ik niets beters dan de Spaanse vliegen, vaker de voeten in water te zetten elke ochtend en avond zich goed achter de kachel te zetten, en op het juiste moment de purgeerpillen in te nemen.[60]
Deze brief sluit Wepfer af met veel beterschapswensen, waarna er in de correspondentie niet meer over de purgeerpillen of de Spaanse vlieg wordt geschreven.
Conclusie
De medische behandelingen die in dit artikel zijn besproken laten zien hoe nauw de lichamelijke gezondheid van vroegmoderne stadhouders(vrouwen) was verbonden met de politieke stabiliteit en dynastieke continuïteit in de 18e eeuw. In de briefwisseling is zichtbaar hoe intensief de lijfarts Bernard Wepfer bij het welzijn van zowel Willem IV als Maria Louise was betrokken en wat voor een medicijnen hij voorschreef om hen beter te maken. Ziekte was namelijk verbonden aan de bredere zorg rondom erfopvolging, waar ook Maria Louise zich tijdens haar leven zorgen over maakte. Als Willem IV zou komen te overlijden zonder nageslacht, zou de familie Oranje-Nassau namelijk geen legitieme opvolgers meer hebben. Het lichaam van Willem IV droeg letterlijk het voortbestaan van de dynastie, waardoor zowel familie, hovelingen als artsen zich zorgen maakten over de prins op het moment van ziekte. Dit is duidelijk weerspiegeld in de correspondentie, waarin Wepfer en Maria Louise de medische zorg over Willem IV met elkaar bespraken en waarin elke kleine verkoudheid of flauwte werd benoemd. Het koetsongeluk, samen met de lange periode van ziekte die Willem in Engeland doormaakte, illustreert wat voor een politieke implicaties deze gebeurtenissen konden hebben. Zoals Wepfer zelf al vermeldt, werd er een dag later al over het koetsongeluk geschreven en verspreidde het nieuws zich razendsnel.
De brieven die Bernard Wepfer rond het huwelijk van Willem IV en Anna van Hannover aan Maria Louise heeft gestuurd, vormen daarnaast een rijke bron aan informatie over hoe het huwelijk in de vroegmoderne tijd als en dynastiek en politiek instrument werd gezien. Wepfers gelukwens voor het huwelijk van Willem en Anna in de brief van 26 maart 1734 gaat niet alleen over het geluk van het bruidspaar zelf, maar richt zich vooral op de voortzetting van de Oranje-Nassau dynastie. De nadruk op gezonde nakomelingen weerspiegelt de centrale rol van erfopvolging in het vorstelijke denken van de 18e eeuw. Deze brieven vormen daarmee een weerspiegeling van de culturele waarden en normen van die tijd, waarin het voortbestaan van de Oranje-Nassau dynastie van essentieel belang werd geacht voor de orde en continuïteit in de stadhoudersgezinde provincies, waar Willem aan de macht was.
Tenslotte vertelt de correspondentie niet alleen veel over hoe de gezondheidszorg van Willem IV bijdroeg aan dynastieke stabiliteit, maar ook veel over de behandelmethoden zelf. De analyse van de medische praktijken die Wepfer toepaste laat zien hoe middelen zoals de Spaanse vlieg en de purgeerpillen veelvuldig werden ingezet, ondanks hun potentieel gevaarlijke effecten. Zulke middelen hadden niet altijd het gewenste effect en konden zelfs schadelijk zijn. Toch heeft Wepfer de medicijnen voorgeschreven, wat laat zien hoe sterk hij van de humeurenleer was overtuigd.
Uiteindelijk herstelde Willem, trouwde met Anna en zette de dynastie voort – tot opluchting van zijn moeder Maria Louise, zijn arts Wepfer en het hele hof. De brieven tonen hoe Maria Louise nauw betrokken was bij de medische zorg van haar zoon, in een tijd waarin gezondheid, erfopvolging en politieke stabiliteit onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Elke behandeling die Wepfer uitvoerde en elke brief die hij schreef, droeg zo bij aan het grotere streven: het veiligstellen van de toekomst van Oranje-Nassau.
Veerle Berends, 10 mei 2025
[1] J.J.E. van Everdingen e.a., Op het lijf geschreven, bekendheden en hun lijfarts (Amsterdam 1995) 9.
[2] De Universiteit Leiden beheert wel een Wepfer collectie, maar deze omvat slechts de collectie van Johan Jacob Wepfer, de grootvader van Bernard Wepfer.
[3] Over de precieze jaren waarin Willem IV tot stadhouder is benoemd, heerst onduidelijkheid, verschillende bronnen noemen namelijk verschillende jaren. In dit artikel wordt de biografie van Fred Jagtenberg over Willem IV gevolgd. Jagtenberg schrijft dat Willem IV in 1729 in Groningen tot stadhouder is benoemd, in 1722 in Gelderland (alhoewel hij deze titel pas in 1729 officieel zou aanvaarden), tevens in 1722 in Drenthe (waar hij in 1730 de titel officieel aanvaardde) en in 1731 in Friesland, waar zijn moeder tot dusver regentes voor hem was;
F. Jagtenberg, Willem IV (Nijmegen 2018) 162, 163, 167, 221, 233.
[4] Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 12 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_022.pdf.
[5] Vrije vertaling van het boven geciteerde fragment; ibidem.
[6] Johan Willem Friso (1687-1711) was prins van Oranje (1702-1711), stadhouder van Friesland en Groningen (1696-1711) en de enige erfgenaam van Willem III (1650-1702). Hij kwam om tijdens een ongeluk op het Hollands Diep. Maria Louise was tijdens het overlijden van haar echtgenoot in verwachting van Willem IV, die enkele weken later werd geboren.
[7] Jagtenberg, Willem IV, 135-136; F. Jagtenberg, Marijke Meu (Gorredijk 2015) 197; F. Gomaa en I. Huysman, ‘Balancing between Mother and Wife, The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’ in: Michael Green en Ineke Huysman eds., Private Life and Privacy in the Early Modern Low Countries (Turnhout 2023), 273-304, aldaar 282.
[8] Gomaa en Huysman, ‘Balancing between Mother and Wife, The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’, 281.
[9] Ibidem.
[10] De mate hiervan verschilt vanzelfsprekend per gebied en periode. In dit artikel wordt het boek le Corps du Roi van Stanis Perez gebruikt om het idee te verkennen. Perez focust zich op Frankrijk. Een gebied waar de belichaming van de staat door de vorst goed zichtbaar was, bijvoorbeeld in de regering van Lodewijk XIV.
[11] T. Tölle, Heirs of Flesh and Paper: A European History of Dynastic Knowledge Around 1700 (Berlijn 2022) 3; S. Perez, Le Corps du Roi (Parijs 2022) 192.
[12] Perez, Le Corps du Roi, 191-192.
[13] Ibidem, 325.
[14] Tölle, Heirs of Flesh and Paper: A European History of Dynastic Knowledge Around 1700, 3. Een goed voorbeeld van de gevolgen van een zwakke troonopvolger of vorst zijn duidelijk te zien in de Spaanse successieoorlog, die uitbrak na het overlijden van Karel II omdat deze ziekelijke vorst geen opvolgers had gekregen.
[15] Gomaa en Huysman, ‘Balancing between Mother and Wife, The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’, 283; Jagtenberg, Willem IV, 135-136.
[16] Historisches Familienlexikon der Schweiz, http://www.hfls.ch/humo-gen/family/1/F87928?main_person=I255915, geraadpleegd op 9 april 2025; Johann Jacob Wepfer archive and collection, https://collectionguides.universiteitleiden.nl/resources/ubl210, geraadpleegd op 23 april 2025.
[17] Johann Friedrich Struensee had als lijfarts van de zieke Christiaan VII een grote invloed op de vorst en werd vanaf 1770 zelfs het plaatsvervangende staatshoofd van Denemarken, naast dat hij de minnaar van de Deense koningin Caroline Mathilde van Wales (1751-1775) was. Deze veelbewogen carrière moest hij uiteindelijk met de dood bekopen, nadat hij tijdens de staatsgreep van 1772 werd gearresteerd.
[18] F. Jagtenberg, Willem IV (Nijmegen 2018).
[19] Jagtenberg, Willem IV, 200; Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 21 oktober 1741, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_042.pdf.
[20] Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 4 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_003.pdf; Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 5 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_004.pdf; Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 9 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_005.pdf.
[21] Jagtenberg, Marijke Meu, 178; Jagtenberg, Willem IV, 291.
[22] Fragment uit: Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 4 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_003.pdf.
[23] Vrije vertaling van het boven geciteerde fragment; ibidem.
[24] Jagtenberg, Marijke Meu, 178-179.
[25] Gomaa en Huysman, ‘Balancing between Mother and Wife, The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’, 286-287.
[26] Tölle, Heirs of Flesh and Paper, 240-241; Gomaa en Huysman, ‘Balancing between Mother and Wife, The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’, 283.
[27] Jagtenberg, Marijke Meu, 140-141.
[28] Jagtenberg, Willem IV, 326-327.
[29] Fragment uit: Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 1 oktober 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_011.pdf.
[30] Vrije vertaling van het boven geciteerde fragment; ibidem.
[31] Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 27 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_010.pdf.
[32] Jagtenberg, Willem IV, 330.
[33] De interesse voor voeding is te verklaren aan de hand van medische theorieën in de 18e eeuw die nog sterk leunden op klassieke geneeskunde: de leefomgeving (het weer) en leefomstandigheden (voeding) van een persoon werd gezien als bepalend voor het algemene gezondheidsniveau van (groepen) personen. Uit: A. Wear, ‘’Medicine in Early Modern Europe, 1500-1700’ in: L.I. Conrad e.a. eds., The Western Medical Tradition: 800BC to AD 1800 (Cambridge 1995) 340-361, aldaar 360.
[34] Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 1 oktober 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_011.pdf.
[35] Jagtenberg, Willem IV, 331-332; Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 27 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_010.pdf.
[36] Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 8 oktober 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_014.pdf.
[37] Gomaa en Huysman, ‘Balancing between Mother and Wife, The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’, 286.
[38] D. Gentilcore, Food and Health in Early Modern Europe: Diet, Medicine and Society 1450-1800 (Londen 2016) 161; Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 20 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_024.pdf.
[39] Zie voetnoot 33; Wear, ‘’Medicine in Early Modern Europe, 1500-1700’, 360.
[40] Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 16 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_023.pdf; Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 20 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_024.pdf;
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 17 februari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_029.pdf.
[41] K. Barclay, ‘Intimacy, Community and Power: Bedding Rituals in Eighteenth-Century Scotland’ in: M.L. Bailey en K. Barclay eds., Emotion, Ritual and Power in Europe, 1200-1920: Family, State and Church (Cham 2019) 43-62, aldaar 44-45.
[42] Fragment uit: Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 26 maart 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_034.pdf.
[43] Vrije vertaling van het boven geciteerde fragment; Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 26 maart 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_034.pdf.
[44] Fragment uit: Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 26 maart 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_034.pdf.
[45] Vrije vertaling van het boven geciteerde fragment; ibidem.
[46] Wear, ‘’Medicine in Early Modern Europe, 1500-1700’, 360.
[47] Fragment uit: Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 19 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_006.pdf
[48] Vrije vertaling van het boven geciteerde fragment; het woord pülderchen is waarschijnlijk afgeleid van het Duitse woord “Puder” (poeder), met -chen er achteraan als verkleinwoord geplakt. In de context van de brief lijkt het erop alsof de poeder in een pil is verwerkt, waardoor ik voor de duidelijkheid van de tekst voor het woord pil heb gekozen.
[49]Historische woordenboeken, ‘pil II’ https://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M053780.re.40&lemmodern=purgeerpil&domein=0&conc=true, geraadpleegd op 8 mei 2025.
[50] G.D. Hedesan, ‘Jan Baptist van Helmont and the Medical-Alchemical Perspectives of Poison’ in: P. Wexler ed., Toxicology in the Middle Ages and Renaissance (Londen 2017) 1-6, aldaar 3.
[51] In de brieven wordt helaas niet benoemd van welke planten de pillen gemaakt zijn die Maria Louise innam. Wel schrijft Wepfer dat ze ingenomen moesten worden met melissewater, dat als kalmerend en maagversterkend werd beschouwd;
De Delftse stadsdokter en tevens lijfarts van Willem van Oranje, Pieter van Foreest, verzette zich bijvoorbeeld flink tegen het toedienen van sterke purgeer- en braakmiddelen, uit: H. Vermande, De chemist: De geschiedenis van een verdwenen beroepsgroep, 1600-1820 (Hilversum 2021) 71.
[52] Hedesan, ‘Jan Baptist van Helmont and the Medical-Alchemical Perspectives of Poison’, 3-4.
[53] Ibidem, 4.
[54] D.J. Karras e.a., ‘Poisoning from “Spanish fly” (cantharidin)’, The American Journal of Emergency Medicine 14:5 (1996) 478-483, aldaar 478.
[55] Karras e.a., ‘Poisoning from “Spanish fly” (cantharidin)’, 478.
[56] Helaas benoemt Wepfer de andere plekken waar de Spaanse vlieg aangebracht kan worden niet, al lijkt hij op een gebied in de buurt van het hoofd te duiden.
Fragment uit: Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 20 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_007.pdf.
[57] Vrije vertaling van het boven geciteerde fragment.
[58] Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 20 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_007.pdf.
[59] Ibidem.
[60] Vrije vertaling van een fragment uit: Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 20 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_007.pdf.
Literatuur:
Barclay, K., ‘Intimacy, Community and Power: Bedding Rituals in Eighteenth-Century Scotland’ in: M.L. Bailey en K. Barclay eds., Emotion, Ritual and Power in Europe, 1200-1920: Family, State and Church (Cham 2019) 43-62.
Everdingen, van, J.J.E., Op het lijf geschreven, bekendheden en hun lijfarts (Amsterdam 1995).
Gentilcore, D., Food and Health in Early Modern Europe: Diet, Medicine and Society 1450-1800 (Londen 2016).
Gomaa. F., en Huysman, I., ‘Balancing between Mother and Wife, The Private Correspondence of Stadtholder Willem IV of Orange-Nassau’ in: Michael Green en Ineke Huysman eds., Private Life and Privacy in the Early Modern Low Countries (Turnhout 2023), 273-304.
Hedesan, G.D., ‘Jan Baptist van Helmont and the Medical-Alchemical Perspectives of Poison’ in: P. Wexler ed., Toxicology in the Middle Ages and Renaissance (Londen 2017) 1-6.
Jagtenberg, F., Willem IV (Nijmegen 2018).
Jagtenberg, F., Marijke Meu (Gorredijk 2015).
Karras, D.J., e.a., ‘Poisoning from “Spanish fly” (cantharidin)’, The American Journal of Emergency Medicine 14:5 (1996) 478-483.
Perez, S., Le Corps du Roi (Parijs 2022).
Tölle, T., Heirs of Flesh and Paper: A European History of Dynastic Knowledge Around 1700 (Berlijn 2022).
Wear, A., ‘’Medicine in Early Modern Europe, 1500-1700’ in: L.I. Conrad e.a. eds., The Western Medical Tradition: 800BC to AD 1800 (Cambridge 1995) 340-361.
Vermande, H., De chemist: De geschiedenis van een verdwenen beroepsgroep, 1600-1820 (Hilversum 2021).
Digitaal beschikbare bronnen:
Historisches Familienlexikon der Schweiz, http://www.hfls.ch/humo-en/family/1/F87928?main_person=I255915, geraadpleegd op 9 april 2025.
Historische woordenboeken, ‘pil II’ https://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M053780.re.40&lemmodern=purgeerpil&domein=0&conc=true, geraadpleegd op 8 mei 2025.
Johann Jacob Wepfer archive and collection, https://collectionguides.universiteitleiden.nl/resources/ubl210, geraadpleegd op 23 april 2025.
Brieven:
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 4 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_003.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 5 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_004.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 9 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_005.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 19 september 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_006.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 20 september 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_007.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 27 september 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_010.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 1 oktober 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_011.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 8 oktober 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_014.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 15 oktober 1733, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_016.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 12 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_022.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 16 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_023.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 20 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_024.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 30 januari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_026.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 3 februari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_027.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 17 februari 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_029.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 26 maart 1734, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_034.pdf.
Bernard Wepfer aan Marie Louise van Hessen-Kassel, 21 oktober 1741, KV Den Haag, inv. A28-294, https://resources.huygens.knaw.nl/media/stadhoudersvrouwen/mlvanhessenkassel/A28-294_042.pdf.
