Hagel: het intieme woord van Anna en Willem

Bonsoir mon delicieux, & hagel Pepin, je me couche. Zo besluit Anna van Hannover een van haar brieven aan haar man Willem IV, prins van Oranje. Anna noemt hem Pepin of Pip, naar het Franse pépin, oftewel pitje. Willem schrijft haar aan als Annin. De afsluiting lijkt banaal. Anna groet Willem, ze gaat slapen. Maar dat ene woord, hagel, springt eruit: het is geen Frans, geen Duits, geen Engels, zelfs geen Nederlands, maar een woord dat alleen tussen Annin en Pepin bestaat. In hun correspondentie keert het steeds terug, bijna twintig jaar lang: hagel, soms met een hoofdletter, soms zonder, en in één geval zelfs vervoegd tot het bijwoord hagelment.

Patroon

De vindplaatsen in de brieven vertonen een duidelijk patroon. Willem kijkt uit naar hun hagels entretiens en verheugt zich op hun hagel tête à tête. Hij dankt haar voor haar hagel lettre die hem extra voldoening heeft bezorgd. En in september 1751, als hun dochtertje Caroline ziek is, noemt hij haar notre chère et hagel Caroline. Anna noemt Willem haar délicieux et hagel Pepin, haar excellent et hagel Pepin, haar hagel coeur. Dagen zonder hem zijn verloren, ze kan zich niet aanbevelen in zijn hagel souvenir. Over een teleurstellende brief schrijft ze dat die brieven ne sont pas hagel zijn. Het woord beschrijft personen, brieven, gesprekken, herinneringen en stemmingen, en verschuift tussen bijvoeglijk naamwoord, bijwoord en koosnaam.

De vroegste vindplaats staat in een brief van Willem uit Leeuwarden, 5 februari 1735, een jaar na hun huwelijk. Hij schrijft: Quel plus hagel commencement de lettre que le votre, ma chère Annin: welk begin van een brief is er mooier dan het uwe, mijn lieve Annin? Het woord bestond dus al eerder in hun omgangstaal, maar verschijnt hier voor het eerst op papier, in een periode van scheiding, wanneer Willem in Friesland verblijft en Anna in Engeland aan het hof van haar vader, koning George II.

De bijwoordsvorm hagelment toont de ontwikkeling van het woordgebruik. Anna schrijft over haar zuster Marie: icy aupres de Marie qui j’aime si hagelment. Hagel is dan geen incidenteel kooswoord meer, maar een volwaardig element in hun taal, dat zich ook naar Frans model laat vervoegen met -ment.

Betekenis

De brieven zelf geven geen definitie. Het gebruik wel. Hagel staat voor wat vertrouwd is, welkom, eigen. Het raakt aan woorden als lief, heerlijk en gezellig, maar valt met geen van die woorden samen. De vorm hagelment wijst op intensiteit: iets als innig, van ganser harte. Het woord blijft exclusief. Het komt niet voor in hun brieven aan anderen. Het circuleert alleen tussen hen tweeën. Zelfs derden vallen onder hun perspectief: Saumaise est hagel. Caroline is hagel. Van Marie wordt hagelment gehouden. Wie hagel is, hoort bij hun wereld.

Deze betekenis van hagel is uniek voor hun correspondentie. Als woord betekent het verder in het Nederlands gewoon bevroren neerslag, maar zo wordt het hier niet gebruikt. In het Frans ontbreekt het. In het Duits noteert het Grimm Wörterbuch hägel als nevenvorm van hager, met betekenissen als schraal of mager, en in dialecten zelfs dwaas. In Nederlandse dialecten kan hagel vijandig of boos betekenen. Dat staat haaks op het gebruik bij Anna en Willem. Of ze die betekenis bewust omkeerden, is onbekend. Wel bestaat in het Nederlands hagel als versterkend element in woorden als hagelnieuw en hagelwit. Die associatie van frisheid en helderheid kan hebben meegespeeld, maar zekerheid is er niet.

Correspondentie

Hagel toont het huwelijk van het stadhoudersechtpaar van binnenuit. Hun ruim tweehonderd brieven volgen Anna en Willem van 1734 tot 1751, door politieke spanningen, oorlog en ziekte. In al die jaren klinkt hagel: in de eerste brieven van 1735, in de brieven uit Kassel in 1742, en voor het laatst in de zomer van 1751, wanneer Willem Anna vanuit Middelburg bedankt voor haar hagel brief.

Na Willems dood op 22 oktober 1751 verdwijnt hagel voorgoed. Het was hun woord en leeft voort in hun brieven.


De brieven van Anna van Hannover en Willem IV bevinden zich bij Koninklijke Verzamelingen. Ze zijn als dataset ontsloten door het Huygens Instituut via Early Modern Letters Online (EMLO). De geciteerde teksten zijn afkomstig uit de HTR-transcripties van de correspondentie gemaakt met Transkribus.

Een merkwaardig huwelijk in de brieven van Willem IV aan Anna van Hannover

De correspondentie tussen stadhouder Willem IV en zijn vrouw Anna van Hannover laat zien dat hun brieven niet alleen over grote politieke kwesties gaan. Tussen berichten over legerzaken, reizen en hofnieuws duiken ook opvallende verhalen op die in de Republiek de ronde deden. Een mooi voorbeeld staat in een brief die Willem op 5 juni 1751 vanuit Middelburg aan Anna schrijft. Daarin vertelt hij dat hij zojuist een protocol en een depêche van de krijgsraad in Breda heeft gelezen. Het stuk vond hij ‘zeer omslachtig, maar niet minder merkwaardig’, omdat het ging over een bijzonder huwelijk.

Willem schrijft [vrij vertaald]:

… ik heb het protocol en een depêche van de krijgsraad in Breda gelezen, een zeer uitvoerig stuk, maar ook bijzonder merkwaardig, omdat het ging over het bizarre huwelijk van twee vrouwen. Een van hen diende als grenadier en was in 1748 in Coevorden met de ander getrouwd. De vrouw had al die tijd niet geweten welk geslacht haar vermeende echtgenoot werkelijk had, totdat het drie maanden geleden aan het licht kwam. Omdat ik het stuk nogal vluchtig heb gelezen en mijn gesprek met Du Bon lang duurde, bewaar ik de verdere bijzonderheden om u die mondeling te vertellen.

Het verhaal waarnaar Willem verwijst betreft de affaire rond Maria van Antwerpen (1719–1781). Zij trok rond 1746 mannenkleren aan en nam dienst in het Staatse leger onder de naam Jan van Ant. Maria diende daadwerkelijk als soldaat en zelfs als grenadier. Toen haar compagnie in Coevorden lag, trouwde ze op 21 augustus 1748 met Johanna Cramers, de dochter van een sergeant. Volgens latere verklaringen had Johanna geen idee dat haar echtgenoot biologisch een vrouw was.

Pas toen het regiment enkele jaren later in Breda lag, werd Maria herkend door iemand die haar nog kende uit haar eerdere leven als dienstmeid. Ze werd gearresteerd en voor de krijgsraad gebracht. In 1751 werd haar identiteit vastgesteld en werd ze verbannen uit Brabant, Limburg en alle garnizoenssteden. De zaak trok veel aandacht en nog datzelfde jaar verscheen een boek over haar leven: De Bredasche Heldinne, of merkwaardige levensgevallen van Maria van Antwerpen (Den Haag 1751), geschreven door Franciscus Lievens Kersteman.

Maria’s verhaal eindigde daar overigens niet. Na haar verbanning trok ze opnieuw mannenkleren aan, nam weer dienst als soldaat, nam de naam Michaël van Antwerpen aan en trouwde zelfs nog een keer met een vrouw: de Goudse Cornelia Swartsenberg. Toen haar ware identiteit jaren later opnieuw werd ontdekt, volgde opnieuw een proces en een verbanning.

De passage in Willems brief laat zien hoe zulke opmerkelijke gebeurtenissen ook hun weg vonden naar hofkringen en privébrieven. De correspondentie tussen Willem IV en Anna van Hannover bevat dus niet alleen politiek en diplomatie, maar ook het dagelijkse nieuws van de Republiek, soms met verhalen die voor de betrokkenen zelf ongetwijfeld een groot persoonlijk drama moeten zijn geweest.