Een merkwaardig huwelijk in de brieven van Willem IV aan Anna van Hannover

De correspondentie tussen stadhouder Willem IV en zijn vrouw Anna van Hannover laat zien dat hun brieven niet alleen over grote politieke kwesties gaan. Tussen berichten over legerzaken, reizen en hofnieuws duiken ook opvallende verhalen op die in de Republiek de ronde deden. Een mooi voorbeeld staat in een brief die Willem op 5 juni 1751 vanuit Middelburg aan Anna schrijft. Daarin vertelt hij dat hij zojuist een protocol en een depêche van de krijgsraad in Breda heeft gelezen. Het stuk vond hij ‘zeer omslachtig, maar niet minder merkwaardig’, omdat het ging over een bijzonder huwelijk.

Willem schrijft [vrij vertaald]:

… ik heb het protocol en een depêche van de krijgsraad in Breda gelezen, een zeer uitvoerig stuk, maar ook bijzonder merkwaardig, omdat het ging over het bizarre huwelijk van twee vrouwen. Een van hen diende als grenadier en was in 1748 in Coevorden met de ander getrouwd. De vrouw had al die tijd niet geweten welk geslacht haar vermeende echtgenoot werkelijk had, totdat het drie maanden geleden aan het licht kwam. Omdat ik het stuk nogal vluchtig heb gelezen en mijn gesprek met Du Bon lang duurde, bewaar ik de verdere bijzonderheden om u die mondeling te vertellen.

Het verhaal waarnaar Willem verwijst betreft de affaire rond Maria van Antwerpen (1719–1781). Zij trok rond 1746 mannenkleren aan en nam dienst in het Staatse leger onder de naam Jan van Ant. Maria diende daadwerkelijk als soldaat en zelfs als grenadier. Toen haar compagnie in Coevorden lag, trouwde ze op 21 augustus 1748 met Johanna Cramers, de dochter van een sergeant. Volgens latere verklaringen had Johanna geen idee dat haar echtgenoot biologisch een vrouw was.

Pas toen het regiment enkele jaren later in Breda lag, werd Maria herkend door iemand die haar nog kende uit haar eerdere leven als dienstmeid. Ze werd gearresteerd en voor de krijgsraad gebracht. In 1751 werd haar identiteit vastgesteld en werd ze verbannen uit Brabant, Limburg en alle garnizoenssteden. De zaak trok veel aandacht en nog datzelfde jaar verscheen een boek over haar leven: De Bredasche Heldinne, of merkwaardige levensgevallen van Maria van Antwerpen (Den Haag 1751), geschreven door Franciscus Lievens Kersteman.

Maria’s verhaal eindigde daar overigens niet. Na haar verbanning trok ze opnieuw mannenkleren aan, nam weer dienst als soldaat, nam de naam Michaël van Antwerpen aan en trouwde zelfs nog een keer met een vrouw: de Goudse Cornelia Swartsenberg. Toen haar ware identiteit jaren later opnieuw werd ontdekt, volgde opnieuw een proces en een verbanning.

De passage in Willems brief laat zien hoe zulke opmerkelijke gebeurtenissen ook hun weg vonden naar hofkringen en privébrieven. De correspondentie tussen Willem IV en Anna van Hannover bevat dus niet alleen politiek en diplomatie, maar ook het dagelijkse nieuws van de Republiek, soms met verhalen die voor de betrokkenen zelf ongetwijfeld een groot persoonlijk drama moeten zijn geweest.