Blog

Annin & Pepin

Anna van Hannover werd geboren als dochter van Georg August van Hannover (1683-1760), hertog van Brunswijk-Lüneburg en vanaf 1727 als George II koning van Groot-Brittannië en Ierland, en Carolina, markgravin van Brandenburg-Anspach (1683-1737). Toen haar vader de Britse troon besteeg in 1727, mocht Anna de titel van Princess Royal voerenDe onderhandelingen over haar huwelijk waren toen al enige jaren aan de gang. 

Portret Anna van Hannover, Johann Valentin Tischbein, 1753, Rijksmuseum: SK-A-406 via: https://bit.ly/36dOYAK

Anne was al ruim de twintig gepasseerd, en met vier jongere zussen had haar huwelijk prioriteit. Als oudste kind moest ze de eerste zijn die trouwde en ook nog eens met een betere partner dan haar jongere zussen. De vereniging van Engeland en Hannover in 1714 had echter een dynastiek probleem veroorzaakt: de kleine Duitse prinselijke families die de echtgenoot voor de dochter van een keurvorst zouden kunnen leveren, waren te onbeduidend voor de Princess Royal van Engeland. Er waren maar weinig andere opties. Hoewel de toekomstige Franse koning Lodewijk XV (1710-1774)  in eerste instantie nog werd overwogen als huwelijkskandidaat, viel deze al snel af, evenals de koningshuizen van Spanje en Italië. Dit was voornamelijk uit angst dat hun religieuze verschillen problemen zouden kunnen veroorzaken. (1)  

Pas in 1732 werd er serieus over Willem IV van Oranje-Nassau als huwelijkskandidaat voor Anna gedacht. Dit was omdat de erfeniskwestie van de in 1702 overleden koning-stadhouder Willem III inmiddels was afgerond en de Friese stadhouders nu ook officieel de prinselijke Oranje-titel mochten voeren. Daarmee werd het verschil in stand tussen Anna en Willem aanzienlijk verminderd. (2) 

Huwelijk van Willem IV met prinses Anna, J. Rigaud naar ontw. William Kent. Rijksmuseum, Amsterdam.

Al twee keer eerder in de zeventiende eeuw waren Engelse prinsessen in het Huis van Oranje getrouwd en een Nederlandse alliantie leek nu de enige mogelijkheid voor Anna, maar toch waren er voor haar ook nadelen. Willems titel kon niet langer in verband worden gebracht met zijn macht. (2) In 1702, toen koning-stadhouder Willem III overleed, verbraken de meeste Nederlandse provincies hun banden met de familie door geen opvolger als stadhouder aan te wijzen: het ‘Tweede Stadhouderloze Tijdperk’.  Daarnaast was het uiterlijk van de jonge prins aangetast. Door een val uit zijn jeugd had Willem een vergroeide rug, maar Anna was overtuigd dat ze met hem wilde trouwen, ‘zelfs als hij een baviaan was’. (3) Haar voornaamste reden hiervoor was dat ze niet alleen wilde eindigen aan het hof van haar vader en broer, met wie ze het beide niet goed kon opschieten. De Nederlandse prins was nagenoeg de enige overgebleven kandidaat als protestantse huwelijkspartner, aangezien de lagere Duitse adel geen geschikte optie was voor een huwelijk met een Engelse prinses. In 1733 werd het huwelijk na jarenlange onderhandelingen uiteindelijk door beide partijen goedgekeurd. Na dit heugelijke nieuws schreef Willem zijn toekomstige bruid een liefdevolle brief: 

Het huwelijk stond gepland voor het najaar van 1733, maar bij aankomst in Engeland werd Willem IV, die altijd al een zwakke gezondheid had gehad, ziek, waardoor de ceremonie moest worden uitgesteld. In maart 1734 was hij voldoende hersteld om de bruiloft te laten plaatsvinden. Toen het stel na hun huwelijk en huwelijksreis in de Republiek aankwam, wachtte hen geen warm onthaal. De regenten waren niet enthousiast over zijn huwelijk met een Engelse prinses, omdat Engeland de grootste handelsconcurrent was. Bovendien zou deze verbintenis het prestige van het stadhouderschap vergroten en het Nederlandse volk mogelijk opwarmen voor een eventuele terugkeer van de stadhouder. 

Gerard van Swieten zoals afgebeeld op het Kaiserbild in het Naturhistorisches Museum te Wenen, bron: wikipedia.org

Uit het huwelijk kwamen vijf kinderen, van wie er drie kort na de geboorte stierven. In 1743 kwam in Leeuwarden Carolina Wilhelmina ter wereld en zij werd in 1747 gevolgd door een zoon, de latere stadhouder Willem V. In maart 1745 schrijft Willem in een brief aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel over zijn zorgen over de zwangere Anna die veel bloedverlies heeft. Omdat men vreesde voor een miskraam, werd Gerard van Swieten, de latere lijfarts van Maria Theresia van Oostenrijk, geconsulteerd. 

Pagina uit brief van Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-010 via: https://bit.ly/3mgsDIb
Detail van een brief van Willem IV aan zijn echtgenote Anna van Hannover, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A30-430a via: https://bit.ly/3mesKE2

Hoewel het in eerste instantie geen verbinding was die uit liefde was ontstaan, pakte het huwelijk goed uit. Er bloeide genegenheid tussen de twee, die elkaar in hun brieven liefkozend Anin en Pepin noemden. Willems vroege dood in 1751 was dan ook moeilijk voor Anna. Naar het schijnt bleef ze zelfs na de begrafenis nog een paar nachten slapen op de treden van het podium waar haar echtgenoot lag opgebaard.  (4) In de onderstaande brief condoleert haar vader koning George II haar met het verlies van haar echtgenoot. 

Portret Koning George II van Groot-Brittannië, Thomas Hudson, circa 1744, National Portrait Gallery, via: Wikipedia.org 
Brief van koning George II van Groot-Brittannië aan zijn dochter Anna van Hannover, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A30-430c via: https://bit.ly/3m85EPs

Transcriptie brief Willem IV aan Anna van Hannover: https://bit.ly/33oGAMG
Madame, 

La liberté que je prends d’assurer Votre Altesse Roiale de mes respects par ses lignes sans lui en avoir préalablement fait demender la permission, me fera peut-être passer pour trop téméraire dans son esprit, mais j’ai plutôt voulu encourir ce blâme, que de pêcher du coté l’empressement. D’ailleurs, Madame, je l’avoue ce ne serait pas sans me faire une extrême violence que je garderois le silence, que ce même empressement que les sentiments dont mon cœur est rempli et pénétré pour Votre Alt. Roiale fassent mon apologie, et serve d’excuse à mon trop de hardiesse. 
Leurs Majestez m’ont fait la grâce de me nommer pour avoir le bonheur de devenir votre époux, puis je me flatter, Madame, que ce choix ne vous déplaît pas entièrement, et que V.A.R. voudra bien augmenter ma joie par son aveu. Je sçai bien que je suis infiniment au-dessous du bonheur qui m’attend, mais rien ne me sera difficile et je ne négligerai rien pour le mériter, c’est à me rendre digne de vous que j’emploierai tout ma vie et tout mes efforts. C’est à la possession de votre cœur, Madame, que j’aspire, c’est là que je fixe tout mon bonheur, je m’estimerai le plus heureux des mortels quand je l’aurai obtenu. Les mommens me paraîtront des siècles jusqu’à ce que j’aie le bonheur de vous le demander à vos pieds et de vous y témoigner par mes assiduité combien je vous aime. Ce mot m’est échappé, pardonné-le Madame. Pardonné aussi la longueur de ma lettre, le bonheur que j’ai de vous écrire, et la douce satisfaction que j’exressens et telle que ce n’est qu’avec peine que je finis, en assurant V.A.R. que je serai jusqu’au dernier soupir de ma vie avec tout l’attachement le zèle et le respect possible,

de Votre Altesse Roiale,
le très humble et très obéissant serviteur 
G.C.H.F. Prince D’Orange
À La Haie, ce 26 mai 1733

Transcriptie derde bladzijde brief Willem IV aan Maria Louise van Hessen-Kassel: https://bit.ly/3mgsDIb
[…] Heureusement la Mehlbaum est arrivé de Cassel dimanche & elle et moi avons persuadé la Princesse de voir et de parler à une sagefemme, qui n’assure pas que la fausse couche se fera, mais ne peut pas dire aussi qu’elle n’aura point lieu. Ce qu’il y a de singulier, c’est que la perte de sang diminué un peu hier & aujourd’ui a été assez forte les deux jours précédents, et quelle ne sent cependant aucune douleur. Le fameux Van Swieten, qui es le second Boerhaeven, ne sçavoit vendredi qu’en augurer. Nous attendrons le neuvième jour pour consulter ultérieurement, et j’espère en Dieu que quoiqu’il arrive la santé de la Princesse n’en sera pas exposée ni altérée. […]

Transcriptie George II aan Anna van Hannover:
Kensington 17/28 oct. 1751

Vous ne doutés pas, ma chère fille, de la part très sincère que je prends à votre juste affliction. Mais quelque grande qu’elle soit, j’espère que la situation de votre famille, le bien public, et votre intérêt propre vous feront faire des efforts pour la surmonter, et pour conserver votre santé qui m’intéresse très particulièrement. Le l. d’Holdernesse, qui vous rendra cette lettre, vous donnera toutes les assurances de ma tendresse, et des efforts que je ferai pour vous soutenir. Aimés-moy toujours, ma chère Anne, et soyez persuadée que vous trouverez toujours en moy un père qui vous chérit tendrement,

George R.

Bronvermelding:
(1): Veronica Baker-Smith, in red. Clarissa Campbell Orr: Queenship in Britain: Royal Patronage, Court Culture and Dynastic Politics (Bath 2002), 193-206, aldaar 193. 
(2) Frans Willem Lantink, Anna van Hannover, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. 30 januari 2014, via: https://bit.ly/3lbBjhJ
(3): John van der Kiste, George II and Queen Caroline (Gloucestershire 1997)
(4): Trudie Rosa Carvalho, De Trouwjapon van prinses Anna van Hannover, 30 maart 2018, via: https://bit.ly/39iRfwn

Brieven aan grootmama

Maria Louise schreef vaak met haar familieleden die door heel Europa woonden. Ze schreef echter ook veel met haar (klein)kinderen in Den Haag. Zo hebben we al eens eerder geschreven over de brieven die Willem IV als kind aan zijn moeder schreef, maar ook haar kleinkinderen zijn terug te vinden in de correspondenties. Hieronder is de eerste brief die haar kleinzoon, de toekomstige stadhouder Willem V, op bijna vijfjarige leeftijd eigenhandig aan zijn oma Maria Louise van Hessen-Kassel schreef: 

Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/35ILqWG

Transcriptie: 
Grot mama, ick daenkie vor dat ghi min ennen brief heft gescreven hept. 
Prins van Orange
Willem [C.D’Orange]

Portret van de jonge Willem V, omstreeks 1750, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org

Willem V werd in Den Haag geboren als zoon van Anna van Hannover en erfstadhouder Willem IV. In 1751, toen Willem V pas drie jaar oud was, overleed zijn vader Willem IV. Hij werd hierna opgevoed door zijn moeder Anna, maar ook zij zou komen te overlijden in 1759. Zijn oma, de ruim 70-jarige Maria Louise van Hessen-Kassel, nam het regentschap, ondanks haar zwakke gezondheid, over van haar schoondochter Anna van Hannover. Dit was al in 1755 bepaald. Marie Louise en de Engelse koning George II zouden als toeziende voogden optreden totdat Willem V in 1766 de achttienjarige leeftijd zou bereiken. Praktisch gezien zou de voogdij in handen liggen van de hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel (1718-1788), die al gedurende de jaren dat Anna gouvernante was de militaire ambten die verbonden waren aan het erfstadhouderschap had waargenomen. Door middel van een regelmatige briefwisseling bleven Maria Louise en de hertog in contact. (1)

Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org

Vanaf 1762 begon Willem zijn grootmoeder regelmatig te schrijven. In totaal zijn er 90 brieven uit de correspondentie met haar kleinzoon bewaard gebleven. Het ging hierbij het vaak om formele brieven, waarin hij hoopte dat het goed ging met zijn oma en hij haar bijvoorbeeld een gelukkig nieuwjaar of een fijne verjaardag wenste, zoals hieronder:

Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kJB9xW

Transcriptie: 
Ma tres chère Grand-mère,
j’espère que vous vous portiés bien toujours, & je vous félicite sur votre jour de naisance. 
Ma tres chère Grandmère,
votre tres cher petit-fils
& votre très humble & obéissant serviteur

À La Haje, ce 18 février
Prince d’Orange

Portret van Maria Louise, prinses van Oranje-Nassau, Jacob Houbraken, naar Hendrik Pothoven, naar Bernardus Accama (I), 1751,Rijksmuseum via: https://bit.ly/35INFJA

In latere jaren bleef deze toon min of meer gelijk, al werden de brieven wel iets gedetailleerder. Zo vroeg Willem zijn grootmoeder wanneer ze richting Den Haag zou komen, informeerde hij haar over zijn eigen reizen en familienieuws en hij vroeg vaak naar haar gezondheid. In de correspondentie lezen we ook de antwoorden van Maria Louise. Op haar beurt hield Maria Louise zich op afstand bezig met de opvoeding van haar kleinkinderen en vertelde ze Willem over haar gezondheid. De briefwisseling met haar kleinkinderen, maar ook met andere familieleden en haar medewerkers, was er in de loop der jaren niet makkelijker op geworden voor Maria Louise. In de onderstaande brief verontschuldigt zij zich tegenover haar kleinzoon, omdat ze hem niet eerder kon schreven vanwege ziekte. Ze is alleen in staat om de brief te ondertekenen, maar ze belooft de volgende keer weer zelf te schrijven.

Brief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan haar kleinzoon Willem V, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kM8Rmf

Transcriptie:
Monsieur mon très cher fils,
Je m’étois flatteé que je serois aujourd’hui en état de m’aquiter de mon plus doux devoir en répondant a Votre Altesse par une lettre de ma main. Mais ma foiblesse me refusant encore ce plaisir, il m’est impossible de différer plus longtems mes rémercimens les plus sincère pour la part que mon très cher fils prend à mon indisposition; ce qui m’est non seulement une grande consolation, mais aussi un vrai cordial. J’espère de pouvoir bientôt écrire moi-même et de témoigner alors la tendresse et l’attachement avec lesquels je suis. 

Signée de la main de S.A. 
Monsieur mon tres cheri Fils, 
de Votre Altesse
votre très dévouée et très tèndre
grand-mère

Haar zwakke gezondheid eiste veel van haar, maar desondanks bleef ze in de laatste jaren van haar leven veel corresponderen met haar kleinkinderen en met de hertog van Brunswijk. Op de zaterdag voor Pasen in 1765 had ze die morgen nog eigenhandig de brieven getekend die moesten worden verzonden, maar vlak hierna werd ze erg benauwd en kreeg ze te maken met koortsaanvallen. De koorts hield twee etmalen aan en uiteindelijk overleed ze die dinsdag, op 9 april 1765 op 77-jarige leeftijd in Leeuwarden.

(1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 33.

Een wereldwijde correspondentie

Zoals we al eerder schreven in de blogpost over Maria Louise van Hessen-Kassels broer Wilhelm VIII, correspondeerde zij gedurende haar tijd in Leeuwarden veel met haar Duitse familie. Oorspronkelijk kwam zij uit Hessen, waar haar familie regeerde over het landgraafschap Hessen-Kassel. Zo schreef ze veel met haar broers en zussen in Kassel, maar door de vele adellijke huwelijken had ze door heel Duitsland (en zelfs in Zweden en Denemarken) familie wonen. 

Wij waren benieuwd hoe het totale plaatje van Maria Louises correspondentie eruitzag. Met wie correspondeerde ze nog meer, behalve met haar familie? Waarom en waarover schreven ze zoal? Die vragen kunnen we pas echt beantwoorden wanneer de digitalisering van haar correspondentie afgerond zal zijn, pas dan kan onderzoek worden gedaan op briefniveau. Wel kunnen we al een uitspraak doen over de categorieën van correspondenten en de plaatsen waarvandaan zij hun brieven schreven. Daarom hebben we het correspondentienetwerk van Marie-Louise in kaart gebracht met behulp van Nodegoat. (1)

Portret van Maria Louise van Hessen-Kassel, door Johann Philip Behr, circa 1756, Rijksmuseum Amsterdam 

Maria Louises correspondentienetwerk was enorm groot! Haar volledige briefwisseling is eerder geïnventariseerd door medewerkers van Koninklijke Verzamelingen in Den Haag en Tresoar in Leeuwarden. (2) In totaal onderhield zij zo’n 300 correspondenties met onder meer haar familie in Duitsland, belangrijke politieke figuren in Leeuwarden, Den Haag en Amsterdam en vaak ook met predikanten. Maria Louise had van haar moeder geleerd zo godvruchtig mogelijk te leven. Haar geloof was haar houvast en daarom schreef ze veel met predikanten over het geloof. Daarnaast waren er ook ‘reguliere’ burgers die haar schreven met specifieke verzoeken, bijvoorbeeld voor aanbevelingen van hun zoon of dochter voor een functie.

Conceptbrief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan Charles Emilius Henri de Cheusses, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag) A28-190, via: https://bit.ly/3eQs7Oa

Vogels uit Suriname
Toch reikte Marie-Louises correspondentie verder dan alleen de Nederlandse Republiek of Europa. Ze stuurde ook brieven naar Java en ze voerde een briefwisseling met de toenmalige gouverneur-generaal van Suriname, Charles Emilius Henri de Cheusses (1702-1734). De gouverneur-generaal had haar vogels gestuurd, te weten twee ‘pauwise’ twee ‘phesans de la coste de Guinée’ en een zeldzame ‘cojakkie’. De ‘pauwise’ betrof een powisi wat waarschijnlijk de zwarte hokko is, de ‘phesan de la coste de Guinée’ was vermoedelijk een hoatzin of stinkvogel, en de ‘cojakkie’ zal waarschijnlijk een roodsnaveltoekan zijn geweest. Marie-Louise schreef hem een bedankbrief, waarin zij helaas ook moest melden dat alleen de twee powisi’s de reis hadden overleefd.

De afbeelding hieronder brengt haar volledige correspondentie in kaart met daaronder nog een ingezoomde afbeelding van specifiek Europa. Een belangrijke noot is dat het bij deze kaarten slechts gaat om individuele personen, hierbij wordt dus niet gekeken hoe vaak zij met deze personen correspondeerde. Zo zal ze veel meer met haar zoon stadhouder Willem IV hebben gecorrespondeerd dan met een adellijke heer die eenmalig een verzoek had aan Maria Louise, maar dat laten deze kaarten niet zien. De visualisatie is gebaseerd op de woonplaatsen van de correspondenten. Zij zullen echter ook vanuit andere plaatsen aan Maria Louise hebben geschreven. Die gegevens kunnen pas worden verwerkt als de metadata van de individuele brieven zijn ingevoerd.

De focus van Maria Louises correspondenties lag natuurlijk voornamelijk op de Nederlandse Republiek – en daarbinnen voornamelijk Friesland – en de omliggende gebieden waar veel familie van Maria Louise woonde. Ze had veel contact met politieke figuren uit verschillende Friese steden, maar ze had ook veel relaties in Amsterdam en Den Haag die haar op de hoogte hielden van de laatste politieke ontwikkelingen. Als laatste valt Londen op. Daar had ze contact met koning George II van Groot-Brittannië en zijn familie. Dit betrof vooral de huwelijksonderhandelingen over het aanstaande huwelijk tussen haar zoon, de latere stadhouder Willem IV, en de dochter van de Britse koning Anna van Hannover. 

Ingezoomde kaart met daarop de verzendplaatsen uit Nederland en Duitsland. Voor de leesbaarheid zijn hier de lijnen weggehaald, zodat de steden beter zichtbaar zijn.

(1) Deze visualisaties zijn mogelijk gemaakt met behulp van nodegoat: Bree, P. van, Kessels, G., (2013). nodegoat: a web-based data management, network analysis & visualisation environment, https://nodegoat.net from LAB1100, https://lab1100.com
(2) Arie Pieter van Nienes en Marijke Bruggeman, Archieven van de Friese Stadhouders: inventarissen van de archieven van de Friese Stadhouders van Willem Lodewijk tot en met Willem V, 1584-1795 (Hilversum 2003), 295-335.
(3) Met dank aan Frank Kanhai.

Transcriptie brief van Maria Louise aan de gouverneur-generaal van Suriname:
À monsieur de Cheusses à Suriname
Monsieur,
J’ai bien reçu vôtre lettre du 3e d’avril dernier et quelque jours après les deux ‘pauwise’ que le capitaine Jean Lambreghse Hogendorp m’a envoyé, mais par raport aux autres oiseaux le dit capitaine a dit qu’ils étaient morts en chemin. Je vous suis bien obligée, monsieur, de la peine que vous avez prise. J’ai vu par là vôtre intention à me faire plaisir; je vous prie d’être persuadé de ma bienveillance envers vous; et je tâcherai dans toutes les occasions de vous rendre quelque service, et de vous témoigner combien je suis avec beaucoup d’estime, 

Monsieur,
vôtre très affectionneé

Mary Stuart I, Princess Royal & Prinses van Oranje

Maria Henrietta (Mary) Stuart (1631-1660) schrijft in de eerste jaren van haar verblijf aan het Haagse Hof vaak aan haar hofdame Katherine Stanhope. Deze brief van Mary Stuart is een van de bijna vierduizend brieven uit de online brievencatalogus van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhoudersvrouwen. De veertienjarige Mary Stuart schrijft Lady Stanhope over een jurk die zij via mademoiselle La Garde, een andere hofdame, in Frankrijk wil bestellen. Verder spreekt er eenzaamheid uit haar brief. Verontwaardigd schrijft ze dat haar schoonouders haar alleen hebben achtergelaten en dat ze ernaar uitziet Lady Stanhope weer terug te zien:

For the Lady Stanhope
My deare Lady, 
Before I came from The Hage I hed at mind to send for a goune into France and now I send you the letter I have wret to Lagard about it to pray you to send my mesure with it end if there bee anything els that is nessesere that I have not sent for I pray you to writ for it and pray send this letter as soone as you can. I pass my time well anouf heer, butt I confesse I touk it very onkindly that the prince and princesse of Orange were abrod la[st] sonday and left me all alone at home. My deare lady I should bee very glade to see you againe, meenewhyle assure yourselfe that I am and evere shall bee, your most faithfull and loving freand,
Marie
16 avril 1646 (1)

De brief aan Lady Stanhope staat symbool voor de boodschap achter de publicatie van álle brieven van Mary Stuart: aan de ene kan zien we hier een persoonlijk briefje van een eenzaam meisje, maar aan de andere kant markeert deze brief het begin van een belangrijke dynastieke Stuart-Oranje relatie. Ook betekent het de start van een lange correspondentie die Mary Stuart zou voeren, eerst als echtgenote van de Hollandse stadhouder Willem II (1626-1650) en later als zijn weduwe en moeder van de toekomstige stadhouder-koning Willem III (1650-1702). 

Correspondentie van de stadhoudersvrouwen
Gendervooroordelen hebben vrouwen lang uit de geschiedschrijving gehouden. Brieven van vrouwen werden vaak genegeerd of zelfs vernietigd. En hoewel vrouwen lang zijn weerhouden van het uitoefenen van directe politieke macht, zochten ze actief naar andere middelen om hun invloed uit te oefenen; een belangrijk middel daarbij was het voeren van correspondenties. Al in 1998 pleitte historica Els Kloek voor meer onderzoek naar de prinsessen van Oranje. Tot nu toe zijn onafhankelijke onderzoeken naar de echtgenotes van de Hollandse en Friese leiders en hun kringen echter zeldzaam, omdat hun correspondentie nooit volledig is uitgegeven. De opkomst van vrouwengeschiedenis als vakgebied heeft nu ook zijn uitwerking op de groeiende belangstelling voor vrouwencorrespondenties.

In samenwerking met Koninklijke Verzamelingen Den Haag, waar de meeste brieven van de stadhoudersvrouwen worden bewaard, hebben het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) en Oxford University’s Cultures of Knowledge de correspondenties van de echtgenotes van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhouders gedigitaliseerd en ontsloten via de catalogi van Early Modern Letters Online (afgekort: EMLO). Kleinere porties brieven zijn opgespoord in de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief, Landeshauptarchiv Sachsen-Anhalt en de Bodleian Libraries. Intussen wordt nog gewerkt aan de toevoeging van de correspondenties van de zestiende- en achttiende-eeuwse stadhoudersvrouwen. 

De collectie van de Stadhoudersvrouwen is overkoepelend doorzoekbaar of individueel per vrouw. De bestudering van deze brieven zal het bestaande beeld van deze stadhoudersvrouwen gaan veranderen: vanaf nu kunnen we niet alleen kennisnemen van de inhoud van hun brieven, maar ook hun netwerken in beeld gaan brengen. 

De correspondentie van Mary Stuart I maakt deel uit van deze online catalogus en beslaat momenteel 353 brieven. Hoewel Mary haar meeste brieven schreef nadat zij weduwe was geworden, richt dit artikel zich op twee brieven die Mary schreef in de periode daaraan voorafgaand.

Willem II en zijn bruid Maria Stuart, Anthony van Dyck, 1641. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.

Een vorstelijk huwelijk
Op 4 november 1631 kwam Mary ter wereld als het tweede kind van de Engelse koning Karel I en diens echtgenote Henriette Maria. Haar eerste levensjaren bracht ze tamelijk onbezorgd door met haar broers Karel, James, Henry en zusjes Elizabeth en Anne. De sterke band die toen met haar broers ontstond, zou Mary haar hele leven koesteren.

Nadat stadhouder Frederik Hendrik en zijn echtgenote Amalia von Solms eerder al een vergeefse poging hadden gewaagd hun zoon prins Willem uit te huwelijken aan Karel Stuarts dochter Elizabeth, kwam de Engelse koning hier begin 1640 op terug. Omdat zijn positie in Engeland in de aanloop naar de Eerste Engelse Burgeroorlog begon te kenteren, kwam hem een alliantie door middel van een huwelijksmatch met een vorst uit een bevriend buurland bij nader inzien goed uit. Nadat Frederik Hendrik en Amalia dit positieve signaal hadden vernomen, stuurden zij een delegatie met de drie hoogste Edelen naar Engeland. De afvaardiging maakte Karel duidelijk dat het stadhouderlijk paar deze keer alleen genoegen nam met een huwelijk van hun zoon met Karels oudste dochter Mary. Haar katholieke moeder Henriette Maria verzette zich hier heftig tegen omdat zij plannen had Mary uit te huwelijken aan de Spaanse koning Filips IV. Ook koning Karel aarzelde, maar de door de Oranjes verzekerde hulp bij mogelijke toekomstige binnenlandse problemen en de toezegging om steun bij de restitutie van de Palts voor zijn zuster Elizabeth Stuart, die in Den Haag in ballingschap verbleef, trokken de Engelse koning over de streep. 

 Zo reisde de vijftienjarige prins Willem in april 1641 af naar Engeland om op 2 mei in de Royal Chapel van Whitehall in het huwelijk te treden met de negenjarige Mary. Zonder het huwelijk te hebben geconsummeerd, conform de voorwaarden, vertrok de prins weer naar het vasteland. Behalve dat voor Mary een bruidschat van veertigduizend pond zou worden betaald –  een bedrag dat uiteindelijk pas in 1679 zou worden uitgekeerd – was ook overeengekomen dat zij de gelegenheid kreeg in de Republiek de godsdienst te kunnen beoefenen volgens de riten van de Anglicaanse Kerk. Verder was er onder meer bedongen dat zij een maximum aantal van 26 mannelijke en 14 vrouwelijke door haar vader uitgekozen Engelse dienaren mee mocht nemen.

Fragment uit de lijst met het gevolg van Mary Stuart. Collectie Koninklijke Verzamelingen,  A15-II-8.

In maart 1642 zou Henrietta Maria haar dochter Mary met haar hofhouding in de Republiek bij haar echtgenoot en zijn familie afleveren. Deze gelegenheid combineerde de koningin met een rondreis door de Republiek om steun in de vorm van geld en wapens voor haar echtgenoot te krijgen tegen de Engelse opstandelingen. Zo nu en dan vergezelden Mary en haar kersverse echtgenoot Willem en diens vader Frederik Hendrik koningin Henriette Maria met haar gevolg van meer dan driehonderd dienaren op haar tournee. De meeste tijd verbleef de kleine Mary echter aan het hof van haar schoonmoeder Amalia von Solms in Den Haag. 

De Heenvliets
Vanaf het moment dat Mary in de Republiek aankwam, begon zij brieven te schrijven. De meeste correspondentie die uit de eerste periode van haar huwelijk dateert, bevindt zich in de collectie van Johan Polyander van den Kerckhoven, in Engelse en Hollandse kringen bekend onder de naam van heer van Heenvliet. Hij was een gunsteling van Frederik Hendrik en had al een belangrijke rol gespeeld in de huwelijksonderhandelingen tussen Mary en prins Willem. Zijn invloedrijke positie bleef gehandhaafd toen Heenvliet aangesteld werd als Mary’s secretaris en hofmeester. Om nog meer controle te hebben, zou Heenvliets tweede echtgenote Lady Katherine Stanhope worden benoemd tot haar gouvernante en eerste hofdame. Het briefje aan het begin van dit artikel is gericht aan deze Lady Stanhope en bevindt zich in Heenvliets collectie. Na de dood van haar echtgenoot Heenvliet verleende koning Karel II haar de titel ‘gravin van Chesterfield’. Zij bleef prinses Mary dienen tot haar overlijden op 24 december 1660. 

Heenvliets brieven worden bewaard in de Bodleian Library. De collectie bevat niet alleen brieven van Mary aan Heenvliet en diens echtgenote, maar ook Mary’s correspondentie met haar vader Karel I en haar moeder Henrietta Maria. Verder zijn er brieven van haar broers Karel (de latere koning Karel II), James, hertog van York, Henry, hertog van Gloucester en haar jong gestorven zusje Elizabeth.

Frederik Hendrik en Amalia
Met haar schoonvader Frederik Hendrik had Mary een goede band. Er is bekend dat hij een zwak voor haar had. Van Mary aan Frederik Hendrik zijn twaalf brieven bewaard gebleven. De eerste, keurig in het Frans geschreven brief die zij meegaf aan haar kersverse echtgenoot op zijn terugreis naar de Republiek, zal bij de stadhouder goede aarde zal zijn gevallen. De brief is ongedateerd, maar Constantijn Huygens, secretaris van Frederik Hendrik, noteerde linksboven de datum van ontvangst: 25 juni 1641.

Brief van Mary Stuart aan haar schoonvader Frederik Hendrik, 25 juni 1641. Collectie Koninklijke Verzamelingen, A14–XIA, fol. 34.

Met haar schoonmoeder Amalia kon Mary het niet goed vinden. Amalia vertrouwde haar schoondochter niet en die gevoelens waren wederzijds. Mary had meer op met haar tante Elizabeth Stuart, de Winterkoningin. Amalia, die voor haar huwelijk met de stadhouder hofdame van Elizabeth was geweest, ergerde zich mateloos aan het feit dat er nu twee concurrerende Stuart-hoven in Den Haag waren. Toen Amalia’s echtgenoot Frederik Hendrik overleed en haar zoon Willem stadhouder werd en Mary daardoor de titel van prinses van Oranje mocht dragen, bekoelde de relatie tussen moeder en schoondochter nog meer.

Brievenboek
Op 6 november 1650 zou stadhouder Willem II plotseling overlijden aan de pokken. Een week later beviel Mary van hun enige kind: toekomstig stadhouder-koning Willem III. De onenigheid tussen Mary en Amalia die hierna volgde over de voogdij van de erfopvolger zou de komende jaren hoog oplopen en de rivaliteit tussen moeder en schoondochter verergeren.

Vrijwel meteen de dood van haar echtgenoot begon Mary zich in te zetten voor de belangen van haar zoon. Dat deed ze vooral door te corresponderen met de vorsten en instellingen waarmee haar man eerder in contact had gestaan. Koninklijke Verzamelingen Den Haag bewaart een brievenboek met 275 brieven die Mary schreef in de periode van 1651 tot en met 1661. Veel van die brieven handelen over de geschillen die zij had met haar schoonmoeder Amalia von Solms over de voogdij en de opvoeding van haar zoon en de belangen die ze voor hem behartigde met betrekking tot het prinsdom van Orange in Frankrijk. Dit brievenboek is gedigitaliseerd en ook online raadpleegbaar via de catalogus van Early Modern Letters Online.

In de Engelse geschiedschrijving werd Mary’s trouw aan haar Engelse familie geroemd. De Nederlandse historiografie heeft Mary Stuart echter altijd een negatieve reputatie toebedeeld, die al door haar tijdgenoten in de Republiek werd gedeeld. Omdat haar correspondentie nu volledig beschikbaar is, kan de lezer daar zelf opnieuw een oordeel over vormen.

> Ineke Huysman

Transcriptie brief Mary Stuart aan Frederik Hendrik:
R[eçu] 25 juni 1641 

Monsieur mon beau-père,

Puisque monsieur le prince Guillaume vous donnera sette lettre, je me remeteray à luy assurer du désir que j’ay de vous pouvoir faire voir par mes actions l’estime que je fais de vos bonnes grâces et le soing que je aporteray toujours à les conserver comme une chose qui m’est très chère, ce que j[e] vous suplie de croyre, comme estant, 

monsieur mon beau-père, 
vostre très affectionnée et obéïsante fille,
Marie

Bronnen
(1) Bodleian Library, University of Oxford: MS Rawl. Letters 115, fols 167–169.
(2) Dit artikel is eerder verschenen in een uitgave van de Nederlandse Maatschappij der Letteren, zie: Ineke Huysman, ‘Mary I Stuart, Princess Royal en Prinses van Oranje’, Nieuw Letterkundig Magazijn 36 (2018) 10-13.

Het huwelijk van Maria Louise en Johan Willem Friso

Ruiterportret Johan Willem Friso, door Joseph Küfner, tweede helft achttiende eeuw, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag).

Johan Willem Friso van Nassau-Dietz werd geboren te Dessau op 4 augustus 1687. Hij was de oudste zoon van de Friese stadhouder Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz en Henriette Amalia van Anhalt-Dessau. De kinderloze Willem III (1650-1702), stadhouder en koning van Groot-Brittannië, werd zijn peetvader. In 1696 stierf Friso’s vader en werd Henriëtte Amalia regentes voor haar minderjarige zoon. In 1702 overleed Willem III, zijn machtige beschermer, en liet hem de titel Prins van Oranje na.

In 1707 werd Friso officieel aangesteld als stadhouder van Friesland en in 1708 van Groningen. De zekerstelling van de toekomst van het huis Oranje vergde dat hij huwde. Het was vooral zijn moeder Henriëtte Amalia die daarop aandrong. Het leven, zeker dat van een jongeman in oorlogstijd, was onzeker en dus diende er zo spoedig mogelijk een stamhouder te komen. (1) Zijn moeder stelde een lijstje op met huwelijkskandidaten, onder wie Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765). In Kassel ontmoette Friso zijn aanstaande bruid prinses Maria Louise. Na de eerste kennismaking zond Friso haar een brief met verzekering van ‘oprechte en waarachtige eerbied’ en dank voor de ‘vriendschap’ die hij hoopte meer en meer te kunnen verwerven. (2) Bij de zakelijke onderhandelingen over het huwelijkscontract bleek niets meer in de weg te staan, waarna de officiële verloving volgde. 

Allegorie op intocht van Johan Willem Friso en Maria Louise in Leeuwarden, 1710, Matthijs Pool, naar Arnold Houbraken, 1710, Rijksmuseum, via: https://bit.ly/3elozDw

Op 26 april 1709 werd het huwelijk in Kassel voltrokken, waarna het paar ging wonen op het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Maria Louises echtgenoot was niet veel thuis omdat hij vanwege de Spaanse Successieoorlog vrijwel altijd op het slagveld te vinden was. (3) Dit resulteerde erin dat ze elkaar veel schreven, iets waaraan wij nu informatie kunnen ontlenen. Helaas is kunnen we vanuit de brieven niet zeggen of er echt sprake was van een liefdevol huwelijk, omdat deze brieven vooral bestudeerd moeten worden in de context van de formele gebruiken van de achttiende eeuw. Er werden veelal standaard formele termen gebruikt voor wanneer er intieme gevoelens en relaties onder woorden gebracht moesten worden. (4) Deze gebruiken zijn goed terug te lezen in een van de eerste (bewaard gebleven) brieven die Friso aan Maria Louise stuurde: 

Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/3mKm5RS

Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins […]

Eenmaal getrouwd schreef Friso om de acht tot tien dagen een brief aan zijn echtgenote, waarvan er in totaal 135 bewaard zijn. (5) Friso was vaak maanden weg, maar zijn brieven waren altijd kort, tamelijk onpersoonlijk en heel beleefd. In 1710 raakte Maria Louise in verwachting en bracht later datzelfde jaar een gezonde dochter ter wereld, Anna Charlotte Amelia van Nassau-Dietz. Over haar tragische bestaan hebben we een aparte blogpost geschreven.

Gravure van de verdrinkingsdood van prins Johan Willem Friso, door Reinier Vinkeles (1741-1816), via: Museum Het Land van Strijen

Het huwelijk van Friso en Maria Louise was helaas maar van korte duur. Op 9 juli 1711 schrijft Johan Willem Friso een haastige brief aan zijn echtgenote. (6) Daarin meldt hij op het punt te staan naar Den Haag te reizen om daar, door bemiddeling van de Staten-Generaal, eindelijk met zijn Pruisische rivaal tot een schikking over de erfenis van Willem III te komen. Nog geen week later moest aan de hoogzwangere prinses de verdrinkingsdood van de Prins van Oranje op 14 juli 1711 worden gemeld. Friso wilde het Hollandsch Diep oversteken om zo naar Den Haag te kunnen. Het weer was goed, maar onweer leek op komst. De prins nam plaats in een klein vissersvaartuig waarop zijn koets verscheept stond. Toen de boot bijna de overkant bij Strijensas had bereikt, was het noodweer uitgebleven. De prins was inmiddels uit zijn koets gekomen. De schipper moest enkel nog de zeilen wenden en daarna konden ze aan land gaan. De zeilen werkten alleen niet goed en plots kwam er een flinke windvlaag, die het zeil vulde en de boot deed hellen. Alle opvarenden vielen overboord. Eén persoon (Onno Boldewijn du Tour) wist zich aan de deur van de koets vast te klemmen. Prins Johan Willem Friso klemde zich weer aan hem vast, maar kon hem niet vasthouden toen een golf hem meesleurde. De schipper probeerde nog een reddingsactie op touw te zetten, maar dit bleek tevergeefs: de jonge prins verdronk, evenals zijn kamerheer. De overige opvarenden konden wel worden gered. Pas acht dagen na het ongeluk zag een schipper het lijk van de prins drijven, op ongeveer de plaats van het ongeluk nabij Strijensas. (7)

Maria Louise was al in diepe rouw, want een aantal weken eerder was haar moeder Maria Amalia overleden. De stadhouder had zijn vrouw daarover zelfs nog een brief geschreven, om haar te troosten. De brief dateert van 29 juni 1711. (8) Hij zegt daarin dat hij hoopt dat de dood van haar moeder geen slechte invloed heeft op haar gezondheid. Met bijna vooruitziende blik vervolgt hij: ‘qu’il n’y point de remède contre la mort et qu’il faut ce soumettre à la volonté de notre Seigneur en tout’. Er is geen middel tegen de dood en men moet zich onderwerpen aan Gods wil. 

Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/324DjSl

Zijn laatste brief, geschreven op 9 juli, kwam pas aan toen Maria Louise het bericht al had ontvangen dat Friso verdronken was. (6) In de brief schrijft hij dat hij naar Den Haag moet gaan, en hij verzoekt haar dringend niet die kant op te gaan. Hij zal zelf naar Leeuwarden komen. Zeven weken na de dood van Friso, op 1 september 1711, bracht Maria Louise hun tweede kind ter wereld: een zoon, de latere stadhouder Willem IV. Daarmee was de dynastie veilig gesteld.

Bronnen:
(1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 19.
(2) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 20.
(3) De Spaanse Successieoorlog (1701-1713) was een Europees conflict over de opvolging van de Spaanse troon. Zowel de Franse koning Lodewijk XIV als de Habsburgse koning Leopold maakten er aanspraak op. De Nederlandse Republiek vocht samen met Engeland aan de Habsburgse zijde tegen de Franse coalitie. Toen duidelijk werd dat Frankrijk zich zou overgeven en Spanje af zou staan, volgde de vredesonderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de Vrede van Utrecht (1713) de Vrede van Rastatt (1714) en de Vrede van Baden (1715). De personele unie tussen Frankrijk en Spanje werd voorkomen door een andere troonopvolger aan te wijzen en op deze manier werd er voor het eerst geprobeerd een machtsevenwicht in Europa te bewerkstelligen.
(4) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 21.
(5) Archief Maria Louise, A28-005, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag) 
(6) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/3eiZzNd
(7) Wikipedia, Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, URL: https://bit.ly/35U5m7T Geraadpleegd op 2 november 2020.
(8) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/324DjSl

Transcriptie:
À Loo ce 29me Avril 1708
Madame

Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins, permetté moy don, ma chère princesse, que je vous fasse souvenir de l’amitié que vous m’avez promis avec autent de générosité de me vouloir conservé pendent mon absence, et que je vous puisse assuré que c’est la chause du monde qui tient le plus à cœur. Il faut que je dise à Votre Altesse que tout le monde admire le portrest qu’elle m’a donné, et me félicite en même temps de l’avantage que j’ay de poséder le cœur d’une si belle princesse, le temps me dure déjà que je n’ay plus le plaisir de la voir et de la pouvoir assurer de bouche que je suis avec toute l’ardent possible

Madame
De Votre Altesse
Le très humble et très obéissant serviteur et très fidèle aman
JWF Prince d’Orange et de Nassau

Je prie V.A. d’assurer leurs Altesse de mes très profond respects

De gezondheid van Willem IV in correspondenties

Binnenaanzicht van het kuuroord in Aken, Jan Luyken, eind zeventiende eeuw, via: https://bit.ly/3dS08Ny

De gezondheid van stadhouder Willem IV baarde zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel altijd zorgen. Niet alleen was hij als enige zoon uit het huwelijk tussen Maria Louise van Hessen-Kassel en Johan Willem Friso de enige mogelijkheid op het voortzetten van het huis Oranje-Nassau, maar daar bovenop kwam de zwakke gezondheid van de jonge stadhouder. Toen Willem vijf jaar oud was, had hij een val gemaakt waarbij hij zo ongelukkig terecht was gekomen dat zijn gezondheid daarvan blijvend nadelige gevolgen ondervond. Hoewel hij boven verwachting snel herstelde, hield de jonge prins er wel een vergroeide rug aan over. 

Met meer dan gewone moederlijke bezorgdheid informeert Maria Louise later in bijna elke brief die zij haar zoon schreef, ongerust naar diens gezondheid en drukt zij hem op het hart zich toch vooral te ontzien en zijn lichaam op tijd rust te gunnen. (1) Maria Louise besprak Willems gezondheid niet alleen met haar zoon. Ze onderhield verschillende correspondenties met personen die haar op de hoogte hielden van de gezondheid van haar zoon. 

Portret van Anna van Hannover en stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau, prent: John Faber (II) naar schilderij van Philip van Dijk, tussen 1734-1756, Rijksmuseum, via: https://bit.ly/31znId1

Een van deze correspondenten was Anna van Hannover (1709-1759), de echtgenote van Willem IV. Anna was de oudste dochter van de Engelse koning George II. Als Britse prinses was zij een goede huwelijkskandidaat voor Willem IV, aangezien zij hierdoor voor meer aanzien zorgde voor het huis Oranje-Nassau. Het stel trouwde in maart 1734. Eigenlijk stond de huwelijksdag gepland voor het najaar van 1733, maar deze werd uitgesteld omdat de bemoeienissen van Willems toekomstige schoonvader George II met de Republiek niet op prijs werden gesteld. Willem werd, mede vanwege alle ophef, ziek en vertrok naar het kuuroord Bath. In maart van 1734 was hij voldoende hersteld om in het huwelijk te treden. Gedurende zijn tijd in Engeland correspondeerde hij veel met zijn moeder, maar ook Anna schreef Maria Louise wekelijks korte brieven met daarin berichten over hoe het ging. Vaak werd hier ook de gezondheid van de jonge prins beschreven. In de brief hieronder schreef Anna op Eerste Kerstdag in 1733 dat het beter ging met Willem: ‘C’est avec beaucoup de joie que je puis à présent vous féliciter de la réconvalescence du prince votre fils. Ayant eu le plaisir de le revoir, je l’ai trouvé beaucoup moins changé que je ne l’aurois cru’.

Een andere correspondent was Nicolaas Arnoldi. Hij was eerste secretaris en diende onder Maria Louise en Willem IV. In 1729 werd hij aangesteld als raadsheer, zes jaar later werd hij gedeeltelijk verantwoordelijk voor de thesaurie en vanaf 1739 was hij daarnaast ook nog thesaurier en rentmeester-generaal. Hij was ook zevenmaal burgemeester van Leeuwarden, afgevaardigde voor de Staten van Friesland, gecommitteerde in de Admiraliteit van Amsterdam en nam verder nog zitting in verschillende commissies. (2) Naast zijn verslaggevingen van (inter)nationale politieke gebeurtenissen, hield Arnoldi ook altijd een oogje in het zeil met betrekking tot de gezondheid van Willem. In het volgende fragment stelt Arnoldi Maria Louise op de hoogte van Willem’s welzijn. In een prachtig handschrift schrijft hij onder meer: 

Sijne Hoogheit is zedert woensdag wat geïndisponeerd geweest door een sware verkoutheit, waarbij is gekomen een dikte aan het ene wang; dog Sijne Hoogheit dese nagt wel gerust hebbende, bevint sig tegenwoordig, door des Heere goedheit, veel beter en soo wel, dat deselve met een dag of twee weder volkomen hersteld zal kunnen zijn. 

Voor een ander onderzoek binnen dit project analyseren we de brieven van Willem IV. Op basis van de ruim 1200 beschikbare brieven doen we een uitgebreid onderzoek naar zijn berichtgeving over zijn gezondheid. Zelf schreef hij hier ook heel veel over. In bijna elke brief komt het wel ter sprake. Een voorbeeld van een fragment uit een brief  die hij schrijft vanuit Aken waarin hij zijn moeder vertelt over de kuur die hij neemt ter verbetering van zijn gezondheid: 

Fragment brief stadhouder Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-099) via: https://bit.ly/34lFQZz

ma curede boire les eaux va tres bien, et j’en aurois en plus de succès si l’inquiétude où j’ai eté pour Caroline [zijn dochter] n’eut troublé l’effet durant deux ou trois jours, Dieu soit loué qu’elle et mieu à présent, celon que la Princesse me marque. J’ai pris les bains aujourd’ui pour la première foi, et n’aurois pas cru que cela cause tant de lassitude dans les bras. 


(1) F.J.A. Jagtenberg, Marijke Meu 1688-1765: Stammoeder van ons vorstenhuis (Gorredijk 2015) 148.
(2) H. Brand, “De prinses als werkgever”, Fryslan 21 (2015) 3, 11. 

Transcripties

Brief van Anna van Hannover aan Maria Louise van Hessen-Kassel
Madame, 
C’est avec beaucoup de joie que je puis à présent vous féliciter de la réconvalescence du prince votre fils. Ayant eu le plaisir de le revoir, je l’ai trouvé beaucoup moins changé que je ne l’aurois cru. Je suis tout à fait entrée dans les peines ou V.A. doit avoir été que l’absence ne peut qu’augmenter. Si quelque chose avait pu contribuer davantage au plaisir que me fait le rétablissement du prince, ce serait de vous sçavoir hors d’inquiétude; prenant beaucoup de part à tout ce qui vous regarde, étant avec beaucoup de sincérité

Madame 
Votre affectionée Cousine
Anna

St James,
Ce 25 Dec: 1733

Brief van Nicolaas Arnoldi aan Maria Louise van Hessen-Kassel
Doorlugtigste Vorstin 
Genadigste Vrouw
Ik heb met seer ootmoedig respect ontfangen de missive waarmede uwe Hoogheit mij den 27en deser wel heeft gelieven te vereeren; en zal niet nalaten Hare genadige ordre, om Uwe Hoogheit van den staat der gesondheit van den Prins Haren Zoone, en de verdere omstandigheden, van tijd tot tijd te informeren, op het onderdanigste na te komen, rekenende hetselve als een blijk van Uwe Hoogheits genade en gunste voor mij Haren getrouwen en soo seer verpligtens dienaar. Sijne Hoogheit is zedert woensdag wat geïndisponeerd geweest door een sware verkoutheit, waarbij is gekomen een dikte aan het ene wang; dog Sijne Hoogheit dese nagt wel gerust hebbende, bevint sig tegenwoordig, door des Heere goedheit, veel beter en soo wel, dat deselve met een dag of twee weder volkomen hersteld zal kunnen zijn. Men verwondert sig, dat de jagten tot nog toe, dat men weet, niet gearriveerd zijn, hoewel men alle momenten de tijding daar van verwagt; waardoor dan de dag van het vertrek mede nog onzeker is: de Heer Walpole zoude, soo ik hoore, verklaard hebben, dat Sijne Majesteit anders den dag van het trouwen had vastgesteld op den 10en novemb:, hetwelk nu mogelijk niet zal kunnen geschieden.
De Franse Predicant Huet van Amsterdam is overleden, en wort om sijne merites in ’t gemeen beklaagd. Verders niets, Uwe Hoogheits attentie waardig, te melden hebbende, zal ik mij in desselts hooge genade en protectie bevelende, met het aldernederigste respect blijven.

Doorlugtigste Princes
Genadigste Vrouw
Uw Hoogheits
Ootmoedigste, gehoorsaamste en seer getrouwe dienaar
N. Arnoldi

Hage, 31 Oct 1733

Brief van Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel:
D’Aix ce 17: 7bre 1751

Madame ma tres chère mère,
J’ai eu la satisfaction de recevoir ce matin la lettre dont votre Altesse Sérénissime m’a daigné honnerer du fin de le mois qui est la première qui me soit parvenue. J’espère que mes deux précédentes lui seront bien parvenues. Ma cure de boire les eaux va tres bien, et j’en aurois en plus de succès si l’inquiétude où j’ai été pour Caroline n’eut troublé l’effet durant deux ou trois jours, Dieu soit loué qu’elle et mieu à présent, celon que la Princesse me marque.Jj’ai pris les bains aujourd’ui pour la première foi, et n’aurois pas cru que cela cause tant de lassitude dans les bras. Je suis d’une docilitéexemplaire à ce que Winter, Pelerin & le soin me prescrivent. Nous eusmes hier au soir entré onze heures et une heure une allarme et un bruit très grand ici, causé par un terrible orage & par le feu que la négligeance après une procession avoit causé dans la sacristtie de St. Pièrre. Mais comme j’étois dans mon premier sommeil, j’eu le bonheur de n’en rien entendre. Aujourd’ui le tems n’est pas net encor. Nous avons receu la nouvelle de la mort de la duchesse Douar. Ferdinant de Barière chez l’Elect. de Cologne au chateau d’Ahans, et de la naissance d’un duc de Bourgogne. J’ai l’honneur d’être avec un très profond respect

De Votre Altesse Sérénissime
Le très humble & très
obéissant serviteur & fils
Prince d’Orange & Nassau

Het treurige bestaan van Amelia van Nassau-Dietz

Aanhef brief van Amelia van Nassau-Dietz aan haar moeder Maria Louise van Hessen-Kassel (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-012 via: https://bit.ly/31c38z7 )

Op deze website hebben we het al eens gehad over de brieven die stadhouder Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel schreef. Gedurende zijn leven schreef hij in totaal zo’n 1200 brieven aan zijn moeder, waardoor we genoeg materiaal hebben om nog talloze blogs over deze correspondentie te schrijven. Zijn oudere zus, Anna Charlotte Amelia van Nassau-Dietz, is een heel ander verhaal. Er zijn in totaal maar drie brieven van haar aan haar moeder bewaard gebleven. [1, 2, 3] Dit heeft te maken met de gecompliceerde aard van Amelia. In deze blogpost vertellen we je graag meer over het leven van Amalia en het contact met haar moeder Maria Louise.

Anna Charlotte Amelia van Nassau-Dietz werd in 1710 geboren in Leeuwarden als dochter van Friese stadhouder Johan Willem Friso en zijn echtgenote Maria Louise van Hessen-Kassel. Ze groeide op in Friesland en na de geboorte van haar broertje, de toekomstige stadhouder Willem IV, was het gezin compleet. 

Maria Louise van Hessen-Kassel en haar twee kinderen, Arnold Boonen, ca. 1726. Nationalmuseum, Stockholm
https://bit.ly/3duUqB0

Maria Louise voerde een uitgebreide correspondentie met adellijke vorsten uit heel Europa. Dit was onderdeel van haar strategie om geschikte huwelijkskandidaten voor haar kinderen te zoeken. Dat begon al vroeg: in 1725 begon ze met het zoeken van een huwelijkskandidaat voor Amelia, zij was toen amper vijftien jaar oud.(1) De kandidaat moest het liefst een protestantse prins van enig aanzien zijn, want de Oranjes waren zelf een prominente Europese familie. Daarnaast moest hij ook een goede positie bekleden en enig vermogen tot zijn beschikking hebben. Katholieke kandidaten vielen bij voorbaat al af, dus zo bleven er niet veel kandidaten over. Uiteindelijk kwam erfprins Frederik van Baden-Durlach (1703-1732) als winnaar uit de bus. Hij was klein en tenger, maar zeer geliefd en zeer begaafd, zo werd gezegd.(2) Het huwelijk vond plaats op 8 september 1727 in Leeuwarden, toen was Amelia nog net geen zeventien jaar oud. Na het huwelijk trok het stel naar Durlach en ze kregen twee kinderen: Karel Frederik (1728-1811) en Willem Lodewijk (1732-1788). Karel Frederik volgde zijn vader op als markgraaf van Baden-Durlach en werd uiteindelijk markgraaf en groothertog van Baden. Willem Lodewijk werd gouverneur van Arnhem.

Portret Frederik van Baden-Durlach, door Johann Rudolf Huber (Salem, Haus Baden, via: https://bit.ly/2H45sl1)

Amelia stond bekend om haar zwakke geestelijke gezondheid. Zo tiranniseerde ze haar bedienden tijdens haar zwangerschappen en had ze veel last van driftbuien. Haar moeder Maria Louise maakte zich zorgen en schreef haar waarschuwend: “u ontsteekt in woede over alles en iedereen, mij en eenieder die in uw buurt komt; u wil leven zonder regelmaat, maakt van de nacht de dag en uw stemmingen kennen geen grenzen”. (3) Amelia’s gesteldheid verslechterde steeds meer en op 11 februari 1732 schreef erfprins Frederik tamelijk bezorgd aan Maria Louise in Leeuwarden: “met grote droefheid moet ik Uwe Doorluchtige Hoogheid de betreurenswaardige toestand mededelen waarin mijn zeer lieve vrouw verkeert, niet zozeer met betrekking tot het lichaam als wel van de geest, die erg zwak is sinds haar ziekte en ze is voortdurend aan het wegdromen” (4) Zelf schreef Amelia maar weinig naar haar moeder. Hier was ze vaak te zwak voor, vandaar dat de communicatie tussen Maria Louise en haar dochter vaak via Amelia’s echtgenoot verliep. 

Lees hier de gehele brief van Frederik van Baden-Durlach aan Maria Louise:

De geestelijke toestand van Amelia verslechterde nog meer na de geboorte van haar tweede zoon. Haar echtgenoot en de artsen om haar heen deden er alles aan om haar toestand te verbeteren, maar ze leed aan religieuze waanvoorstellingen, had hevige uitbarstingen en was agressief (5). De toestand van erfprins Frederik was inmiddels ook kritiek geworden. De longontsteking waaraan hij leed verergerde dermate dat hij in maart 1732 stierf, waarschijnlijk aan tuberculose.  

Haar schoonvader, markgraaf Karel III Willem van Baden-Durlach, wilde voorkomen dat Amelia te veel invloed zou hebben op haar kinderen. Om deze reden leefde ze in een apart gedeelte van Slot Karlsburg te Durlach, gescheiden van haar zoons en afgeschermd van de buitenwereld. De prinsjes zouden voortaan onder leiding van hun oma Magdalena Wilhelmina van Württemberg (1677-1742) worden opgevoed, want Amelia kon dit niet. Ze wist niet waar ze was, wat ze deed, ze gilde, huilde, vloekte, mompelde en staarde glazig voor zich uit, ze viel mensen aan, sloeg en kneep.(6) Nederlandse en Duitse artsen probeerden haar zo goed mogelijk te behandelen, maar niets hielp. Amelia stierf pas in 1777. In totaal leefde ze dus ruim 45 jaar in deze toestand van totale verdwazing, verzorgd door een stoet van twintig bedienden.

Bronvermelding:
(1) B. Bilker, ‘Anna Charlotte Amelia 1710-1777, het ongelukkige leven van een Leeuwarder prinses’, Leovardia 5 (2001) 9-12.
(2) B. Bilker, ‘Anna Charlotte Amelia 1710-1777, het ongelukkige leven van een Leeuwarder prinses’, Leovardia 5 (2001) 9-12.
(3) Reinildis van Ditzhuyzen, Deel 18: (Anna Charlotte) Amalia prinses van Nassau-Dietz en Frederik erfprins van Baden Durlach: een krankzinnige prinses en een jonggestorven prins, maart 2017 (geraadpleegd op 15 oktober 2020) URL: https://bit.ly/2H43G3p.
(4) Brief van Frederik van Baden-Durlach aan Maria Louise van Hessen-Kassel, 11-02-1732, (Koninklijke Verzamelingen Den Haag, A28-012), te raadplegen via: https://bit.ly/340r9LB .
(5) Marijke Bruggeman, Amalia van Nassau-Dietz 1710-1777, in: Digitaal Vrouwenlexicon, URL: https://bit.ly/3nQGqGB.
(6) Marijke Bruggeman, Amalia van Nassau-Dietz 1710-1777, in: Digitaal Vrouwenlexicon, URL: https://bit.ly/3nQGqGB.

Transcriptie:

Madame
C’est avec bien du plaisir que j’ai receu la lettre gracieuse que Votre Altesse Sérénissime m’a écrit du deux de ce mois et rends tres humble grâces des souhaits qu’elle fait pour le bien du nouveau née. Je le recommande encore une fois aux grâces de Votre Altesse, il se porte Dieu merci fort bien, mais c’est avec bien de la tristesse que je dois apprendre à Votre Altesse Sererenissime l’estat déplorable dans le quel ma tres chère épouse ce trouve, non pas tant par rapord au corp qu’a l’esprit qui est ford foible depuis la maladie et elle est presque dans des rêveries continuelles; nous faisons tout nostre possible pour la tirer dus mauvais lestât par tout sorte de remédie, mais qu’elle prend très difficilement. Nous avons pourtant quelque fois des espérance et Dieu qui peut guérir de tous les maus nous assistera dans celui-ci et c’est en lui que je mets toute ma consience et j’espère que si mon épouse reviend a la guérison elle reconnoitra bien des choses où elle n’a point fait de réflexions jusques ici. Je prends en mesmes temp la liberté de la recommander dans sa triste situation aux grâces de Votre Altesse Sérénissime et prie très humblement de ne plus penser à ses égrarement passés qu’elles déplore présent, mais de crainte d’incommoder Votre Altesse, je finis me faisant un plaisir sensible d’estre juques à la fin de sa vie. 

Madame

De Votre Altesse
Le très humble très obéissant et très fidèl serviteur et fils 
F.M.B. Baade
Carolsruhe ce 11.em Feb 1732

P.S. 
Madame ma mère m’a chargé de faire ces compliments à Votre Altesse, la priant de pardonnes de ce qu’elle n’écrit pas, mais comme elle est presque toujours auprès de mon épouse ce sera la 1 poste[?]


De stadhoudersvrouwen en Johan de Witt

Van oudsher beschouwt de geschiedschrijving de praktijk van de vroegmoderne politiek als een voornamelijk mannelijke aangelegenheid en laat daarbij de bestudering van brieven van vrouwen achterwege. Het was echter juist door het voeren van correspondenties dat vrouwen in het verleden hun politieke macht konden uitoefenen. Ook de briefwisselingen van de echtgenotes van de stadhouders in de Republiek der Verenigde Nederlanden zijn nog nauwelijks bestudeerd. Uit hun correspondenties, waaronder zich ook brieven van en aan Johan de Witt bevinden, blijkt dat deze stadhoudersvrouwen wel degelijk politiek actief waren.

Portret Johan de Witt, Abraham Bloteling naar Jan de Baen, ca. 1660-1690 (Rijksmuseum Amsterdam, inv.no: RP-P-1906-2952)

De digitale publicatie van de brieven van de zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhoudersvrouwen (voornamelijk bewaard op het Koninklijk Huisarchief) maakt het mogelijk nieuw wetenschappelijk onderzoek te doen naar hun invloed op de politieke, culturele en sociale processen in de Republiek en daarbuiten. (1) Op dit moment bevat het corpus brieven van de drie Hollandse stadhoudersvrouwen:

En de drie Friese stadhoudersvrouwen: 

Johan de Witt heeft met drie van de zes bovengenoemde vrouwen gecorrespondeerd, te weten met Amalia van Solms, Mary Stuart (Princess Royal) en Albertine Agnes van Oranje. (3)

Albertine Agnes van Oranje-Nassau en Johan de Witt

Tien dagen na het plotselinge overlijden van haar echtgenoot de Friese stadhouder graaf Willem Frederik van Nassau-Dietz [zie ook het blog ‘Pechvogel Willem Frederik’] stuurt Albertine de raadpensionaris een eigenhandige brief. Zij doet daarin een poging om de positie van haar zoon veilig te stellen, waarbij zij uiteraard ook aan haar eigen situatie denkt. Hendrik Casimir II (1657-1696) is eind 1664 pas zeven jaar oud en het is bepaald geen zekerheid of het stadhouderschap van Friesland en Groningen behouden zal kunnen blijven na de dood van zijn vader. De brief (noch een antwoord of andere correspondentie hierover) komt niet voor in de uitgave van de correspondentie van Johan de Witt. In de editie van de brieven van De Witt uit 1909 is te lezen: ‘Van den dood van Willem Frederik, den 31 October van dit jaar, staat niets bijzonders in de brieven,’ waarna slechts een brief aan de graaf volgt, waaruit blijkt hoeveel meer Holland te vertellen heeft dan Friesland(4). Toch heeft De Witt er op 25 oktober nog aan de stervende Willem Frederik over geschreven, aangezien Albertine daarnaar verwijst in haar brief: 

Soo haest ick mijn met overmaatige droeffheit overstolpt gemoet eenigsintz hebb connen afftrecken van de droevige contemplatie van het aldergrootste ongeluck dat mij in deese werelt conde overcommen, soo hebbe ick onder de brieven van wijlen de heere Prince Wilhelm Frederic van Nassau, mijn hertgelieffde gemahl, Christ. ende Hoochs. gedachtenisse, cortz voor zijnen doodt geschreven, onder anderen oock vindende die van Uw Ed., in dato den 25 der voorleden maent, niet connen ledich staen, deselve mitz deesen te betuygen hoe gevoelich ick van de affectie, dewelcke ick daerin ende oock andersintz deurgans hebbe bespeurt, dat Uw Ed. denselven altoos heeft toegedragen. 

Op zijn sterfbed had Willem Frederik zich op 30 oktober ook nog tot de Staten van Friesland gewend om de positie van zijn ‘Soontje’ veilig te stellen.(5) Na zijn overlijden namen de Staten van Friesland op 12 november 1664 een resolutie aan betreffende zijn opvolging door Hendrik Casimir II. Hierin werd de leeftijd van twintig jaar genoemd en was reeds bepaald, niet onbelangrijk voor Albertine Agnes, dat Hendrik Casimir II het bij het ambt behorende traktement zou ontvangen.

Albertine Agnes van Oranje-Nassau met haar kinderen, door Abraham van den Tempel. 1668. (Fries Museum, Leeuwarden; source of image: Wikimedia Commons)

Uit haar brief aan De Witt blijkt dat Albertine Agnes niet helemaal gerust was op de beslissing van de Staten van Friesland. Ze vond het kennelijk nodig zich te verzekeren van de steun (en de faveur) van de raadpensionaris, opdat deze ‘zijne genegentheid sall gelieven te continueeren’. In de aanloop van de ontwikkelingen met Engeland kwam het De Witt op zijn beurt goed uit om Albertine Agnes (en Friesland) te vriend te houden. En hoewel hij als raadpensionaris van Holland officieel geen bemoeienis met de gang van zaken in Friesland had, geeft het feit dat Albertine Agnes hem om steun vraagt niet alleen aan dat De Witt zich eind 1664 in een bijna onaantastbare positie bevond – te vergelijken met die van stadhouder Frederik Hendrik in zijn hoogtijdagen – maar ook hoe wankel de positie van de Nassaus was geworden. Niet voor niets werd Johan de Witt rond deze tijd wel ‘King John’ genoemd. Je kunt je afvragen wat er met Hendrik Casimir II (en dus ons huidige koningshuis) was gebeurd als Albertine Agnes van Oranje niet zo behoedzaam had gemanoeuvreerd.

Ineke Huysman, 8 oktober 2020.

(1) De brieven werden door het Huygens ING in samenwerking met Koninklijke Verzamelingen en Oxford’s Cultures of Knowledge gepubliceerd in een overkoepelende catalogus bij Early Modern Letters Online. De brieven zijn ook per vrouw in een aparte catalogus raadpleegbaar. Daarnaast is er ook een virtuele tentoonstelling te bezoeken.
(2) De catalogi van de Friese stadhoudersvrouwen zullen nog worden aangevuld met de brieven die zich in Tresoar in Leeuwarden bevinden. Vervolgens zullen ook de zestiende- en de achttiende-eeuwse stadhoudersvrouwencorrespondenties worden ontsloten.
(3) Aan De Witts relatie met Amalia van Solms en Mary Stuart zal in een apart blog aandacht worden besteed.
(4) Brieven Van Johan De Witt, deel II, eds. R. Fruin en N. Japikse (1909), p. 525, noot 2.
(5) Geert H. Janssen, Creaturen van de macht (Amsterdam AUP, 2005) p. 218

Post uit Europa!

Gedurende haar tijd in Leeuwarden, correspondeerde Maria Louise van Hessen-Kassel veel maar haar Duitse familie. Haar familie kwam oorspronkelijk uit Hessen, waar ze regeerden over het landgraafschap Hessen-Kassel. Zoals wel vaker bij belangrijke adellijke families, hadden haar familieleden zich door hun huwelijken verspreid over verschillende delen van Europa. Zo was haar broer Friedrich (1682-1760) van 1720 tot zijn dood in 1751 koning van Zweden en Maria Louise zelf was natuurlijk neergestreken in Leeuwarden als echtgenote van de Friese stadhouder Johan Willem Friso. Verder had zij ook nog verscheidene broers, zussen, nichten en neven die hertog(in) of landgraaf waren van allerlei Duitse vorstendommen, zoals haar zus Sophie Charlotte van Hessen-Kassel (1678-1749, die hertogin werd van Meckelenburg, haar nicht Ulrica Frederica Wilhelmina van Hessen-Kassel (1722-1787), die hertogin werd van Sleeswijk-Holstein-Gottorp en haar nicht Wilhelmina van Hessen-Kassel (1726-1808), die door haar huwelijk prinses van Pruisen werd.

Wilhelm VIII. Landgraf von Hessen-Kassel (1682-1760), Johan Heinrich d. Ä. Tischbein (1722-1789) ca. 1755/60. Alte Meister Museum Kassel, inv.no 1875-750 (SM.1.1500) via: https://bit.ly/2GbH7t8

Het landgraafschap Hessen-Kassel werd bestuurd door Maria Louise’s vader, landgraaf Karl van Hessen-Kassel (1654-1730). Zijn oudere broers waren al op jonge leeftijd gestorven, en nadat zijn oudste broer Friedrich koning van Zweden was geworden in 1720, en ook zijn vader in 1730 stierf, werd een andere broer van Maria Louise, Wilhelm VIII van Hessen-Kassel (1676-1751), de facto regerend landgraaf van Hessen-Kassel. Dit was altijd in naam van zijn oudste broer. Wilhelm werd pas officieel landgraaf van Hessen-Kassel na het overlijden van Friedrich in 1751. 

Correspondentie Wilhelm VIII van Hessen-Kassel en Maria Louise van Hessen-Kassel. Visualisatie via Node Goat.

Wat het meest opvallend is in de correspondentie die Maria Louise onderhield met haar broer Wilhelm zijn de diverse locaties van waaruit hij brieven aan zijn zus in Leeuwarden schreef. Zo was hij in verschillende Nederlandse steden, maar ook in België en in allerlei Duitse plaatsen. Dit is te verklaren door Wilhelms rol in het Nederlandse leger. Al vroeg trad hij in dienst van de Nederlandse Republiek, eerst als militair en later als gouverneur van onder meer Breda en Maastricht. Verder was hij ook heer van de Tilburg en Goirle. Hieronder hebben we in beeld gebracht waar Wilhelm zoal zijn brieven aan zijn zus Maria Louise schreef. De rode cirkel is Leeuwarden, waar Maria Louise gedurende deze periode woonde. De duidelijkste blauwe cirkel is uiteraard Kassel, hij was ruim dertig jaar heerser over dit gebied en schreef hier de meeste brieven. Toch is het interessant om te zien hoe veel Wilhelm reisde door de jaren. In het filmpje helemaal onderaan kan je zien precies zien in welk jaar hij op welke locatie was.

Deze visualisatie is mogelijk gemaakt met behulp van nodegoat: Bree, P. van, Kessels, G., (2013). nodegoat: a web-based data management, network analysis & visualisation environment, https://nodegoat.net from LAB1100, https://lab1100.com

Nieuwjaarswensen van stadhouder Willem IV

Portretminiatuur van stadhouder Willem IV, ca. 1735 (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag) via: https://bit.ly/32VmVEj

Op oudejaarsdag 1722 schrijft Willem IV zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel een mooie brief ter gelegenheid van de jaarwisseling. De jonge stadhouder was net elf jaar oud, maar dat weerhield hem er niet van om zijn moeder in een keurig handschrift een brief te schrijven met de beste wensen voor het komende jaar, zo schreef hij liefhebbend: 

’Je prie Dieu le Tout Puissant qui veuille combler Votre Altesse Sérénissime de ses plus précieuse bénidictions et qu’elle aye toutes sortes de prospérité pendant cette année’.

Stadhouder Willem IV schreef zijn moeder gedurende zijn leven talloze brieven, waarvan er in totaal 1241 bewaard zijn gebleven. De meeste brieven die bewaard zijn gebleven dateren tussen 1728 en 1734. Willem IV schreef vaak over zijn gezondheid. Als kind had hij namelijk een ongelukkige val gemaakt, waar hij een vergroeide rug aan over had gehouden. Zijn gezondheid was daarom iets waar zijn moeder zich vaak zorgen over maakte. In de correspondentie tussen Willem IV en zijn moeder schreef Willem IV daarnaast ook over het aanstaande huwelijk met Anna van Hannover. Maria Louise van Hessen-Kassel schreef op haar beurt over haar eigen gezondheid en haar bezigheden aan het Friese hof in Leeuwarden.

Transcriptie:
Madame ma très chère et honorée mère,

J’espère que Votre Altesse Sérénissime voudra bien permettre que je prenne la liberté 
de lui offrir cette lettre. Et de lui témoigner mon impaciense de féliciter Votre Altesse Sérénissime du renouvellement de l’année. je prie Dieu le Tout Puissant qui veuille combler V.A.S. de ses plus précieuse bénidictions et qu’elle aye toutes sortes de prospérité pendant cette année, de mon côté je ferai tout mon possible pour mériter ses bonnes grâces et demeure avec très profond respects 

Madame, de Votre Altesse Sérénissime, le très humble et très obéissant serviteur et fils,

G.C.H.F. P. d’Orange

Leeuwarden, ce 31me dec.ber 1722