
Op 18 april 2026, driehonderd jaar na het overlijden van Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau (1666–1726), organiseerde de Stichting Nassau en Friesland, onder voorzitterschap van Bearn Bilker, een symposium over haar leven en betekenis. Dat gebeurde in de Oranjezaal van het stadhuis van Leeuwarden, recht tegenover het Stadhouderlijk Hof. Een voor de hand liggende plaats voor iemand die hier zo lang aanwezig was maar in de geschiedschrijving opvallend weinig aandacht heeft gekregen.
Henriëtte Amalia was een Duitse prinses uit het huis Anhalt-Dessau en via haar moeder een kleindochter van Amalia van Solms. In 1683 trouwde ze met haar volle neef Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz. Na zijn vroege dood in 1696 nam ze als regentes het bestuur op zich voor haar minderjarige zoon Johan Willem Friso.

Hanno Brand schetste het leven van Henriëtte Amalia en de context waarin zij opereerde. Hij liet zien hoe de strijd rond de Oranje-erfenis na de dood van Willem III haar handelen bepaalde en hoe belangrijk het voor haar was om actief op te treden om de positie van de familiedynastie veilig te stellen. Ze onderhield contacten, benutte haar netwerk en reageerde op ontwikkelingen die zich snel opvolgden, steeds met de toekomst van haar zoon Johan Willem Friso als inzet. Toen hij meerderjarig werd, kwam haar regentschap ten einde en nam haar politieke rol af, waarna ze zich uiteindelijk terugtrok naar Dietz, waar ze een hof voerde dat haar status onderstreepte maar ook leidde tot aanzienlijke schulden.

In de bijdrage van Ineke Huysman stond de correspondentie van Henriëtte Amalia centraal. Die is inmiddels online beschikbaar, voorlopig gebaseerd op de brieven bij de Koninklijke Verzamelingen, met uitbreiding vanuit Tresoar en andere archieven in zicht. Vóór 1696, het jaar van het overlijden van haar man, is er nauwelijks correspondentie, daarna neemt het aantal brieven snel toe. Dat hangt samen met haar rol als regentes en met de politieke situatie rond de Oranje-erfenis. Met de digitale ontsluiting van deze brieven wordt zichtbaar hoe haar netwerk geografisch was verspreid over Europa, en met behulp van handschriftherkenning kunnen de teksten steeds beter worden doorzocht en onderzocht.

Lydia Boer richtte zich op kunst en cultuur rondom Henriette Amalia en liet zien hoe dat aansluit bij haar bredere optreden. Henriëtte Amalia koos haar kunstenaars zorgvuldig, zat dicht op de uitvoering en had oog voor kwaliteit. Ze liet portretten maken waarin haar dynastieke moederrol nadrukkelijk aanwezig is, soms zelfs met een overleden kind in beeld. Tegelijk trok ze kunstenaars en musici aan en gaf zo vorm aan een hofcultuur. Componisten als Jacob Riehman en Johann Christian Schickhardt werkten in haar omgeving en droegen hun werk aan haar op.

De muziek van deze componisten klonk tijdens het symposium, uitgevoerd door Martijn van Dongen (blokfluit), Mathilde van Wijnen (cello) en Peter van der Zwaag (klavecimbel), zodat je je even in het Friese stadhouderlijke hof kon wanen.

Jacob Roep bracht Henriëtte Amalia’s verwerving van de heerlijkheid Ameland in 1704 naar voren en plaatste die in de geschiedenis van het eiland. Daarmee werd duidelijk hoe deze stap past in een breder patroon van bezit en bestuur. Voor Henriëtte Amalia betekende het bezit van Ameland inkomsten en invloed, en daarmee een versterking van haar positie.

Ronald de Graaf keek naar de relatie tussen Henriëtte Amalia en haar zoon Johan Willem Friso. Uit zijn brieven komt een verhouding naar voren waarin zijn moeder zich nadrukkelijk met zijn doen en laten bemoeide. Ze gaf hem duidelijke aanwijzingen, ook wanneer hij op veldtocht was. Omdat vrijwel alleen zijn brieven áán haar bewaard zijn gebleven, kennen we haar kant van de correspondentie niet direct, maar juist uit zijn reacties wordt goed zichtbaar hoezeer zij er bovenop zat.
Wat deze dag vooral duidelijk maakte, is hoeveel actiever de rol van Henriëtte Amalia was dan meestal wordt aangenomen. Ze verschijnt hier als iemand die voortdurend betrokken was bij wat er speelde en daar ook naar handelde. Haar correspondentie laat dat goed zien en biedt nog volop mogelijkheden voor verder onderzoek.
