Anna van Hannover tussen Händel en Farinelli

‘Mijn zus vindt hem maar zozo.’ Dat schreef Frederik, prins van Wales, op 20 oktober 1734 aan zijn vriend Frans Stefan, hertog van Lotharingen, de latere keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het ging over de beroemde Italiaanse castraatzanger Farinelli (Carlo Broschi, 1705–1782), die was uitgegroeid tot een van de grootste operasterren van Europa. Zelf was Frederik diep onder de indruk van de zanger die kort daarvoor in Londen was aangekomen. Zijn zus Anna van Hannover, inmiddels prinses van Oranje door haar huwelijk met Willem IV, was minder enthousiast. Zij gaf de voorkeur aan Giovanni Carestini, eveneens een Italiaanse castraatzanger, die bij Georg Friedrich Händel zong. Farinelli trad op bij de concurrerende Opera of the Nobility, waarvan Frederik een belangrijke beschermheer was.1

Händels favoriete leerlinge

Anna had een bijzondere band met Händel, van wie ze jarenlang muziekles had gekregen. Al in 1723, toen ze dertien jaar oud was, maakte het musiceren met hem deel uit van haar dagelijkse programma. Volgens een dagindeling van 9 juni van dat jaar was tussen vier en vijf uur ’s middags tijd ingeruimd voor klavecimbelspelen of lezen. Daarna volgde het musiceren met Händel.2

Anna ontwikkelde zich tot een goede klaveciniste, zangeres en fluitiste. Haar lessen bij Händel gingen verder dan het bespelen van een instrument. Ze kreeg ook onderricht in muziektheorie en compositie. In het Fitzwilliam Museum in Cambridge worden nog altijd oefeningen bewaard die Händel voor haar onderwijs maakte. Mogelijk schreef hij in de jaren 1724–1726 ook enkele van zijn blokfluitsonates met het oog op deze lessen.3

Koninklijke Verzamelingen, 7 Arias a 3: voor viola da gamba, flauto piccolo en basso, na 1736, Koninklijk Huisarchief, K-XIX-1

In de Koninklijke Verzamelingen bevindt zich bovendien een achttiende-eeuws handschrift van na 1736 met zeven bewerkingen van aria’s van Händel, voor viola da gamba, kleine fluit en bas. De musicoloog Richard G. King vermoedt dat deze bewerkingen zijn gemaakt door iemand die aan Anna’s hof werkte. De gambapartij zou bedoeld kunnen zijn voor Jan Frederik Riehman, een musicus in dienst van het stadhouderlijk paar. Of Anna deze muziek zelf heeft gespeeld, is niet bekend.4

Händel was erg op zijn leerlinge gesteld. Volgens de Groningse organist Jacob Wilhelm Lustig, die de componist in 1734 in Londen ontmoette, noemde hij Anna zelfs ‘de bloem der prinsessen’. In een Engels satirisch pamflet uit 1733/1734, Harmony in an Uproar, werd zij ‘de goddelijke prinses Urania’ genoemd. De schrijver, die het voor Händel opnam tegen zijn tegenstanders, prees Anna’s bijna wonderbaarlijke muzikale vorderingen. Hoewel ze alleen voor haar plezier musiceerde, zou ze een niveau hebben bereikt dat niet onderdeed voor dat van beroepsmusici.5

Huwelijk tussen Willem IV en Anna van Hannover, Jacques Rigaud naar een tekening van William Kent, 1734, Rijksmuseum.

Ook bij Anna’s huwelijk met Willem IV van Oranje-Nassau in maart 1734 speelde Händel een belangrijke rol. Voor die gelegenheid schreef hij de feestelijke serenata Parnasso in festa, die op de avond voor het huwelijk in het King’s Theatre werd uitgevoerd. Voor de huwelijksplechtigheid zelf, op 25 maart in St. James’s Palace, componeerde hij het anthem This is the day which the Lord hath made. Anna had de Bijbelteksten hiervoor zelf uitgekozen.6

Caroline van Groot-Brittannië aan Anna van Hannover, januari 1735 (voorlopige datering), Koninklijk Huisarchief, archief Anna van Hannover (A30).

Vanuit de Republiek bleef Anna via haar familie op de hoogte van Händels positie in de Londense operawereld. Zo schreef haar jongere zus Caroline haar dat de componist zo goed beschermd werd dat het volgens haar wel goed met zijn zaken moest gaan.7

Anna en Farinelli

Na haar huwelijk vertrok Anna met Willem naar de Republiek, maar lang bleef ze daar niet. Ze had heimwee naar Engeland. Toen Willem in juli op veldtocht naar de Rijn ging, keerde ze terug naar haar familie in Londen. Zo was ze in oktober aanwezig toen Farinelli tweemaal op Kensington Palace voor de koninklijke familie optrad.

Fragment uit een brief van Farinelli aan graaf Sicinio Pepoli, Londen, 30 november 1734. Archivio di Stato di Bologna, Archivio Pepoli. Afbeelding: GFHandel.org.

Anna zat bij een van die gelegenheden zelf achter het klavecimbel en begeleidde de beroemde zanger. Farinelli schreef er enkele weken later over aan graaf Sicinio Pepoli in Bologna. Koning George II en koningin Caroline waren volgens hem aanwezig en de prinses van Oranje trad op als maestro di cappella. Tijdens het optreden werden hem onverwacht enkele aria’s van Händel voorgelegd. Hij zong ze naar eigen zeggen met zoveel zelfvertrouwen dat hij er alle eer mee behaalde.8

Jacopo Amigoni, Farinelli en zijn vrienden, ca. 1750–1752. Van links naar rechts: de dichter Pietro Metastasio, de zangeres Teresa Castellini, Farinelli en de schilder zelf. National Gallery of Victoria, Melbourne. Foto: Sailko, Wikimedia Commons, CC BY 2.5.

Ruim 35 jaar later herinnerde Farinelli zich het voorval nog altijd. Toen de Engelse muziekhistoricus Charles Burney hem in 1770 in Bologna bezocht, vertelde hij dat Anna hem op het klavecimbel had begeleid en erop had aangedrongen dat hij twee aria’s van Händel van blad zong. De aria’s waren gedrukt in een andere sleutel en geschreven in een stijl die hij niet gewend was. Farinelli herinnerde zich ook de muzikale rivaliteit aan het Engelse hof. Hijzelf genoot de steun van Anna’s broer Frederik, terwijl Anna en haar moeder, koningin Caroline, Händel trouw bleven. Zelfs Farinelli ontkwam bij Anna niet aan Händel.9

Händel in de Republiek

In 1750 kwam Händel zelf naar de Republiek. Op 8 september waren Anna en Willem IV aanwezig in Deventer, waar Händel het orgel van de Grote Kerk bespeelde. Onder de toehoorders bevonden zich zowel aanzienlijke inwoners als gewone burgers.

Begin december was Händel in Den Haag. Op 2 december bespeelde hij het orgel van de Nieuwe Kerk. Ditmaal waren Anna en Willem vergezeld van hun zevenjarige dochter Carolina. De ’s Gravenhaegse courant schreef de volgende dag:

Gisteren heeft den vermaerden Heer Händel, Cappelmeester en Opper-Musicant van Syn Groot-Brittannise Majesteyt, in de Nieuwe Kerk alhier deszelfs ongemeene Gaeven op het Orgel laeten hooren, zynde aldaer tegenwoordig geweest het geheele Hof, de meeste buytenlandse Gezanten en andere voornaeme Personen van de beyde Sexen, en wierd het zelve van een ieder zeer gelaudeert.

Volgens een Engels krantenbericht luisterden zij ongeveer een uur naar Händels orgelspel, tot groot genoegen van de stadhouderlijke familie.

Op 7 december hoorden Anna en haar gezin Händel nog eenmaal spelen. Waar dat precies gebeurde, is niet bekend. De volgende dag vertrok hij via Rotterdam naar Engeland. Voor zover bekend hebben Anna en haar vroegere muziekleraar elkaar daarna niet meer gezien.10

Anna opnieuw tot leven

Het verhaal van Anna en Farinelli werd in september 2023 op Kasteel Duivenvoorde opnieuw tot leven gebracht. Tijdens een symposium over Anna’s brieven en haar muzikaliteit verzorgde het barokensemble La Sfera Armoniosa onder leiding van Mike Fentross het programma ‘Hannover ontmoet Farinelli’, met countertenor Arturo den Hartog en klavecinist Siebe Henstra.

Van 14 oktober 2027 tot en met 7 maart 2028 wijdt Paleis Het Loo een tentoonstelling aan de stadhoudersvrouwen. Wie waren de vrouwen van de Oranje- en Friese stadhouders, hoe leefden ze en welke rol speelden ze in de politiek en het culturele leven? Ook Anna van Hannover krijgt er een plek, met onder meer aandacht voor haar grote liefde voor muziek.

Bronnen en noten

  1. Juliane Riepe, ‘Händel, Farinelli und der Prince of Wales 1734’, Händel-Haus-Blog (2024/01). Online. De brief van Frederik aan Frans Stefan van Lotharingen dateert van 20 oktober 1734 en werd in 2023 door het Händel-Haus verworven. ↩︎
  2. British Library, Egerton MS 1717, fol. 78. Amanda Babington, ‘Handel the Tutor’, Brio 51 (2014), pp. 16–22, aldaar p. 20. ↩︎
  3. Pamela L. Poulin, ‘Teaching Fugue à la Handel: Lessons for Princess Anne’, Journal of Music Theory Pedagogy 22 (2008), pp. 119–128; Babington, ‘Handel the Tutor’, pp. 20–22; Terence Best, voorwoord bij Händel, Sämtliche Sonaten für Blockflöte und Basso continuo (Bärenreiter, 2003), p. III. ↩︎
  4. Koninklijke Verzamelingen, 7 Arias a 3: voor viola da gamba, flauto piccolo en basso, na 1736, Koninklijk Huisarchief, K-XIX-1; Richard G. King, ‘Handel and the Viola da Gamba’, in Susan Orlando (red.), A Viola da Gamba Miscellanea (Limoges, 2005), pp. 63–79; Peter Holman, Life After Death: The Viola da Gamba in Britain from Purcell to Dolmetsch (Woodbridge, 2010), pp. 122–123. ↩︎
  5. Jacob Wilhelm Lustig, Inleiding tot de Muziekkunde (Groningen, 1771), p. 172, aangehaald door Poulin, p. 119; Harmony in an Uproar (Londen, 1733/1734), p. 24. ↩︎
  6. Georg Friedrich Händel, Parnasso in festa, HWV 73, première 13 maart 1734; This is the day which the Lord hath made, HWV 262, uitgevoerd tijdens het huwelijk op 14 maart 1734 volgens de Engelse kalender, 25 maart volgens de gregoriaanse kalender. Donald Burrows, Handel and the English Chapel Royal (Oxford, 2005), hoofdstuk 12. ↩︎
  7. Caroline van Groot-Brittannië aan Anna van Hannover, januari 1735 (voorlopige datering), Koninklijk Huisarchief, archief Anna van Hannover (A30), A30-430c_025. ↩︎
  8. Carlo Broschi Farinelli aan Sicinio Pepoli, Londen, 30 november 1734, Archivio di Stato di Bologna, Archivio Pepoli; uitgegeven in La solitudine amica. Lettere al conte Sicinio Pepoli, bezorgd door Carlo Vitali (Palermo: Sellerio, 2000), brief 43, pp. 132–133. Een fragment uit de brief is online te lezen op GFHandel.org, met een transcriptie en Engelse vertaling, aangeleverd door Carlo Vitali. ↩︎
  9. Charles Burney, The Present State of Music in France and Italy, tweede editie (Londen, 1773), pp. 224–225. Online. ↩︎
  10. Oprechte Haerlemse Courant, 12 september en 10 december 1750; ‘s-Gravenhaagsche Courant, 3 december 1750; Richard G. King, ‘Handel’s Travels in the Netherlands in 1750’, Music & Letters 72 (1991), pp. 372–386. Zie ook de Handel Reference Database, 1750. ↩︎