Op een avond in september 17511 at stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau vijftien gedroogde pruimen met daarbij brood en een flinke hoeveelheid saus. Dat was geen uitspatting maar een poging om van zijn verstopping af te komen. In de brieven aan zijn vrouw Anna van Hannover schreef hij openhartig over zulke lichamelijke ongemakken en over de middelen die hem verlichting brachten. Wanneer hij last had van zware buikkrampen en diarree, hielpen kleine slokjes warme chocolade hem soms door de ergste pijn heen.
Tussen berichten over benoemingen, geldzaken, oorlogsdreiging en politieke tegenstanders vertelden Anna en Willem elkaar in hun brieven wat zij hadden gegeten en gedronken. Ze klaagden over mislukte diners, bespraken goede wijnen en medische diëten en stuurden elkaar etenswaren.2
Eten onderweg en aan het hof
Toen Willem voor een kuur in Aken verbleef, schreef hij3 Anna enthousiast dat hij uitstekend had gegeten: vlagzalm en forel. Omdat zij daarvan zelf niet kon meegenieten, stuurde hij4 haar een plaatselijke forelpastei.
Niet iedere maaltijd was een succes. Tijdens een gespannen politiek verblijf in Amsterdam klaagde Willem5 dat men hem zeer slecht klaargemaakte gerechten had voorgezet. Mogelijk ergerde dat hem des te meer omdat hij zich in de stad toch al weinig welkom voelde. Op reis koos hij vaak voor betrekkelijk lichte gerechten, zoals kiphachee met vermicellisoep6, lamsragout en hazenpastei7. Tegelijk maakte hij van zijn reizen gebruik om voorraden in te slaan. In Frankfurt liet hij twee dozijn Westfaalse hammen en gedroogde rundertongen kopen. Die waren daar volgens hem beter en goedkoper dan elders.8
Het eten aan het hof van Willem en Anna was rijker dan Anna in haar jeugd gewend was geweest. Haar vader, koning George II, stond bekend om de soberheid van zijn tafel. Hij liet weinig verschillende gerechten serveren, waaronder rosbief van matige kwaliteit, en wilde dat het eten zonder kruiden en uitgebreide sauzen werd opgediend.9
Het belangrijkste diner van de dag werd aan het hof doorgaans al rond twee uur ’s middags geserveerd. Het avondeten was veel eenvoudiger. Omdat er ’s avonds tijd moest overblijven voor kaartspelen en ander vermaak, bestond dit meestal uit een lichte maaltijd in buffetvorm. De aanwezigen konden daarvan ergens tussen negen uur ’s avonds en twee uur ’s nachts eten.10
Bij de dagelijkse maaltijden werd vooral donker roggebrood en volkorenbrood van het Duitse type geserveerd. Het duurdere witte Franse brood bleef voor bijzondere gelegenheden bewaard. Gevogelte en varkensvlees namen een belangrijke plaats in op het menu, met onder meer kalkoen, kip, spek en worst. Ook aan wild werd veel geld uitgegeven. Rundvlees lijkt in deze jaren veel minder vaak te zijn geserveerd dan in de zeventiende eeuw, toen het juist een van de populairste vleessoorten was. Dat hield waarschijnlijk verband met de zware uitbraken van runderpest die Holland en Friesland vanaf het midden van de jaren 1740 troffen en een groot deel van de veestapel vernietigden.11

Het Friese hofmenu was rijk aan dierlijke vetten. Zuivel werd veel gebruikt. Kaas en room verschenen geregeld op tafel en de kippen op de landgoederen werden met karnemelk vetgemest. Melk zelf werd zelden als drank geserveerd en vooral bij het koken gebruikt. Ook groenten, zeevis en krabben vormden aanzienlijke posten in de hofrekeningen. Aan fruit werd zoveel uitgegeven dat citroenen in de boekhouding een eigen vermelding kregen.12
Vanaf 1735 stond de hofkeuken onder leiding van de Franse meesterkok Vincent La Chapelle, die als ‘chef d’office’ en ‘chef de cuisine’ aan het hof van Willem IV werd aangesteld. Zijn vijfdelige Le Cuisinier moderne, opgedragen aan de prins, combineerde Franse haute cuisine met Engelse, Nederlandse en ‘Friese’ gerechten. Op de verjaardag van Willems moeder Maria Louise bereidde ‘Mr Vincent’ volgens Willem een voortreffelijke maaltijd, afgesloten met een schitterend dessert.
Fruit, garnalen en gebak
Anna had een voorliefde voor fruit. Die smaak ging terug tot haar jeugd aan het Engelse hof. Bij het gezamenlijke ontbijt van de koninklijke familie stond fruit met zure room op tafel, waarbij warme chocolademelk werd gedronken. Ze hield ook van zoetigheid en gebak. Tijdens haar verblijf in het Engelse kuuroord Tunbridge Wells maakte zij ’s morgens eerst een wandeling. Daarna volgde een laat ontbijt met plumcake en bier. Bij haar huwelijksbanket in 1734 werd vlaai geserveerd, een Nederlandse specialiteit die door de bedienden van Willem was bereid. 13

De verhouding tussen Maria Louise van Hessen-Kassel en haar schoondochter was geregeld gespannen. Om die wat te verbeteren, stuurde Maria Louise fruit uit haar eigen tuinen, maar ook verse garnalen, kruiden en salades naar Anna in het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Zelf woonde zij inmiddels even verderop in dezelfde straat. Toch vroeg Anna aan Willem, die op dat moment in Duitsland verbleef, om zijn moeder voor de kruiden en salades te bedanken. Dat zij haar echtgenoot als tussenpersoon inschakelde voor een geschenk dat van nauwelijks honderd meter verderop kwam, zegt veel over de onderlinge verhoudingen.14 Toen Maria Louise rond Pasen een kievitsei stuurde, bedankte Anna haar bij hoge uitzondering wel zelf, al deed zij dat slechts met enkele regels onderaan een brief die Willem15 toch al aan zijn moeder schreef.
Wijn, koffie en chocolade

Koffie, thee en chocolade waren vertrouwde dranken aan het hof. Chocolade werd bij het ontbijt geschonken, maar gold ook als versterkend middel en medicijn. Voor Willem was warme chocoladedrank tijdens perioden van ziekte soms een van de weinige dingen die hij kon verdragen. Tijdens een stormachtige boottocht over de Zeeuwse wateren werd Willem op de Roompot vlak voordat ze het Veerse Gat bereikten ‘vreselijk heen en weer geschud’. Toch schreef hij16 Anna dat hij zich ‘als een dapper man’ staande had gehouden. Dat was volgens hem des te opmerkelijker omdat hij koffie, twee grote sneden brood met boter en een stuk koek had gegeten. Vooral die koek had zijn maag bijna doen omkeren, maar daadwerkelijk zeeziek werd hij niet.
Wijn kreeg in hun brieven minstens zoveel aandacht. Anna wachtte17 vol verlangen op Tokajer, een kostbare Hongaarse wijn uit de streek Tokaj, die vooral bekendstond om zijn zoete varianten. Willem schreef enthousiast18 over uitstekende Madeira die hij te drinken had gekregen. Bij een diner ontving hij de restanten van een mand met veertig jaar oude Hongaarse wijn. Hij beloofde de19 flessen zorgvuldig te bewaren om Anna er later op te trakteren.
Toen Willem in Dieren verbleef, stelde hij20 Anna gerust dat zij niet bang hoefde te zijn dat hij te veel dronk. Hij kon zich moeilijk onttrekken aan het drinken met de burgemeesters die hij daar ontmoette: men moest nu eenmaal ‘meehuilen met de wolven’. Wel deed hij veel plaatselijk fonteinwater bij zijn Pontac, een Bordeauxwijn. Volgens Willem ontstond zo een heerlijk drankje dat veel mensen voor echte Bourgogne aanzagen.
Niet iedereen in hun omgeving hield zich even goed in. Anna berichtte eens dat Charles Bentinck, de jongere broer van haar politieke adviseur Willem Bentinck, zich beroerd voelde nadat hij de avond ervoor te veel vin d’Hermitage had gedronken, een krachtige wijn uit het Rhônedal.21 Diezelfde Charles hield ook22 van punch, een mengdrank van alcohol, water, suiker en meestal citrusvruchten. Tijdens een verblijf op Het Loo liet hij een flinke hoeveelheid punch maken en trok hij vervolgens met een gezelschap het bos in.
De kinderen aan tafel

Ook bij de opvoeding van de kinderen speelde eten een rol. Dat Anna nadrukkelijk aandacht besteedde aan de eetlust van de jonge Willem V, doet vermoeden dat die eerder reden tot zorg had gegeven. ‘Het kleine jongetje is vrolijk en eet iedere dag zijn worteltjes’, meldde zij23 tevreden aan Willem.
Toen zijn vijfjarige zus Carolina na de geboorte van haar broertje de mazelen kreeg, mocht zij niet bij haar moeder of de baby komen. Vader Willem nam haar daarom bij zich op zijn kamer, omdat hij bang was dat zij zich eenzaam of jaloers zou voelen. Ook Lady Portland, de moeder van Willem Bentinck en Anna’s vroegere gouvernante, hield rekening met Carolina’s gevoelens. Zij stuurde haar via haar zoon een porseleinen kinderserviesje. Bentinck meldde dat Carolina het geschenk dankbaar aannam en hem vervolgens dwong een deel van haar avondeten op te eten.24
De eerste aardappels

Anna en Willem behoorden waarschijnlijk tot de eerste aardappeleters aan het Nederlandse hof. De hovenier van Maria Louise, de botanicus Johann Hermann Knoop, begon in 1742 aardappelen te verbouwen. Hij had het gewas leren kennen via de botanicus David Meese.25 Volgens een andere bron had jonkheer Vegelin van Claerbergen de plant al enkele jaren eerder naar Friesland gebracht. Mede door tussenkomst van de dichter en politicus Willem van Haren zouden de aardappelen uiteindelijk op de tafel van Maria Louise zijn beland.26
In december 1742 kwamen Willem en Anna naar Leeuwarden, waar Anna de geboorte van haar kind wilde afwachten. Maria Louise had voor haar gasten een verrassing voorbereid. Tijdens het diner werd met enig ceremonieel een grote schotel binnengedragen.27 Volgens de overlevering aten Anna, Willem en Maria Louise die avond voor het eerst gezamenlijk aardappelen. Wat toen nog als een bijzonderheid werd gezien zou later bijna vanzelfsprekend op het Nederlandse bord belanden.
Ineke Huysman, 19 juli 2026
- Willem IV aan Anna van Hannover, 25 september 1751, KV, A30-VIa-3. ↩︎
- De hier besproken briefwisseling tussen Anna van Hannover en Willem IV wordt bewaard bij Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, inventarisnummers A29 en A30 en is online te raadplegen via Early Modern Letters Online (EMLO). ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 4 september 1751, KV, A30-VIa-3. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 29 september 1751, KV, A30-VIa-3. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 2 september 1748, KV, A30-VIa-2. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 18 juni 1751, KV, A30-VIa-3. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 1 februari 1742, KV, A30-VIa-1. ↩︎
- Veronica Baker-Smith, A Life of Anne of Hanover (1995) 78. ↩︎
- Ibidem, 12. ↩︎
- Ibidem, 17. ↩︎
- Ibidem, 147-150. ↩︎
- Ibidem, 52, 150. ↩︎
- Ibidem, 20, 27, 47. ↩︎
- Ibidem, 63. ↩︎
- Willem IV aan Maria Louise van Hessen-Kassel, met naschrift van Anna van Hannover, KV, A28-008. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 21 mei 1751, KV, A30-VIa-3. ↩︎
- Anna van Hannover aan Willem IV, 4 september – 5 oktober 1751, KV, A29-171. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 8 februari 1742, KV, A30-VIa-1. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 21 september 1751, KV, A30-VIa-3. ↩︎
- Willem IV aan Anna van Hannover, 4 mei 1735, KV, A30-VIa-1. ↩︎
- Baker-Smith, A Life of Anne of Hanover, 112. ↩︎
- Anna van Hannover aan Willem IV, 7 juli 1745, KV, A29-171. ↩︎
- Anna van Hannover aan Willem IV, 4 september – 5 oktober 1751, KV, A29-171. ↩︎
- Baker-Smith, A Life of Anne of Hanover, 108. ↩︎
- C. Wagenaar, ‘Johann Hermann Knoop en de kunst van de geschiedenis’, Bulletin KNOB 2016, nr. 3 (2016): 132-146. ↩︎
- M. de Nes, Marijke Meu. Maria Louise van Hessen-Cassel, Kroon-Serie No. 11 (Hoorn: Uitgevers-Maatschappij “West-Friesland”, z.j. ) 133-134. ↩︎
- Ibidem. ↩︎
