V.ln.r.: Inger Leemans (NL-LAB/Huygens ING), Claudia Hörster (Koninklijke Verzamelingen) Cheraldine Osepa (gemeente Delft) en Hester Schölvinck (museum Prinsenhof) tijdens de lancering van de online brieveneditie en opening van de tentoonstelling Historische Vrouwen.
Sinds 30 september 2021 zijn de correspondenties van de vier vrouwen van Willem van Oranje: Anna van Egmond, Anna van Saksen, Charlotte de Bourbon en Louise de Coligny digitaal raadpleegbaar bij Oxford’s Early Modern Letters Online (EMLO).
Ineke Huysman (Huygens ING/NL-LAB) en Julia van Marissing (Museum Prinsenhof) vertellen aan David de Haan (Museum Prinsenhof) over de totstandkoming van de tentoonstelling.
Op die dag organiseerden Museum Prinsenhof Delft,Huygens ING en Koninklijke Verzamelingen een openingsmiddag met betrekking tot de vrouwen rondom Willem van Oranje met onder meer lezingen van Femke Deen en René van Stipriaan. De live-stream die daarvan werd opgenomen is hier terug te zien. Ook zette Miranda Lewis, editor van EMLO, via een blog en via onderstaande videoboodschap uiteen hoe de stadhoudersvrouwenbrieven deel uitmaken van de online catalogus:
Miranda Lewis van EMLO Online licht het project via een filmpje toe.
Aan het werk op het Koninklijk Huis Archief in augustus.
Hoe is het om te werken bij het stadhoudersvrouwenproject? Vandaag vertelt onze stagiaire hier meer over in een podcast met projectleider Ineke Huysman. Ze hebben het onder meer over de werkzaamheden van dit project, en wat ze tot nu toe hebben gevonden!
Je hoort meer over de stadhoudersvrouwen, wie waren zij en waarom is het belangrijk dat hun brieven worden gedigitaliseerd? Verder hoor je meer over het onderzoek dat momenteel wordt uitgevoerd naar de brieven van Willem IV aan Maria Louise van Hessen-Kassel met betrekking tot hun gezondheid.
Marie Louise van Hessen-Kassel (1688-1766) door Louis Volders, te zien in Kasteel Middachten, De Steeg, via nrc.nl
Bovendien hoor je verschillende blogs aan bod komen die de afgelopen weken online zijn gezet. Hier vind je een overzicht van alle blogs terug. Meer weten over de stadhoudersvrouwen of zelf stage lopen bij dit project? Kijk verder op de website of neem contact met ons op!
Tessa Stalenburg deed onderzoek naar de correspondenties tussen Maria Louise van Hessen-Kassel en haar kleinkinderen. In deze blogpost presenteren we haar bevindingen.
Maria Louise van Hessen-Kassel onderhield veel contact met haar kleinkinderen. Zij correspondeerde veelvuldig met de kleine Willem V van Oranje-Nassau en zijn zus Carolina van Nassau-Weilburg.
Portretten van Carolina van Nassau-Weiburg en Willem IV van Oranje-Nassau, bron: wikipedia.org
Carolina bedankt in haar brieven haar grootmoeder vaak voor de geschenken die zij hen met grote regelmaat geeft, schrijft dat ze hoopt dat haar oma in goede gezondheid verkeert en bericht geregeld dat haar jongere broertje gezond is en snel groeit. Op 21 januari 1751 schrijft ze dat haar broertje, op het moment van schrijven bijna drie jaar oud, al veel praatjes heeft: ‘Ik stuur u de zakdoek, mijn lieve grootmoeder, die ik u heb beloofd en ik hoop dat u hem in goede staat zult ontvangen. Het gaat allemaal goed met ons. Mijn broertje heeft de hele dag gebabbeld en ik hou nog steeds veel van u.’ Willem V zelf bedankt in een van zijn eerste briefjes op bijna vijfjarige leeftijd in kraaienpoten zijn grootmoeder Maria Louise voor een brief die zij hem eerder had geschreven.
Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/35ILqWG
Trots als ze waren op de brief van de jonge prins, hebben zijn naasten een kopie van zijn brief gemaakt met de context: ‘Copie missive zonder behulp van iemand, ontworpen, en eigenhandig geschreven door sijne doortastelijke hoogheid Willem, Prince van Orange en Nassau, erfstadhouder, capitein generaal en admiraal generaal der Verenigde Nederlanden.’
Ook de prestaties en ontwikkelingen van haar andere kleinkind, Carolina, worden op de voet gevolgd door Marie Louise van Hessen-Kassel. Op 30 november 1753 stuurt Carolina haar grootmoeder haar Duitse schrift (‘mon écriture Allemande’) dat ze in Soestdijk aan haar grootmoeder beloofd had. Ze hoopt dat haar oma het met veel plezier zal lezen en stelt dat ze al complimenten van haar moeder ontvangen heeft voor haar werk. Uit andere brieven van Carolina blijkt dat zij en haar grootmoeder elkaar geregeld geschenken stuurden, onder andere theekruiden en kleine gebakjes.
Brief van Carolina aan haar grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-015. via: https://bit.ly/3n2cRkG
Het is vooral Carolina die haar grootmoeder dikwijls schrijft in de jaren vijftig van de achttiende eeuw, maar in 1759 begint ook de jonge Willem V actiever aan zijn oma te schrijven. Hij feliciteert haar met haar verjaardag op 13 februari 1759 en hij wenst haar een plezierige reis op 18 maart 1759. Op 14 augustus en op 14 oktober 1759 vraagt hij naar haar gezondheid. Van Maria Louise van Hessen-Kassel is bekend dat zij rond deze periode kampte met gezondheidsproblemen. Nadat haar schoondochter en de moeder van haar kleinkinderen, Anna van Hannover, net als haar zoon Willem IV was komen te overlijden nam zij het regentschap voor de minderjarige Willem V op zich en kreeg zij gedeeltelijk de voogdij over de kinderen. Op 9 december 1760 schreef Maria Louise aan haar kleinzoon dat het haar speet dat ze hem niet frequenter kon schrijven vanwege haar gezondheid: ‘Ik voelde me gevleid dat ik me vandaag van de drang kon verlossen om op Uwe hoogheid te antwoorden met mijn liefste toewijding middels een brief van mijn hand. Maar mijn zwakte ontzegt me dit plezier nog steeds, het is onmogelijk voor mij om mijn oprechte dank uit te spreken voor de rol die mijn lieve jongen op zich neemt tijdens mijn zwakke gesteldheid, wat niet alleen een grote troost is, maar ook een oprechte hartelijkheid. Ik hoop dat ik snel zelf kan schrijven en je dan de tederheid en gehechtheid kan tonen waarin ik verblijf.’
Brief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan haar kleinzoon Willem V, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kM8Rmf
> Tessa Stalenburg, 11 december 2020.
Transcriptie brief Willem V aan Maria Louise van Hessen-Kassel Grot mama, ick daenkie vor dat ghi min ennen brief heft gescreven hept. Prins van Orange Willem [C.D’Orange]
Transcriptie brief Carolina aan Maria Louise van Hessen-Kassel Ma très chère grand maman, Je prens la Liberté de vous envoyer du thé, j’espère qu’il seras de votre gout, est qu’il vous fera souvenir de moi, qui vous aime toujours sincèrements. Ma très chère maman, vous fait ces compliments elle ce porte Dieu mera en merveille, et mon frère aussi, il ne vous oublie pas.
Je suis, ma très chère grandmaman, votre très obéissante petite fille C.P. D’Orange Nassau
La Haije, 4 xber 1751
Transcriptiebrief Maria Louise van Hessen-Kassel aan Willem V Monsieur mon très cher fils, Je m’étois flatteé que je serois aujourd’hui en état de m’aquiter de mon plus doux devoir en répondant a Votre Altesse par une lettre de ma main. Mais ma foiblesse me refusant encore ce plaisir, il m’est impossible de différer plus longtems mes rémercimens les plus sincère pour la part que mon très cher fils prend à mon indisposition; ce qui m’est non seulement une grande consolation, mais aussi un vrai cordial. J’espère de pouvoir bientôt écrire moi-même et de témoigner alors la tendresse et l’attachement avec lesquels je suis.
Signée de la main de S.A. Monsieur mon tres cheri Fils, de Votre Altesse votre très dévouée et très tèndre grand-mère
In een eerdere blogpost schreven we al over het wereldwijde correspondentienetwerk van Maria Louise van Hessen-Kassel, maar in dit blog willen we graag inzoomen op de correspondentie die zij onderhield met haar zoon, de latere stadhouder Willem IV. Hoewel Maria Louise’s standplaats heel lang stabiel Leeuwarden was, schreef Willem zijn moeder brieven uit plaatsen in heel het land en zelfs daarbuiten!
Portret van stadhouder Willem IV, schilder onbekend, via: Wikipedia.org
Zijn eerste brief aan zijn moeder schreef Willem in augustus 1719. Hij was toen bijna 8 jaar oud. Hij schrijft de brief vanuit Paleis Soestdijk aan zijn moeder, die in Leeuwarden woonde. In zijn brief schrijft hij dat hij zich verheugt op haar komst en dat hij hoopt dat het goed met haar gaat. Het is een korte en formele, maar desondanks lieve brief van haar jonge zoon.
Brief van Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), via: https://bit.ly/36C327d
In de jaren daarna volgt er sporadisch een brief, dit komt ook omdat Willem nog jong was en bij zijn moeder woonde. Pas vanaf 1726 en weer later in 1728 begon Willem veel brieven aan haar te schrijven. Dit zijn dan ook de jaren wanneer hij in Franeker (1726) en Utrecht (1728) ging studeren. Later spendeerde hij veel tijd in Dieren, aan het Hof te Dieren, een jachtslot in handen van de Oranjes.
Hof te Dieren, schilder onbekend, bron: wikipedia.org
In 1733 reisde Willem IV naar Engeland voor zijn huwelijk met Anna van Hannover. Doordat hij zich snel na zijn aankomst onwel voelde, werd het huwelijk een paar maanden uitgesteld. In het voorjaar van 1734 is Willem voldoende hersteld om het huwelijk te laten plaatsvinden. Gedurende die tijd schrijft hij zijn moeder veel over zijn gezondheid vanuit Bath, waar hij zijn kuren onderging, en Kensington Palace, waar zijn aanstaande bruid Anna van Hannover resideerde. Zijn gezondheid, die altijd al zwak was geweest door een val die hij in zijn jeugd had gemaakt, baarde zijn moeder Maria Louise altijd zorgen. Als enige zoon uit het huwelijk met Johan Willem Friso was hij de enige mogelijkheid was voor het voortzetten van het huis Oranje-Nassau.
Reizen van Willem IV aan de hand van de brieven aan zijn moeder, via NodeGoat
Hierboven hebben we in beeld gebracht waar Willem zoal zijn brieven aan zijn moeder Maria Louise schreef. De rode cirkel is Leeuwarden, waar Maria Louise gedurende deze periode woonde. De meeste brieven schreef hij vanuit Den Haag, hier was Willem vanwege de politiek het vaakst en hij woonde er vanaf 1747. Toch is het interessant om te zien op hoeveel verschillende plaatsen de stadhouder was door de jaren heen. In het filmpje hieronder is precies te zien in welk jaar hij op welke locatie was.
Brief van Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag) via: https://bit.ly/3qtHmSr
Na de huwelijkssluiting verhuisden Willem en Anna naar het stadhouderlijk hof in Leeuwarden, maar Willem was daarna vaak op veldtocht met het leger. Hij schrijft vanuit verschillende Nederlandse en Duitse steden, maar komt ook in België en af en toe zelfs in Frankrijk. Uiteindelijk spendeerde Willem de meeste tijd in Den Haag, waar hij vaak voor politieke zaken moest zijn. Al helemaal vanaf 1747, wanneer hij officieel erfstadhouder werd van de gehele Republiek. Helaas kon hij deze functie maar korte tijd vervullen. In oktober 1751 kwam de stadhouder te overlijden. In zijn laatste brief aan Maria Louise schrijft hij over het slechte weer en de mogelijkheden wanneer hij weer naar Friesland zou kunnen komen. Hij hoopte in het voorjaar een toer door Friesland te kunnen maken en dan ook zijn moeder weer te kunnen zien. Inmiddels weten we dat hij deze toer nooit heeft kunnen maken. Hij schrijft namelijk ook over zijn verkoudheid, waarvan hij hoopt dat hij er snel van geneest. Helaas was dit niet het geval, want Willem zou slechts zes dagen na het versturen van deze brief overlijden. De erfstadhouder werd opgevolgd door zijn dan drie jaar oude zoon, de latere stadhouder Willem V. Anna van Hannover nam de landszaken waar tot haar dood in 1759; Friesland benoemde haar schoonmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, die de functie van regentes uitoefende tot haar dood in 1765.
Omdat de ruim 1100 brieven van Willem aan zijn moeder allemaal eigenhandig geschreven zijn, lenen deze zich bij uitstek voor automatische transcriptie met behulp van de software-tool Transkribus. Hoe we dat hebben gedaan en wat de resultaten waren, zal in een volgende blogpost worden behandeld.
Madame, Je suis dans l’impatience d’aprendre l’arrivée de Votre Altesse à Buren, que je souhaitte de tout mon cœur qui soit heureuse. Je la suplie très humblement de m’en faire avoir des nouvelles, y prenant tout l’intérêt que je dois. Je fais mille vœux pour sa conservation et pour son heureux retour. Je me porte fort bien, et suis avec un profond respect. Madame De Votre Altesse Sérénissime, Très humble et très Obéissant Serviteur et Fils, G.C.H.Fr. Pr. D’Orange Soesdijk ce 22 Aout 1719
Laatste brief van Willem IV aan Maria Louise: https://bit.ly/3qtHmSr La Haie, ce 16 d’8bre 1751 Madame ma très chère mère, J’ai pris avec bien du plaisir par celle que j’ai eu l’honneur de recevoir de Votre Altesse Sérénissime par la dernière poste qu’elle se portoit si bien qu’elle comptait, même d’aller diner à Marienburg. Je souhaite fort qu’à la fin le mauvais temps et les pluies nous laissent encore jouir de quelque beau jours d’automne. Je voudrais même pouvoir me flater que les chemins puisent se raccommoder et qu’ainsi nous eusions l’avantage de voir V:A:S:, soit à Loo, soit en Frise, mais je ne prévois que trop que la saison est déjà trop avancée pour cela, et que nous n’osons espérer de voir V:A:S: ici. Nous serions pourtant peut-être allé à Loo pour nous rapprocher d’elle, et régler à sa commodité l’entrevue, mais les nouvelles confirmée que les petites véroles & même pas de la meilleure sorte ij régnoit, vous en retient, joint à cela que je ne puis après cinq semaines d’absence, ni m’absenter de nouveau pour longtemps, et même avec tout ce que je trouve à faire ici en partir de cette assemblée, sans parler du projet de la réduction des troupes, tout cela me fait à regret conclure qu’il faudra remettre malgré moi le bonheur de rejoindre Votre Altesse Sérénissime, et de lui montrer les enfants jusqu’au printems prochain, et avoir pour vous en dédommager deux foi cet avantage l’année prochaine. Je souhaiterais si je le puis ainsi effectuer si je vis et s’il plait à Dieu tacher de faire un tour en Frise au mois de mars en famille et y rester quelques semaines, & nous pourrions après cela dans l’été avoir le bonheur de posséder V:A:S:, soit ici ou à Loo, celon qu’elle l’aimeroit le mieux. La Princesse assure V:A:S: de ses amitiés, Caroline & Guillaume de leurs devoirs. Ils se portent tous, grâces à Dieu, à merveilles, mon Rhume est presque passé, mais c’est moins un rhume qu’une fluxion, ou humeur prise par quelque froid, et je crois même encore un jour à Aix aux je suives [ ?] du moins quand je ne sers pas la fête embarrassée, cela se jette à la gorge, et quand cella là est libre la fête est prise. Mais j’espère en être quitte dans peu, d’ailleurs j’ai tout lieu de rendre, grâces à Dieu, du succès de ma cure, & mon sommeil et meilleur que depuis longtemps. J’ai l’honneur d’être avec le plus sincère & le plus respectueux attachement, de Votre Altesse Sérénissime le très humble très obéissant serviteur & fils Prince D’Orange & Nassau
Anna van Hannover werd geboren als dochter van Georg August van Hannover (1683-1760), hertog van Brunswijk-Lüneburg en vanaf 1727 als George II koning van Groot-Brittannië en Ierland, en Carolina, markgravin van Brandenburg-Anspach (1683-1737). Toen haar vader de Britse troon besteeg in 1727, mocht Anna de titel van Princess Royal voeren. De onderhandelingen over haar huwelijk waren toen al enige jaren aan de gang.
Portret Anna van Hannover, Johann Valentin Tischbein, 1753, Rijksmuseum: SK-A-406 via: https://bit.ly/36dOYAK
Anne was al ruim de twintig gepasseerd, en met vier jongere zussen had haar huwelijk prioriteit. Als oudste kind moest ze de eerste zijn die trouwde en ook nog eens met een betere partner dan haar jongere zussen. De vereniging van Engeland en Hannover in 1714 had echter een dynastiek probleem veroorzaakt: de kleine Duitse prinselijke families die de echtgenoot voor de dochter van een keurvorst zouden kunnen leveren, waren te onbeduidend voor de Princess Royal van Engeland. Er waren maar weinig andere opties. Hoewel de toekomstige Franse koning Lodewijk XV (1710-1774) in eerste instantie nog werd overwogen als huwelijkskandidaat, viel deze al snel af, evenals de koningshuizen van Spanje en Italië. Dit was voornamelijk uit angst dat hun religieuze verschillen problemen zouden kunnen veroorzaken. (1)
Pas in 1732 werd er serieus over Willem IV van Oranje-Nassau als huwelijkskandidaat voor Anna gedacht. Dit was omdat de erfeniskwestie van de in 1702 overleden koning-stadhouder Willem III inmiddels was afgerond en de Friese stadhouders nu ook officieel de prinselijke Oranje-titel mochten voeren. Daarmee werd het verschil in stand tussen Anna en Willem aanzienlijk verminderd. (2)
Huwelijk van Willem IV met prinses Anna, J. Rigaud naar ontw. William Kent. Rijksmuseum, Amsterdam.
Al twee keer eerder in de zeventiende eeuw waren Engelse prinsessen in het Huis van Oranje getrouwd en een Nederlandse alliantie leek nu de enige mogelijkheid voor Anna, maar toch waren er voor haar ook nadelen. Willems titel kon niet langer in verband worden gebracht met zijn macht. (2) In 1702, toen koning-stadhouder Willem III overleed, verbraken de meeste Nederlandse provincies hun banden met de familie door geen opvolger als stadhouder aan te wijzen: het ‘Tweede Stadhouderloze Tijdperk’. Daarnaast was het uiterlijk van de jonge prins aangetast. Door een val uit zijn jeugd had Willem een vergroeide rug, maar Anna was overtuigd dat ze met hem wilde trouwen, ‘zelfs als hij een baviaan was’. (3) Haar voornaamste reden hiervoor was dat ze niet alleen wilde eindigen aan het hof van haar vader en broer, met wie ze het beide niet goed kon opschieten. De Nederlandse prins was nagenoeg de enige overgebleven kandidaat als protestantse huwelijkspartner, aangezien de lagere Duitse adel geen geschikte optie was voor een huwelijk met een Engelse prinses. In 1733 werd het huwelijk na jarenlange onderhandelingen uiteindelijk door beide partijen goedgekeurd. Na dit heugelijke nieuws schreef Willem zijn toekomstige bruid een liefdevolle brief:
Brief van Willem IV aan Anna van Hannover, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A30-430a via: https://bit.ly/33oGAMG
Het huwelijk stond gepland voor het najaar van 1733, maar bij aankomst in Engeland werd Willem IV, die altijd al een zwakke gezondheid had gehad, ziek, waardoor de ceremonie moest worden uitgesteld. In maart 1734 was hij voldoende hersteld om de bruiloft te laten plaatsvinden. Toen het stel na hun huwelijk en huwelijksreis in de Republiek aankwam, wachtte hen geen warm onthaal. De regenten waren niet enthousiast over zijn huwelijk met een Engelse prinses, omdat Engeland de grootste handelsconcurrent was. Bovendien zou deze verbintenis het prestige van het stadhouderschap vergroten en het Nederlandse volk mogelijk opwarmen voor een eventuele terugkeer van de stadhouder.
Gerard van Swieten zoals afgebeeld op het Kaiserbild in het Naturhistorisches Museum te Wenen, bron: wikipedia.org
Uit het huwelijk kwamen vijf kinderen, van wie er drie kort na de geboorte stierven. In 1743 kwam in Leeuwarden Carolina Wilhelmina ter wereld en zij werd in 1747 gevolgd door een zoon, de latere stadhouder Willem V. In maart 1745 schrijft Willem in een brief aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel over zijn zorgen over de zwangere Anna die veel bloedverlies heeft. Omdat men vreesde voor een miskraam, werd Gerard van Swieten, de latere lijfarts van Maria Theresia van Oostenrijk, geconsulteerd.
Pagina uit brief van Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-010 via: https://bit.ly/3mgsDIbDetail van een brief van Willem IV aan zijn echtgenote Anna van Hannover, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A30-430a via: https://bit.ly/3mesKE2
Hoewel het in eerste instantie geen verbinding was die uit liefde was ontstaan, pakte het huwelijk goed uit. Er bloeide genegenheid tussen de twee, die elkaar in hun brieven liefkozend Anin en Pepin noemden. Willems vroege dood in 1751 was dan ook moeilijk voor Anna. Naar het schijnt bleef ze zelfs na de begrafenis nog een paar nachten slapen op de treden van het podium waar haar echtgenoot lag opgebaard. (4) In de onderstaande brief condoleert haar vader koning George II haar met het verlies van haar echtgenoot.
Portret Koning George II van Groot-Brittannië, Thomas Hudson, circa 1744, National Portrait Gallery, via: Wikipedia.org
Brief van koning George II van Groot-Brittannië aan zijn dochter Anna van Hannover, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A30-430c via: https://bit.ly/3m85EPs
La liberté que je prends d’assurer Votre Altesse Roiale de mes respects par ses lignes sans lui en avoir préalablement fait demender la permission, me fera peut-être passer pour trop téméraire dans son esprit, mais j’ai plutôt voulu encourir ce blâme, que de pêcher du coté l’empressement. D’ailleurs, Madame, je l’avoue ce ne serait pas sans me faire une extrême violence que je garderois le silence, que ce même empressement que les sentiments dont mon cœur est rempli et pénétré pour Votre Alt. Roiale fassent mon apologie, et serve d’excuse à mon trop de hardiesse. Leurs Majestez m’ont fait la grâce de me nommer pour avoir le bonheur de devenir votre époux, puis je me flatter, Madame, que ce choix ne vous déplaît pas entièrement, et que V.A.R. voudra bien augmenter ma joie par son aveu. Je sçai bien que je suis infiniment au-dessous du bonheur qui m’attend, mais rien ne me sera difficile et je ne négligerai rien pour le mériter, c’est à me rendre digne de vous que j’emploierai tout ma vie et tout mes efforts. C’est à la possession de votre cœur, Madame, que j’aspire, c’est là que je fixe tout mon bonheur, je m’estimerai le plus heureux des mortels quand je l’aurai obtenu. Les mommens me paraîtront des siècles jusqu’à ce que j’aie le bonheur de vous le demander à vos pieds et de vous y témoigner par mes assiduité combien je vous aime. Ce mot m’est échappé, pardonné-le Madame. Pardonné aussi la longueur de ma lettre, le bonheur que j’ai de vous écrire, et la douce satisfaction que j’exressens et telle que ce n’est qu’avec peine que je finis, en assurant V.A.R. que je serai jusqu’au dernier soupir de ma vie avec tout l’attachement le zèle et le respect possible,
de Votre Altesse Roiale, le très humble et très obéissant serviteur G.C.H.F. Prince D’Orange À La Haie, ce 26 mai 1733
Transcriptie derde bladzijde brief Willem IV aan Maria Louise van Hessen-Kassel: https://bit.ly/3mgsDIb […] Heureusement la Mehlbaum est arrivé de Cassel dimanche & elle et moi avons persuadé la Princesse de voir et de parler à une sagefemme, qui n’assure pas que la fausse couche se fera, mais ne peut pas dire aussi qu’elle n’aura point lieu. Ce qu’il y a de singulier, c’est que la perte de sang diminué un peu hier & aujourd’ui a été assez forte les deux jours précédents, et quelle ne sent cependant aucune douleur. Le fameux Van Swieten, qui es le second Boerhaeven, ne sçavoit vendredi qu’en augurer. Nous attendrons le neuvième jour pour consulter ultérieurement, et j’espère en Dieu que quoiqu’il arrive la santé de la Princesse n’en sera pas exposée ni altérée. […]
Transcriptie George II aan Anna van Hannover: Kensington 17/28 oct. 1751
Vous ne doutés pas, ma chère fille, de la part très sincère que je prends à votre juste affliction. Mais quelque grande qu’elle soit, j’espère que la situation de votre famille, le bien public, et votre intérêt propre vous feront faire des efforts pour la surmonter, et pour conserver votre santé qui m’intéresse très particulièrement. Le l. d’Holdernesse, qui vous rendra cette lettre, vous donnera toutes les assurances de ma tendresse, et des efforts que je ferai pour vous soutenir. Aimés-moy toujours, ma chère Anne, et soyez persuadée que vous trouverez toujours en moy un père qui vous chérit tendrement,
George R.
Bronvermelding: (1): Veronica Baker-Smith, in red. Clarissa Campbell Orr: Queenship in Britain: Royal Patronage, Court Culture and Dynastic Politics (Bath 2002), 193-206, aldaar 193. (2) Frans Willem Lantink, Anna van Hannover, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. 30 januari 2014, via: https://bit.ly/3lbBjhJ (3): John van der Kiste, George II and Queen Caroline (Gloucestershire 1997) (4): Trudie Rosa Carvalho, De Trouwjapon van prinses Anna van Hannover, 30 maart 2018, via: https://bit.ly/39iRfwn
Maria Louise schreef vaak met haar familieleden die door heel Europa woonden. Ze schreef echter ook veel met haar (klein)kinderen in Den Haag. Zo hebben we al eens eerder geschreven over de brieven die Willem IV als kind aan zijn moeder schreef, maar ook haar kleinkinderen zijn terug te vinden in de correspondenties. Hieronder is de eerste brief die haar kleinzoon, de toekomstige stadhouder Willem V, op bijna vijfjarige leeftijd eigenhandig aan zijn oma Maria Louise van Hessen-Kassel schreef:
Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/35ILqWG
Transcriptie: Grot mama, ick daenkie vor dat ghi min ennen brief heft gescreven hept. Prins van Orange Willem [C.D’Orange]
Portret van de jonge Willem V, omstreeks 1750, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org
Willem V werd in Den Haag geboren als zoon van Anna van Hannover en erfstadhouder Willem IV. In 1751, toen Willem V pas drie jaar oud was, overleed zijn vader Willem IV. Hij werd hierna opgevoed door zijn moeder Anna, maar ook zij zou komen te overlijden in 1759. Zijn oma, de ruim 70-jarige Maria Louise van Hessen-Kassel, nam het regentschap, ondanks haar zwakke gezondheid, over van haar schoondochter Anna van Hannover. Dit was al in 1755 bepaald. Marie Louise en de Engelse koning George II zouden als toeziende voogden optreden totdat Willem V in 1766 de achttienjarige leeftijd zou bereiken. Praktisch gezien zou de voogdij in handen liggen van de hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel (1718-1788), die al gedurende de jaren dat Anna gouvernante was de militaire ambten die verbonden waren aan het erfstadhouderschap had waargenomen. Door middel van een regelmatige briefwisseling bleven Maria Louise en de hertog in contact. (1)
Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel, ongeïdentificeerde schilder, bron: wikipedia.org
Vanaf 1762 begon Willem zijn grootmoeder regelmatig te schrijven. In totaal zijn er 90 brieven uit de correspondentie met haar kleinzoon bewaard gebleven. Het ging hierbij het vaak om formele brieven, waarin hij hoopte dat het goed ging met zijn oma en hij haar bijvoorbeeld een gelukkig nieuwjaar of een fijne verjaardag wenste, zoals hieronder:
Brief van Willem V aan zijn grootmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kJB9xW
Transcriptie: Ma tres chère Grand-mère, j’espère que vous vous portiés bien toujours, & je vous félicite sur votre jour de naisance. Ma tres chère Grandmère, votre tres cher petit-fils & votre très humble & obéissant serviteur
À La Haje, ce 18 février Prince d’Orange
Portret van Maria Louise, prinses van Oranje-Nassau, Jacob Houbraken, naar Hendrik Pothoven, naar Bernardus Accama (I), 1751,Rijksmuseum via: https://bit.ly/35INFJA
In latere jaren bleef deze toon min of meer gelijk, al werden de brieven wel iets gedetailleerder. Zo vroeg Willem zijn grootmoeder wanneer ze richting Den Haag zou komen, informeerde hij haar over zijn eigen reizen en familienieuws en hij vroeg vaak naar haar gezondheid. In de correspondentie lezen we ook de antwoorden van Maria Louise. Op haar beurt hield Maria Louise zich op afstand bezig met de opvoeding van haar kleinkinderen en vertelde ze Willem over haar gezondheid. De briefwisseling met haar kleinkinderen, maar ook met andere familieleden en haar medewerkers, was er in de loop der jaren niet makkelijker op geworden voor Maria Louise. In de onderstaande brief verontschuldigt zij zich tegenover haar kleinzoon, omdat ze hem niet eerder kon schreven vanwege ziekte. Ze is alleen in staat om de brief te ondertekenen, maar ze belooft de volgende keer weer zelf te schrijven.
Brief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan haar kleinzoon Willem V, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-14 via: https://bit.ly/3kM8Rmf
Transcriptie: Monsieur mon très cher fils, Je m’étois flatteé que je serois aujourd’hui en état de m’aquiter de mon plus doux devoir en répondant a Votre Altesse par une lettre de ma main. Mais ma foiblesse me refusant encore ce plaisir, il m’est impossible de différer plus longtems mes rémercimens les plus sincère pour la part que mon très cher fils prend à mon indisposition; ce qui m’est non seulement une grande consolation, mais aussi un vrai cordial. J’espère de pouvoir bientôt écrire moi-même et de témoigner alors la tendresse et l’attachement avec lesquels je suis.
Signée de la main de S.A. Monsieur mon tres cheri Fils, de Votre Altesse votre très dévouée et très tèndre grand-mère
Haar zwakke gezondheid eiste veel van haar, maar desondanks bleef ze in de laatste jaren van haar leven veel corresponderen met haar kleinkinderen en met de hertog van Brunswijk. Op de zaterdag voor Pasen in 1765 had ze die morgen nog eigenhandig de brieven getekend die moesten worden verzonden, maar vlak hierna werd ze erg benauwd en kreeg ze te maken met koortsaanvallen. De koorts hield twee etmalen aan en uiteindelijk overleed ze die dinsdag, op 9 april 1765 op 77-jarige leeftijd in Leeuwarden.
(1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 33.
Zoals we al eerder schreven in de blogpost over Maria Louise van Hessen-Kassels broer Wilhelm VIII, correspondeerde zij gedurende haar tijd in Leeuwarden veel met haar Duitse familie. Oorspronkelijk kwam zij uit Hessen, waar haar familie regeerde over het landgraafschap Hessen-Kassel. Zo schreef ze veel met haar broers en zussen in Kassel, maar door de vele adellijke huwelijken had ze door heel Duitsland (en zelfs in Zweden en Denemarken) familie wonen.
Wij waren benieuwd hoe het totale plaatje van Maria Louises correspondentie eruitzag. Met wie correspondeerde ze nog meer, behalve met haar familie? Waarom en waarover schreven ze zoal? Die vragen kunnen we pas echt beantwoorden wanneer de digitalisering van haar correspondentie afgerond zal zijn, pas dan kan onderzoek worden gedaan op briefniveau. Wel kunnen we al een uitspraak doen over de categorieën van correspondenten en de plaatsen waarvandaan zij hun brieven schreven. Daarom hebben we het correspondentienetwerk van Marie-Louise in kaart gebracht met behulp van Nodegoat. (1)
Portret van Maria Louise van Hessen-Kassel, door Johann Philip Behr, circa 1756, Rijksmuseum Amsterdam
Maria Louises correspondentienetwerk was enorm groot! Haar volledige briefwisseling is eerder geïnventariseerd door medewerkers van Koninklijke Verzamelingen in Den Haag en Tresoar in Leeuwarden. (2) In totaal onderhield zij zo’n 300 correspondenties met onder meer haar familie in Duitsland, belangrijke politieke figuren in Leeuwarden, Den Haag en Amsterdam en vaak ook met predikanten. Maria Louise had van haar moeder geleerd zo godvruchtig mogelijk te leven. Haar geloof was haar houvast en daarom schreef ze veel met predikanten over het geloof. Daarnaast waren er ook ‘reguliere’ burgers die haar schreven met specifieke verzoeken, bijvoorbeeld voor aanbevelingen van hun zoon of dochter voor een functie.
Conceptbrief van Maria Louise van Hessen-Kassel aan Charles Emilius Henri de Cheusses, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag) A28-190, via: https://bit.ly/3eQs7Oa
Vogels uit Suriname Toch reikte Marie-Louises correspondentie verder dan alleen de Nederlandse Republiek of Europa. Ze stuurde ook brieven naar Java en ze voerde een briefwisseling met de toenmalige gouverneur-generaal van Suriname, Charles Emilius Henri de Cheusses (1702-1734). De gouverneur-generaal had haar vogels gestuurd, te weten twee ‘pauwise’ twee ‘phesans de la coste de Guinée’ en een zeldzame ‘cojakkie’. De ‘pauwise’ betrof een powisi wat waarschijnlijk de zwarte hokko is, de ‘phesan de la coste de Guinée’ was vermoedelijk een hoatzin of stinkvogel, en de ‘cojakkie’ zal waarschijnlijk een roodsnaveltoekan zijn geweest. Marie-Louise schreef hem een bedankbrief, waarin zij helaas ook moest melden dat alleen de twee powisi’s de reis hadden overleefd.
De afbeelding hieronder brengt haar volledige correspondentie in kaart met daaronder nog een ingezoomde afbeelding van specifiek Europa. Een belangrijke noot is dat het bij deze kaarten slechts gaat om individuele personen, hierbij wordt dus niet gekeken hoe vaak zij met deze personen correspondeerde. Zo zal ze veel meer met haar zoon stadhouder Willem IV hebben gecorrespondeerd dan met een adellijke heer die eenmalig een verzoek had aan Maria Louise, maar dat laten deze kaarten niet zien. De visualisatie is gebaseerd op de woonplaatsen van de correspondenten. Zij zullen echter ook vanuit andere plaatsen aan Maria Louise hebben geschreven. Die gegevens kunnen pas worden verwerkt als de metadata van de individuele brieven zijn ingevoerd.
De focus van Maria Louises correspondenties lag natuurlijk voornamelijk op de Nederlandse Republiek – en daarbinnen voornamelijk Friesland – en de omliggende gebieden waar veel familie van Maria Louise woonde. Ze had veel contact met politieke figuren uit verschillende Friese steden, maar ze had ook veel relaties in Amsterdam en Den Haag die haar op de hoogte hielden van de laatste politieke ontwikkelingen. Als laatste valt Londen op. Daar had ze contact met koning George II van Groot-Brittannië en zijn familie. Dit betrof vooral de huwelijksonderhandelingen over het aanstaande huwelijk tussen haar zoon, de latere stadhouder Willem IV, en de dochter van de Britse koning Anna van Hannover.
Ingezoomde kaart met daarop de verzendplaatsen uit Nederland en Duitsland. Voor de leesbaarheid zijn hier de lijnen weggehaald, zodat de steden beter zichtbaar zijn.
(1) Deze visualisaties zijn mogelijk gemaakt met behulp van nodegoat: Bree, P. van, Kessels, G., (2013). nodegoat: a web-based data management, network analysis & visualisation environment, https://nodegoat.net from LAB1100, https://lab1100.com (2) Arie Pieter van Nienes en Marijke Bruggeman, Archieven van de Friese Stadhouders: inventarissen van de archieven van de Friese Stadhouders van Willem Lodewijk tot en met Willem V, 1584-1795 (Hilversum 2003), 295-335. (3) Met dank aan Frank Kanhai.
Transcriptie brief van Maria Louise aan de gouverneur-generaal van Suriname: À monsieur de Cheusses à Suriname Monsieur, J’ai bien reçu vôtre lettre du 3e d’avril dernier et quelque jours après les deux ‘pauwise’ que le capitaine Jean Lambreghse Hogendorp m’a envoyé, mais par raport aux autres oiseaux le dit capitaine a dit qu’ils étaient morts en chemin. Je vous suis bien obligée, monsieur, de la peine que vous avez prise. J’ai vu par là vôtre intention à me faire plaisir; je vous prie d’être persuadé de ma bienveillance envers vous; et je tâcherai dans toutes les occasions de vous rendre quelque service, et de vous témoigner combien je suis avec beaucoup d’estime,
Maria Henrietta (Mary) Stuart (1631-1660) schrijft in de eerste jaren van haar verblijf aan het Haagse Hof vaak aan haar hofdame Katherine Stanhope. Deze brief van Mary Stuart is een van de bijna vierduizend brieven uit de online brievencatalogus van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhoudersvrouwen. De veertienjarige Mary Stuart schrijft Lady Stanhope over een jurk die zij via mademoiselle La Garde, een andere hofdame, in Frankrijk wil bestellen. Verder spreekt er eenzaamheid uit haar brief. Verontwaardigd schrijft ze dat haar schoonouders haar alleen hebben achtergelaten en dat ze ernaar uitziet Lady Stanhope weer terug te zien:
For the Lady Stanhope My deare Lady, Before I came from The Hage I hed at mind to send for a goune into France and now I send you the letter I have wret to Lagard about it to pray you to send my mesure with it end if there bee anything els that is nessesere that I have not sent for I pray you to writ for it and pray send this letter as soone as you can. I pass my time well anouf heer, butt I confesse I touk it very onkindly that the prince and princesse of Orange were abrod la[st] sonday and left me all alone at home. My deare lady I should bee very glade to see you againe, meenewhyle assure yourselfe that I am and evere shall bee, your most faithfull and loving freand, Marie 16 avril 1646 (1)
De brief aan Lady Stanhope staat symbool voor de boodschap achter de publicatie van álle brieven van Mary Stuart: aan de ene kan zien we hier een persoonlijk briefje van een eenzaam meisje, maar aan de andere kant markeert deze brief het begin van een belangrijke dynastieke Stuart-Oranje relatie. Ook betekent het de start van een lange correspondentie die Mary Stuart zou voeren, eerst als echtgenote van de Hollandse stadhouder Willem II (1626-1650) en later als zijn weduwe en moeder van de toekomstige stadhouder-koning Willem III (1650-1702).
Correspondentie van de stadhoudersvrouwen Gendervooroordelen hebben vrouwen lang uit de geschiedschrijving gehouden. Brieven van vrouwen werden vaak genegeerd of zelfs vernietigd. En hoewel vrouwen lang zijn weerhouden van het uitoefenen van directe politieke macht, zochten ze actief naar andere middelen om hun invloed uit te oefenen; een belangrijk middel daarbij was het voeren van correspondenties. Al in 1998 pleitte historica Els Kloek voor meer onderzoek naar de prinsessen van Oranje. Tot nu toe zijn onafhankelijke onderzoeken naar de echtgenotes van de Hollandse en Friese leiders en hun kringen echter zeldzaam, omdat hun correspondentie nooit volledig is uitgegeven. De opkomst van vrouwengeschiedenis als vakgebied heeft nu ook zijn uitwerking op de groeiende belangstelling voor vrouwencorrespondenties.
In samenwerking met Koninklijke Verzamelingen Den Haag, waar de meeste brieven van de stadhoudersvrouwen worden bewaard, hebben het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) en Oxford University’s Cultures of Knowledge de correspondenties van de echtgenotes van de zes zeventiende-eeuwse Hollandse en Friese stadhouders gedigitaliseerd en ontsloten via de catalogi van Early Modern Letters Online (afgekort: EMLO). Kleinere porties brieven zijn opgespoord in de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief, Landeshauptarchiv Sachsen-Anhalt en de Bodleian Libraries. Intussen wordt nog gewerkt aan de toevoeging van de correspondenties van de zestiende- en achttiende-eeuwse stadhoudersvrouwen.
De collectie van de Stadhoudersvrouwen is overkoepelend doorzoekbaar of individueel per vrouw. De bestudering van deze brieven zal het bestaande beeld van deze stadhoudersvrouwen gaan veranderen: vanaf nu kunnen we niet alleen kennisnemen van de inhoud van hun brieven, maar ook hun netwerken in beeld gaan brengen.
De correspondentie van Mary Stuart I maakt deel uit van deze online catalogus en beslaat momenteel 353 brieven. Hoewel Mary haar meeste brieven schreef nadat zij weduwe was geworden, richt dit artikel zich op twee brieven die Mary schreef in de periode daaraan voorafgaand.
Willem II en zijn bruid Maria Stuart, Anthony van Dyck, 1641. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.
Een vorstelijk huwelijk Op 4 november 1631 kwam Mary ter wereld als het tweede kind van de Engelse koning Karel I en diens echtgenote Henriette Maria. Haar eerste levensjaren bracht ze tamelijk onbezorgd door met haar broers Karel, James, Henry en zusjes Elizabeth en Anne. De sterke band die toen met haar broers ontstond, zou Mary haar hele leven koesteren.
Nadat stadhouder Frederik Hendrik en zijn echtgenote Amalia von Solms eerder al een vergeefse poging hadden gewaagd hun zoon prins Willem uit te huwelijken aan Karel Stuarts dochter Elizabeth, kwam de Engelse koning hier begin 1640 op terug. Omdat zijn positie in Engeland in de aanloop naar de Eerste Engelse Burgeroorlog begon te kenteren, kwam hem een alliantie door middel van een huwelijksmatch met een vorst uit een bevriend buurland bij nader inzien goed uit. Nadat Frederik Hendrik en Amalia dit positieve signaal hadden vernomen, stuurden zij een delegatie met de drie hoogste Edelen naar Engeland. De afvaardiging maakte Karel duidelijk dat het stadhouderlijk paar deze keer alleen genoegen nam met een huwelijk van hun zoon met Karels oudste dochter Mary. Haar katholieke moeder Henriette Maria verzette zich hier heftig tegen omdat zij plannen had Mary uit te huwelijken aan de Spaanse koning Filips IV. Ook koning Karel aarzelde, maar de door de Oranjes verzekerde hulp bij mogelijke toekomstige binnenlandse problemen en de toezegging om steun bij de restitutie van de Palts voor zijn zuster Elizabeth Stuart, die in Den Haag in ballingschap verbleef, trokken de Engelse koning over de streep.
Zo reisde de vijftienjarige prins Willem in april 1641 af naar Engeland om op 2 mei in de Royal Chapel van Whitehall in het huwelijk te treden met de negenjarige Mary. Zonder het huwelijk te hebben geconsummeerd, conform de voorwaarden, vertrok de prins weer naar het vasteland. Behalve dat voor Mary een bruidschat van veertigduizend pond zou worden betaald – een bedrag dat uiteindelijk pas in 1679 zou worden uitgekeerd – was ook overeengekomen dat zij de gelegenheid kreeg in de Republiek de godsdienst te kunnen beoefenen volgens de riten van de Anglicaanse Kerk. Verder was er onder meer bedongen dat zij een maximum aantal van 26 mannelijke en 14 vrouwelijke door haar vader uitgekozen Engelse dienaren mee mocht nemen.
Fragment uit de lijst met het gevolg van Mary Stuart. Collectie Koninklijke Verzamelingen, A15-II-8.
In maart 1642 zou Henrietta Maria haar dochter Mary met haar hofhouding in de Republiek bij haar echtgenoot en zijn familie afleveren. Deze gelegenheid combineerde de koningin met een rondreis door de Republiek om steun in de vorm van geld en wapens voor haar echtgenoot te krijgen tegen de Engelse opstandelingen. Zo nu en dan vergezelden Mary en haar kersverse echtgenoot Willem en diens vader Frederik Hendrik koningin Henriette Maria met haar gevolg van meer dan driehonderd dienaren op haar tournee. De meeste tijd verbleef de kleine Mary echter aan het hof van haar schoonmoeder Amalia von Solms in Den Haag.
De Heenvliets Vanaf het moment dat Mary in de Republiek aankwam, begon zij brieven te schrijven. De meeste correspondentie die uit de eerste periode van haar huwelijk dateert, bevindt zich in de collectie van Johan Polyander van den Kerckhoven, in Engelse en Hollandse kringen bekend onder de naam van heer van Heenvliet. Hij was een gunsteling van Frederik Hendrik en had al een belangrijke rol gespeeld in de huwelijksonderhandelingen tussen Mary en prins Willem. Zijn invloedrijke positie bleef gehandhaafd toen Heenvliet aangesteld werd als Mary’s secretaris en hofmeester. Om nog meer controle te hebben, zou Heenvliets tweede echtgenote Lady Katherine Stanhope worden benoemd tot haar gouvernante en eerste hofdame. Het briefje aan het begin van dit artikel is gericht aan deze Lady Stanhope en bevindt zich in Heenvliets collectie. Na de dood van haar echtgenoot Heenvliet verleende koning Karel II haar de titel ‘gravin van Chesterfield’. Zij bleef prinses Mary dienen tot haar overlijden op 24 december 1660.
Heenvliets brieven worden bewaard in de Bodleian Library. De collectie bevat niet alleen brieven van Mary aan Heenvliet en diens echtgenote, maar ook Mary’s correspondentie met haar vader Karel I en haar moeder Henrietta Maria. Verder zijn er brieven van haar broers Karel (de latere koning Karel II), James, hertog van York, Henry, hertog van Gloucester en haar jong gestorven zusje Elizabeth.
Frederik Hendrik en Amalia Met haar schoonvader Frederik Hendrik had Mary een goede band. Er is bekend dat hij een zwak voor haar had. Van Mary aan Frederik Hendrik zijn twaalf brieven bewaard gebleven. De eerste, keurig in het Frans geschreven brief die zij meegaf aan haar kersverse echtgenoot op zijn terugreis naar de Republiek, zal bij de stadhouder goede aarde zal zijn gevallen. De brief is ongedateerd, maar Constantijn Huygens, secretaris van Frederik Hendrik, noteerde linksboven de datum van ontvangst: 25 juni 1641.
Brief van Mary Stuart aan haar schoonvader Frederik Hendrik, 25 juni 1641. Collectie Koninklijke Verzamelingen, A14–XIA, fol. 34.
Met haar schoonmoeder Amalia kon Mary het niet goed vinden. Amalia vertrouwde haar schoondochter niet en die gevoelens waren wederzijds. Mary had meer op met haar tante Elizabeth Stuart, de Winterkoningin. Amalia, die voor haar huwelijk met de stadhouder hofdame van Elizabeth was geweest, ergerde zich mateloos aan het feit dat er nu twee concurrerende Stuart-hoven in Den Haag waren. Toen Amalia’s echtgenoot Frederik Hendrik overleed en haar zoon Willem stadhouder werd en Mary daardoor de titel van prinses van Oranje mocht dragen, bekoelde de relatie tussen moeder en schoondochter nog meer.
Brievenboek Op 6 november 1650 zou stadhouder Willem II plotseling overlijden aan de pokken. Een week later beviel Mary van hun enige kind: toekomstig stadhouder-koning Willem III. De onenigheid tussen Mary en Amalia die hierna volgde over de voogdij van de erfopvolger zou de komende jaren hoog oplopen en de rivaliteit tussen moeder en schoondochter verergeren.
Vrijwel meteen de dood van haar echtgenoot begon Mary zich in te zetten voor de belangen van haar zoon. Dat deed ze vooral door te corresponderen met de vorsten en instellingen waarmee haar man eerder in contact had gestaan. Koninklijke Verzamelingen Den Haag bewaart een brievenboek met 275 brieven die Mary schreef in de periode van 1651 tot en met 1661. Veel van die brieven handelen over de geschillen die zij had met haar schoonmoeder Amalia von Solms over de voogdij en de opvoeding van haar zoon en de belangen die ze voor hem behartigde met betrekking tot het prinsdom van Orange in Frankrijk. Dit brievenboek is gedigitaliseerd en ook online raadpleegbaar via de catalogus van Early Modern Letters Online.
In de Engelse geschiedschrijving werd Mary’s trouw aan haar Engelse familie geroemd. De Nederlandse historiografie heeft Mary Stuart echter altijd een negatieve reputatie toebedeeld, die al door haar tijdgenoten in de Republiek werd gedeeld. Omdat haar correspondentie nu volledig beschikbaar is, kan de lezer daar zelf opnieuw een oordeel over vormen.
> Ineke Huysman
Transcriptie brief Mary Stuart aan Frederik Hendrik: R[eçu] 25 juni 1641
Monsieur mon beau-père,
Puisque monsieur le prince Guillaume vous donnera sette lettre, je me remeteray à luy assurer du désir que j’ay de vous pouvoir faire voir par mes actions l’estime que je fais de vos bonnes grâces et le soing que je aporteray toujours à les conserver comme une chose qui m’est très chère, ce que j[e] vous suplie de croyre, comme estant,
monsieur mon beau-père, vostre très affectionnée et obéïsante fille, Marie
Bronnen (1) Bodleian Library, University of Oxford: MS Rawl. Letters 115, fols 167–169. (2) Dit artikel is eerder verschenen in een uitgave van de Nederlandse Maatschappij der Letteren, zie: Ineke Huysman, ‘Mary I Stuart, Princess Royal en Prinses van Oranje’, Nieuw Letterkundig Magazijn 36 (2018) 10-13.
Ruiterportret Johan Willem Friso, door Joseph Küfner, tweede helft achttiende eeuw, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag).
Johan Willem Friso van Nassau-Dietz werd geboren te Dessau op 4 augustus 1687. Hij was de oudste zoon van de Friese stadhouder Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz en Henriette Amalia van Anhalt-Dessau. De kinderloze Willem III (1650-1702), stadhouder en koning van Groot-Brittannië, werd zijn peetvader. In 1696 stierf Friso’s vader en werd Henriëtte Amalia regentes voor haar minderjarige zoon. In 1702 overleed Willem III, zijn machtige beschermer, en liet hem de titel Prins van Oranje na.
In 1707 werd Friso officieel aangesteld als stadhouder van Friesland en in 1708 van Groningen. De zekerstelling van de toekomst van het huis Oranje vergde dat hij huwde. Het was vooral zijn moeder Henriëtte Amalia die daarop aandrong. Het leven, zeker dat van een jongeman in oorlogstijd, was onzeker en dus diende er zo spoedig mogelijk een stamhouder te komen. (1) Zijn moeder stelde een lijstje op met huwelijkskandidaten, onder wie Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765). In Kassel ontmoette Friso zijn aanstaande bruid prinses Maria Louise. Na de eerste kennismaking zond Friso haar een brief met verzekering van ‘oprechte en waarachtige eerbied’ en dank voor de ‘vriendschap’ die hij hoopte meer en meer te kunnen verwerven. (2) Bij de zakelijke onderhandelingen over het huwelijkscontract bleek niets meer in de weg te staan, waarna de officiële verloving volgde.
Allegorie op intocht van Johan Willem Friso en Maria Louise in Leeuwarden, 1710, Matthijs Pool, naar Arnold Houbraken, 1710, Rijksmuseum, via: https://bit.ly/3elozDw
Op 26 april 1709 werd het huwelijk in Kassel voltrokken, waarna het paar ging wonen op het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Maria Louises echtgenoot was niet veel thuis omdat hij vanwege de Spaanse Successieoorlog vrijwel altijd op het slagveld te vinden was. (3) Dit resulteerde erin dat ze elkaar veel schreven, iets waaraan wij nu informatie kunnen ontlenen. Helaas is kunnen we vanuit de brieven niet zeggen of er echt sprake was van een liefdevol huwelijk, omdat deze brieven vooral bestudeerd moeten worden in de context van de formele gebruiken van de achttiende eeuw. Er werden veelal standaard formele termen gebruikt voor wanneer er intieme gevoelens en relaties onder woorden gebracht moesten worden. (4) Deze gebruiken zijn goed terug te lezen in een van de eerste (bewaard gebleven) brieven die Friso aan Maria Louise stuurde:
Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/3mKm5RS
Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins […]
Eenmaal getrouwd schreef Friso om de acht tot tien dagen een brief aan zijn echtgenote, waarvan er in totaal 135 bewaard zijn. (5) Friso was vaak maanden weg, maar zijn brieven waren altijd kort, tamelijk onpersoonlijk en heel beleefd. In 1710 raakte Maria Louise in verwachting en bracht later datzelfde jaar een gezonde dochter ter wereld, Anna Charlotte Amelia van Nassau-Dietz. Over haar tragische bestaan hebben we een aparte blogpost geschreven.
Gravure van de verdrinkingsdood van prins Johan Willem Friso, door Reinier Vinkeles (1741-1816), via: Museum Het Land van Strijen
Het huwelijk van Friso en Maria Louise was helaas maar van korte duur. Op 9 juli 1711 schrijft Johan Willem Friso een haastige brief aan zijn echtgenote. (6) Daarin meldt hij op het punt te staan naar Den Haag te reizen om daar, door bemiddeling van de Staten-Generaal, eindelijk met zijn Pruisische rivaal tot een schikking over de erfenis van Willem III te komen. Nog geen week later moest aan de hoogzwangere prinses de verdrinkingsdood van de Prins van Oranje op 14 juli 1711 worden gemeld. Friso wilde het Hollandsch Diep oversteken om zo naar Den Haag te kunnen. Het weer was goed, maar onweer leek op komst. De prins nam plaats in een klein vissersvaartuig waarop zijn koets verscheept stond. Toen de boot bijna de overkant bij Strijensas had bereikt, was het noodweer uitgebleven. De prins was inmiddels uit zijn koets gekomen. De schipper moest enkel nog de zeilen wenden en daarna konden ze aan land gaan. De zeilen werkten alleen niet goed en plots kwam er een flinke windvlaag, die het zeil vulde en de boot deed hellen. Alle opvarenden vielen overboord. Eén persoon (Onno Boldewijn du Tour) wist zich aan de deur van de koets vast te klemmen. Prins Johan Willem Friso klemde zich weer aan hem vast, maar kon hem niet vasthouden toen een golf hem meesleurde. De schipper probeerde nog een reddingsactie op touw te zetten, maar dit bleek tevergeefs: de jonge prins verdronk, evenals zijn kamerheer. De overige opvarenden konden wel worden gered. Pas acht dagen na het ongeluk zag een schipper het lijk van de prins drijven, op ongeveer de plaats van het ongeluk nabij Strijensas. (7)
Maria Louise was al in diepe rouw, want een aantal weken eerder was haar moeder Maria Amalia overleden. De stadhouder had zijn vrouw daarover zelfs nog een brief geschreven, om haar te troosten. De brief dateert van 29 juni 1711. (8) Hij zegt daarin dat hij hoopt dat de dood van haar moeder geen slechte invloed heeft op haar gezondheid. Met bijna vooruitziende blik vervolgt hij: ‘qu’il n’y point de remède contre la mort et qu’il faut ce soumettre à la volonté de notre Seigneur en tout’. Er is geen middel tegen de dood en men moet zich onderwerpen aan Gods wil.
Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/324DjSl
Zijn laatste brief, geschreven op 9 juli, kwam pas aan toen Maria Louise het bericht al had ontvangen dat Friso verdronken was. (6) In de brief schrijft hij dat hij naar Den Haag moet gaan, en hij verzoekt haar dringend niet die kant op te gaan. Hij zal zelf naar Leeuwarden komen. Zeven weken na de dood van Friso, op 1 september 1711, bracht Maria Louise hun tweede kind ter wereld: een zoon, de latere stadhouder Willem IV. Daarmee was de dynastie veilig gesteld.
Bronnen: (1) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 19. (2) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 20. (3) De Spaanse Successieoorlog (1701-1713) was een Europees conflict over de opvolging van de Spaanse troon. Zowel de Franse koning Lodewijk XIV als de Habsburgse koning Leopold maakten er aanspraak op. De Nederlandse Republiek vocht samen met Engeland aan de Habsburgse zijde tegen de Franse coalitie. Toen duidelijk werd dat Frankrijk zich zou overgeven en Spanje af zou staan, volgde de vredesonderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de Vrede van Utrecht (1713) de Vrede van Rastatt (1714) en de Vrede van Baden (1715). De personele unie tussen Frankrijk en Spanje werd voorkomen door een andere troonopvolger aan te wijzen en op deze manier werd er voor het eerst geprobeerd een machtsevenwicht in Europa te bewerkstelligen. (4) G.J. Schutte, Oranje in de achttiende eeuw (Amsterdam 1999), 21. (5) Archief Maria Louise, A28-005, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag) (6) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/3eiZzNd (7) Wikipedia, Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, URL: https://bit.ly/35U5m7T Geraadpleegd op 2 november 2020. (8) Lees hier de volledige brief: Brief van Johan Willem Friso aan Maria Louise van Hessen-Kassel, Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), A28-005, via: https://bit.ly/324DjSl
Transcriptie: À Loo ce 29me Avril 1708 Madame
Depuis mon retour de hier ici, j’ay cru de me devoir seulement m’aucuper à me souvenir des charmes de Votre Altesse, mais que pour me consoler en quelque fason de me voir séparé de ma chère princesse de luy rendre mes homages par une lettre, et de l’assurer de l’amour tendre que je sens pour elle; bien que je l’ay prié avant mon départ d’en être bien persuadé, et que si je n’avois le dont de me bien exprimé de bouche que le cœur n’en pensoit pas moins, permetté moy don, ma chère princesse, que je vous fasse souvenir de l’amitié que vous m’avez promis avec autent de générosité de me vouloir conservé pendent mon absence, et que je vous puisse assuré que c’est la chause du monde qui tient le plus à cœur. Il faut que je dise à Votre Altesse que tout le monde admire le portrest qu’elle m’a donné, et me félicite en même temps de l’avantage que j’ay de poséder le cœur d’une si belle princesse, le temps me dure déjà que je n’ay plus le plaisir de la voir et de la pouvoir assurer de bouche que je suis avec toute l’ardent possible
Madame De Votre Altesse Le très humble et très obéissant serviteur et très fidèle aman JWF Prince d’Orange et de Nassau
Je prie V.A. d’assurer leurs Altesse de mes très profond respects
Binnenaanzicht van het kuuroord in Aken, Jan Luyken, eind zeventiende eeuw, via: https://bit.ly/3dS08Ny
De gezondheid van stadhouder Willem IV baarde zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel altijd zorgen. Niet alleen was hij als enige zoon uit het huwelijk tussen Maria Louise van Hessen-Kassel en Johan Willem Friso de enige mogelijkheid op het voortzetten van het huis Oranje-Nassau, maar daar bovenop kwam de zwakke gezondheid van de jonge stadhouder. Toen Willem vijf jaar oud was, had hij een val gemaakt waarbij hij zo ongelukkig terecht was gekomen dat zijn gezondheid daarvan blijvend nadelige gevolgen ondervond. Hoewel hij boven verwachting snel herstelde, hield de jonge prins er wel een vergroeide rug aan over.
Met meer dan gewone moederlijke bezorgdheid informeert Maria Louise later in bijna elke brief die zij haar zoon schreef, ongerust naar diens gezondheid en drukt zij hem op het hart zich toch vooral te ontzien en zijn lichaam op tijd rust te gunnen. (1) Maria Louise besprak Willems gezondheid niet alleen met haar zoon. Ze onderhield verschillende correspondenties met personen die haar op de hoogte hielden van de gezondheid van haar zoon.
Portret van Anna van Hannover en stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau, prent: John Faber (II) naar schilderij van Philip van Dijk, tussen 1734-1756, Rijksmuseum, via: https://bit.ly/31znId1
Een van deze correspondenten was Anna van Hannover (1709-1759), de echtgenote van Willem IV. Anna was de oudste dochter van de Engelse koning George II. Als Britse prinses was zij een goede huwelijkskandidaat voor Willem IV, aangezien zij hierdoor voor meer aanzien zorgde voor het huis Oranje-Nassau. Het stel trouwde in maart 1734. Eigenlijk stond de huwelijksdag gepland voor het najaar van 1733, maar deze werd uitgesteld omdat de bemoeienissen van Willems toekomstige schoonvader George II met de Republiek niet op prijs werden gesteld. Willem werd, mede vanwege alle ophef, ziek en vertrok naar het kuuroord Bath. In maart van 1734 was hij voldoende hersteld om in het huwelijk te treden. Gedurende zijn tijd in Engeland correspondeerde hij veel met zijn moeder, maar ook Anna schreef Maria Louise wekelijks korte brieven met daarin berichten over hoe het ging. Vaak werd hier ook de gezondheid van de jonge prins beschreven. In de brief hieronder schreef Anna op Eerste Kerstdag in 1733 dat het beter ging met Willem: ‘C’est avec beaucoup de joie que je puis à présent vous féliciter de la réconvalescence du prince votre fils. Ayant eu le plaisir de le revoir, je l’ai trouvé beaucoup moins changé que je ne l’aurois cru’.
Brief van Anna van Hannover aan Maria Louise van Hessen-Kassel (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A30-430b) via: https://bit.ly/34mMq1W
Een andere correspondent was Nicolaas Arnoldi. Hij was eerste secretaris en diende onder Maria Louise en Willem IV. In 1729 werd hij aangesteld als raadsheer, zes jaar later werd hij gedeeltelijk verantwoordelijk voor de thesaurie en vanaf 1739 was hij daarnaast ook nog thesaurier en rentmeester-generaal. Hij was ook zevenmaal burgemeester van Leeuwarden, afgevaardigde voor de Staten van Friesland, gecommitteerde in de Admiraliteit van Amsterdam en nam verder nog zitting in verschillende commissies. (2) Naast zijn verslaggevingen van (inter)nationale politieke gebeurtenissen, hield Arnoldi ook altijd een oogje in het zeil met betrekking tot de gezondheid van Willem. In het volgende fragment stelt Arnoldi Maria Louise op de hoogte van Willem’s welzijn. In een prachtig handschrift schrijft hij onder meer:
Fragment brief van Nicolaas Arnoldi aan Maria Louise van Hessen-Kassel (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-099) via: https://bit.ly/2IVFLno
Sijne Hoogheit is zedert woensdag wat geïndisponeerd geweest door een sware verkoutheit, waarbij is gekomen een dikte aan het ene wang; dog Sijne Hoogheit dese nagt wel gerust hebbende, bevint sig tegenwoordig, door des Heere goedheit, veel beter en soo wel, dat deselve met een dag of twee weder volkomen hersteld zal kunnen zijn.
De volledige brief van Nicolaas Arnoldi aan Maria Louise van Hessen-Kassel (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-099) via: https://bit.ly/2IVFLno
Voor een ander onderzoek binnen dit project analyseren we de brieven van Willem IV. Op basis van de ruim 1200 beschikbare brieven doen we een uitgebreid onderzoek naar zijn berichtgeving over zijn gezondheid. Zelf schreef hij hier ook heel veel over. In bijna elke brief komt het wel ter sprake. Een voorbeeld van een fragment uit een brief die hij schrijft vanuit Aken waarin hij zijn moeder vertelt over de kuur die hij neemt ter verbetering van zijn gezondheid:
Fragment brief stadhouder Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-099) via: https://bit.ly/34lFQZz
ma curede boire les eaux va tres bien, et j’en aurois en plus de succès si l’inquiétude où j’ai eté pour Caroline [zijn dochter] n’eut troublé l’effet durant deux ou trois jours, Dieu soit loué qu’elle et mieu à présent, celon que la Princesse me marque. J’ai pris les bains aujourd’ui pour la première foi, et n’aurois pas cru que cela cause tant de lassitude dans les bras.
Volledige brief stadhouder Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, A28-099) via: https://bit.ly/34lFQZz
(1) F.J.A. Jagtenberg, Marijke Meu 1688-1765: Stammoeder van ons vorstenhuis (Gorredijk 2015) 148. (2) H. Brand, “De prinses als werkgever”, Fryslan 21 (2015) 3, 11.
Transcripties
Brief van Anna van Hannover aan Maria Louise van Hessen-Kassel Madame, C’est avec beaucoup de joie que je puis à présent vous féliciter de la réconvalescence du prince votre fils. Ayant eu le plaisir de le revoir, je l’ai trouvé beaucoup moins changé que je ne l’aurois cru. Je suis tout à fait entrée dans les peines ou V.A. doit avoir été que l’absence ne peut qu’augmenter. Si quelque chose avait pu contribuer davantage au plaisir que me fait le rétablissement du prince, ce serait de vous sçavoir hors d’inquiétude; prenant beaucoup de part à tout ce qui vous regarde, étant avec beaucoup de sincérité
Madame Votre affectionée Cousine Anna
St James, Ce 25 Dec: 1733
Brief van Nicolaas Arnoldi aan Maria Louise van Hessen-Kassel Doorlugtigste Vorstin Genadigste Vrouw Ik heb met seer ootmoedig respect ontfangen de missive waarmede uwe Hoogheit mij den 27en deser wel heeft gelieven te vereeren; en zal niet nalaten Hare genadige ordre, om Uwe Hoogheit van den staat der gesondheit van den Prins Haren Zoone, en de verdere omstandigheden, van tijd tot tijd te informeren, op het onderdanigste na te komen, rekenende hetselve als een blijk van Uwe Hoogheits genade en gunste voor mij Haren getrouwen en soo seer verpligtens dienaar. Sijne Hoogheit is zedert woensdag wat geïndisponeerd geweest door een sware verkoutheit, waarbij is gekomen een dikte aan het ene wang; dog Sijne Hoogheit dese nagt wel gerust hebbende, bevint sig tegenwoordig, door des Heere goedheit, veel beter en soo wel, dat deselve met een dag of twee weder volkomen hersteld zal kunnen zijn. Men verwondert sig, dat de jagten tot nog toe, dat men weet, niet gearriveerd zijn, hoewel men alle momenten de tijding daar van verwagt; waardoor dan de dag van het vertrek mede nog onzeker is: de Heer Walpole zoude, soo ik hoore, verklaard hebben, dat Sijne Majesteit anders den dag van het trouwen had vastgesteld op den 10en novemb:, hetwelk nu mogelijk niet zal kunnen geschieden. De Franse Predicant Huet van Amsterdam is overleden, en wort om sijne merites in ’t gemeen beklaagd. Verders niets, Uwe Hoogheits attentie waardig, te melden hebbende, zal ik mij in desselts hooge genade en protectie bevelende, met het aldernederigste respect blijven.
Doorlugtigste Princes Genadigste Vrouw Uw Hoogheits Ootmoedigste, gehoorsaamste en seer getrouwe dienaar N. Arnoldi
Hage, 31 Oct 1733
Brief van Willem IV aan zijn moeder Maria Louise van Hessen-Kassel: D’Aix ce 17: 7bre 1751
Madame ma tres chère mère, J’ai eu la satisfaction de recevoir ce matin la lettre dont votre Altesse Sérénissime m’a daigné honnerer du fin de le mois qui est la première qui me soit parvenue. J’espère que mes deux précédentes lui seront bien parvenues. Ma cure de boire les eaux va tres bien, et j’en aurois en plus de succès si l’inquiétude où j’ai été pour Caroline n’eut troublé l’effet durant deux ou trois jours, Dieu soit loué qu’elle et mieu à présent, celon que la Princesse me marque.Jj’ai pris les bains aujourd’ui pour la première foi, et n’aurois pas cru que cela cause tant de lassitude dans les bras. Je suis d’une docilitéexemplaire à ce que Winter, Pelerin & le soin me prescrivent. Nous eusmes hier au soir entré onze heures et une heure une allarme et un bruit très grand ici, causé par un terrible orage & par le feu que la négligeance après une procession avoit causé dans la sacristtie de St. Pièrre. Mais comme j’étois dans mon premier sommeil, j’eu le bonheur de n’en rien entendre. Aujourd’ui le tems n’est pas net encor. Nous avons receu la nouvelle de la mort de la duchesse Douar. Ferdinant de Barière chez l’Elect. de Cologne au chateau d’Ahans, et de la naissance d’un duc de Bourgogne. J’ai l’honneur d’être avec un très profond respect
De Votre Altesse Sérénissime Le très humble & très obéissant serviteur & fils Prince d’Orange & Nassau